• Home
  • Nieuws
  • Beurzen
  • Originfair: een einde aan slecht imago ‘Made in Italy’?

Originfair: een einde aan slecht imago ‘Made in Italy’?

Door Anne Buis

7 sep 2016

Beurzen |REPORTAGE

Hoeveel waarde heeft het label ‘Made in Italy’ nog? En op welke manier kan je de waarde vermeerderen? Dat zijn vragen waar Not Just A Label zich over buigt en een antwoord op probeert te vinden. Het designercollectief werd gevraagd om tijdens Milano Unica, de grote textielbeurs in Milaan, een subbeurs te organiseren die ‘Made in Italy’ weer op de kaart zet. Het resultaat: de minibeurs Originfair met 50 standhouders, waarin -tot nu toe- onbekende ontwerpers en fabrikanten aan elkaar gekoppeld worden. “We hopen dat ze hier goede contacten leggen en klussen uit slepen,” zegt Robert Cavell-Clarke, head of scouting van Not Just A Label.

Het is maar een klein onderdeel van de grote textielbeurs Milano Unica, maar de subbeurs Originfair heeft een belangrijk doel. “We werden benaderd door partijen in Vicenza (vorige locatie van Originfair, Fiera di Vicenza, red.),” licht Cavell-Clarke toe, terwijl hij trots uitkijkt over Originfair. “Het probleem is dat het label ‘Made in Italy’ waarde verliest. Je hebt heel veel fabrikanten, maar daar gebeuren rare dingen. Burberry, die zet alleen de knopen erop in Italië. Zo kunnen ze het ‘Made in Italy’ noemen, in plaats van ‘Made in Romania’.”

Originfair: in de bres voor Made in Italy

De discussie over het ‘Made in Italy’-label gaat al jaren. Veel onderdelen van het productieproces vinden buiten Italië plaats, wat de twijfels oproept of zo’n label nog wel geoorloofd is. Ook binnen Italië zijn er problemen; zo worden veel werknemers uit het buitenland gehaald, waaronder China, die vervolgens onder slechte omstandigheden hun werk moeten doen. In Prato, de Italiaanse hoofdstad van de textielindustrie, kwamen in 2013 nog 7 arbeiders om bij een brand, omdat ze lagen te slapen in kartonnen dozen. In totaal wonen en werken er 50.000 Chinese textielarbeiders in 5.000 illegale fabrieken in de Italiaanse regio. Paolo Zegna, topman van de Zegna Group en van de Committee for the Internationalisation of Confindustria, the Confederation of Italian Industry, zei eerder dat de Italiaanse textielsector ‘de kwaliteit, dienstbaarheid, innovatie en imago van het ‘Made in Italy’-label moet zien te behouden’. Daarnaast liggen Aziatische landen en de Verenigde Staten op de loer; die ook steeds betere kwaliteit leveren.

Not Just A Label werd gevraagd om met een idee te komen om het probleem aan te pakken in de vorm van de Originfair. “Een van de ideeën was om de traditionele fabrikanten weer in de spotlight te zetten, want veel bedrijven zijn oud en worden al honderd jaar gedraaid door verschillende generaties van een familie. Ze hebben maar een klant, Prada bijvoorbeeld. Maar als ze hun contract verliezen, zijn ze failliet, omdat ze niet zijn meegegaan met de tijd,” legt head of scouting Cavell-Clarke uit. “Anderzijds hebben we allemaal geweldige en onafhankelijke ontwerpers bij Not Just A Label, die juist de grenzen opzoeken in het ontwerpproces. Zij moeten juist leren werken met traditionele fabrikanten. Jonge ontwerpers vinden het vooral lastig om met zulke fabrikanten in contact te komen. Ze spreken immers allebei een andere taal, letterlijk, en bevinden zich aan tegenovergestelde zijde van het spectrum.”

Toch kleven er nog wel haken en ogen aan. Hoe krijg je een grote fabrikant, die 10.000 riemen voor Prada per jaar produceert, nu zover dat hij 10 tassen voor een ontwerper gaat maken? “De belangrijkste reden waarom ze dat zouden moeten doen is dat een jonge ontwerper iets nieuws doet en de grenzen opzoekt. We hebben gezegd dat we de ontwerpers en fabrikanten samen zouden brengen tijdens een evenement,” aldus Clarke-Cavell.

Originfair slaat brug tussen traditie en nieuw talent

Not Just A Label staat voor de vierde keer op een beurs met het concept, maar het is de eerste keer op Unica Milano. “Ik zorg voor de community,” zegt de head of scouting, die alle ontwerpers op de Originfair persoonlijk kent. Hij vervolgt: “We selecteren deelnemers eigenlijk op een zo breed mogelijk aanbod. Dat betekent dat elk segment evenveel deelnemers heeft en dat de stijlen ook zo breed mogelijk zijn. Evenals landen; we hebben 50 deelnemers uit 38 landen. Op deze manier wil ik het zo divers mogelijk houden.”

Het doel van de Originfair is dat de ontwerpers zich kunnen presenteren aan fabrikanten. “We hebben 50 ontwerpers en 50 fabrikanten en we willen dat ze gaan samenwerken. Een 3D-print bedrijf produceert nu bijvoorbeeld gratis het werk van een van de sieradenontwerpers; zij kunnen het op shows laten zien als voorbeeld en zij heeft haar ontwerpen fysiek in handen.” Op de tweede dag van Originfair zullen de ontwerpers gaan speeddaten; een groep fabrikanten zullen dan per sectie een kennismakingsronde doen met de ontwerpers. Elk segment (leder, mode, accessoires en technologie) krijgt dan een half uur de tijd om zich voor te stellen.

Originfair: het koppelen van ontwerpers en fabrikanten

Hellen van Rees ziet Cavell-Clarke als een grote favoriet op de beurs. “Zij heeft een hele interessante manier van werken, waarbij de het textiel op elkaar perst. Het past goed bij de stijl van dit evenement en she’s gonna give some people a run for their money’. Jiri Kalfar uit Praag is ook een interessante deelnemer, wijst hij, een Praagse ontwerper die bekend staat op zijn ‘cleane ontwerpen’.

De Nederlandse Van Rees timmert al vier jaar aan de weg als ontwerpster, na haar bachelor op ArtEZ in Arnhem en haar master aan het Saint-Martins in Londen. “Mijn werk is gebaseerd textielinnovatie en zelfontwikkelde technieken. De focus zit op contrast in textuur en traditionele stoffen zoals die van Chanel, maar dan met een moderne draai,” vertelt ze. Silhouetten zijn heel eenvoudig; het draait om de afwerking en techniek. Ze maakt twee collecties per jaar, vanuit eigen huis. “Mijn technieken zijn niet uit te besteden. Ik heb vier mensen die voor me werken. Zo hebben we ook korte lijntjes met klanten.” Ze verkoopt in twee winkels in Londen en bij M Collective Store in Milaan. Via een eerdere beurs in Milaan heeft ze een klant uit Libanon opgedaan. Ze neemt ook deel aan Atelier Néerlandais in Parijs, tijdens de Parijse fashionweek.

Haar collecties staan natuurlijk op de website van Not Just A Label, met wie ze al vier jaar contact heeft. “Voor deze beurs moet je je ieder jaar weer inschrijven, en ze hebben mij gelukkig weer uitgekozen. Je moet altijd hopen dat je nieuwe collectie goed genoeg is. Ik wil vooral nieuwe contacten op doen, die echt geïnteresseerd zijn in mijn werk en die ik op de hoogte kan houden. Orders verwacht ik niet nu, maar als ik contacten op andere beurzen weer kan zien ben ik tevreden.”

Hellen van Rees en Peterson Stoop geselecteerd op Originfair

Een ander Nederlands merk dat door Not Just A Label is geselecteerd is Peterson Stoop, van het Amsterdamse ontwerpduo Jelske Peterson en Jarah Stoop. “We hebben al drie keer eerder mee gedaan. Het is een bijzondere beurs, omdat je in contact komt met andere ontwerpers, die allemaal in hetzelfde straatje zitten en ook in dezelfde fase met hun bedrijf. Daarnaast de mix met fabrikanten; hun feedback is heel interessant,” aldus de ontwerpsters. “De vorige keer kwam er ook publiek; daardoor krijg je eerlijke reacties op je werk.”

Peterson Stoop bestaat al drie jaar. “We zijn een klein bedrijf, dat alles ambachtelijk maakt vanuit Amsterdam.” Voor sales komen ze niet bij Originfair, het is nu eenmaal geen plek voor business. Peterson Stoop verkoopt vooralsnog alleen bij Margreet Olsthoorn in Rotterdam. “We zijn op zoek naar meer verkooppunten, vooral ook in het buitenland. We gaan ons nu richten op de Aziatische markt.” De Italiaanse markt is een ander verhaal; het land staat natuurlijk bekend om de elegante en slanke schoenen, terwijl Peterson Stoop juist wat robuustere modellen maakt. Toch zou ‘een Italiaans verkooppunt best kunnen’.

Natuurlijk zal de waarde van ‘Made in Italy’ niet direct stijgen door een beurs als Originfair. Een traditie van 100 jaar verandert immers niet meteen van de een op andere dag. Het is een langlopend proces, waarin tradities van 100 jaar een weg moeten vinden naar de toekomst. Toch ziet Robert Cavell-Clarke wel een stijgende lijn, voornamelijk in het verbinden van jonge ontwerpers aan fabrikanten. Op de eerste editie van de Originfair waren er nog 50 fabrikanten en 15 ontwerpers, de laatste keer hadden ze 100 deelnemers. “Nu zijn we echter wat kleiner met 50 stands, omdat we hier speciaal voor zijn uitgenodigd en het een andere beurs is dan Vicenza ,” legt Cavell-Clarke, erbij vermeldend dat Not Just a A Label inmiddels 22.000 onafhankelijke ontwerpers wereldwijd heeft. “In het aantal stands zijn we kleiner, maar we zitten in de grootste tradeshow ter wereld met zo’n 40.000 bezoekers. De vorige beurs zag maar 10.000 bezoekers, dus we zijn er eigenlijk heel erg op vooruit gegaan.”

Beeld: FashionUnited

Not Just A Label
originfair