• Home
  • Nieuws
  • Mode
  • De nieuwe Belgische school

De nieuwe Belgische school

Door Jesse Brouns

bezig met laden...

Mode |ACHTERGROND

Hoofdontwerpers Balthazar Delepierre Ester Manas, Ester Manas SS23. Beeld via: Ester Manas

Volgende week worden in Brussel de Belgian Fashion Awards uitgereikt. Fashion United blikt terug op de ‘Antwerp Six’ en kijkt welke ontwerpers vandaag de Belgische vlag uitdragen.

Ze waren met zes, de pioniers van de Belgische mode, met standplaats Antwerpen: Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene, Marina Yee. Met ‘The Six’ — zoals de Britse modepers hen doopte — ging de Belgische mode voor het eerst globaal (tegelijk met Martin Margiela, die na zijn opleiding aan de Academie van Antwerpen onmiddellijk naar Parijs trok).

In 2022 opereert Walter Van Beirendonck nog zélf zijn eigen, kleine maar invloedrijke label (hij ging eerder dit jaar met pensioen als directeur van de Academie). Dirk Van Saene, sinds jaar en dag Van Beirendoncks partner, brengt sporadisch kleine collecties uit en concentreert zich vooral op een parallelle carrière als kunstenaar. Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester en Dries Van Noten verkochten hun labels. Bikkembergs is niet langer actief als ontwerper. Demeulemeester concentreert zich op vaatwerk en meubilair, maar begeleidt sinds een paar jaar als consultant wel de relance van het label dat haar naam draagt. Van Noten werkt harder dan ooit. Zijn merk is sinds enkele jaren in handen van de Spaanse parfumgigant Puig, ook eigenaar van onder meer Paco Rabanne, Jean Paul Gaultier, Nina Ricci en Carolina Herrera. Het label opende nieuwe winkels, onder meer in China, lanceerde een uitgebreide lijn parfums, en dropt deze week een collab met streetwearpionier Stüssy op de markt. En dan is er nog Marina Yee, de minst bekende, en daardoor misschien de meest mysterieuze van de Zes. Zij zette al in de eighties een stap terug, maar lanceert dit najaar voor het eerst een collectie onder eigen naam. Japan is haar belangrijkste afzetmarkt, en in Europa ligt Marina Yee onder meer bij Stijl in Brussel, Louis in Antwerpen, en Antonioli in Milaan.

Ook de Chinese mode is nu Belgisch

Sinds de Zes is de sector geëvolueerd. Belgische mode wordt alom gerespecteerd. De Zes kregen versterking van ontwerpers als — om er slechts drie te noemen — Raf Simons, Olivier Theyskens en Kris Van Assche. Antwerpen werd internaternationaler: het succes van onafhankelijke ontwerpers als Demeulemeester en Van Noten had als rechtstreeks gevolg dat studenten van heinde en verre in Antwerpen kwamen studeren. Zie bijvoorbeeld de recente golf van invloedrijke Chinese designers, onder wie Shuting Qiu, Didu of Windowsen. La Cambre, in Brussel, is dan weer een magneet voor Franse modestudenten. Die legendarische kunstschool is in de modesector overigens even prominent als Antwerpen, dankzij onder anderen Anthony Vaccarello (Saint Laurent), Matthieu Blazy (Bottega Veneta), Julien Dossena (Paco Rabanne) en Nicolas di Felice (Courrèges), maar ook Marine Serre en Ester Manas.

Belgische mode heeft in 2022 nog weinig te maken met de nationaliteit van de ontwerper, maar alles met de opleiding die de ontwerper heeft genoten. Demeulemeester en co vormden in de late jaren tachtig een hechte groep. In 2022 is er geen vergelijkbare groep, al zijn er wel nauwe banden tussen bijvoorbeeld Glenn Martens en accessoireontwerper Stephanie D’Heygere, die vaak samenwerken, of tussen Pieter Mullier en Matthieu Blazy — een koppel. Blazy, Demna en D’Heygere hebben voor Margiela gewerkt. Make-up artist Inge Grognard, die destijds is begonnen met Margiela en de Zes, werkt nu onder meer voor Demna, bij Balenciaga.

Zes voor vandaag

De oorspronkelijke Zes zijn onvervangbaar, maar dankzij de onderstaande zes blijft de Belgische mode relevant, invloedrijk en belangrijk.

Demna

Er kan worden gediscussieerd over Demna. Hoort de in Georgië geboren creatieve leider van Balenciaga in een lijstje met Belgische ontwerpers? Hij maakt in elk geval deel uit van wat je de Belgische strekking in de mode kunt noemen. Hij heeft mode gestudeerd aan de Academie van Antwerpen. Zijn eerste eigen label, Vetements, kan worden gezien als één groot eerbetoon aan de Belgische mode, en Margiela in het bijzonder. Demna, grotendeels opgegroeid in Duitsland, werkte na zijn opleiding in Antwerpen voor Maison Margiela en Louis Vuitton. Hij begon Vetements na de werkuren, in zijn appartement, met enkele vrienden. Het label was aanvankelijk een collectief. Vetements sloeg in als een bom en Demna kreeg al na enkele seizoenen de baan bij Balenciaga aangeboden, waar hij de Amerikaanse ontwerper Alexander Wang opvolgde. Hij combineerde enkele seizoenen Vetements en Balenciaga, maar concentreert zich intussen op het tweede merk. Hij stunt met shows en reclamecampagnes, en zocht vorig jaar opnieuw aanknoping met het rijke coutureverleden van Balenciaga, met twee couturecollecties per jaar in de precies nagebouwde salons van het huis.

Balenciaga SS23, beeld via Balenciaga

Pieter Mulier

Pieter Mulier studeerde architectuur aan Sint-Lukas in Brussel, maar liep stage bij Raf Simons — met wie hij vervolgens vijftien jaar heeft samengewerkt, te beginnen met lente 2002 collectie, Woe Unto Those Who Spit On The Fear Generation. Mulier werkte een jaar of acht voor het label van Simons, en volgde de ontwerper naar achtereenvolgens Jil Sander, Dior en Calvin Klein. Voor Jil Sander ontwierp hij schoenen en tassen. Toen hij bij Dior begon, had hij nog nooit vrouwenkleren ontworpen. “De drie jaar en een half jaar bij Dior waren ongelooflijk,” vertelde hij vorig jaar aan ondergetekende. “Mijn passie voor mode is er ontploft. Ik had nooit met een eigen atelier gewerkt. Ik was eerlijk gezegd graag langer gebleven bij Dior. Ik wist al redelijk vroeg dat Raf zijn contract niet wou verlengen. Dat hield in dat het voor mij ook gedaan was. Ze hebben me gevraagd om te blijven, maar hoe graag ik er ook werkte, het ritme was zot. Acht collecties per jaar, zes défilés in Parijs, plus nog eens vier of vijf shows elders in de wereld. Dat wou en wil ik niet meer.”

FW21 Alaïa - de debuutcollectie van Pieter Mulier. Beeld via Alaïa

Hij volgde Raf Simons naar Calvin Klein. Daar kreeg hij de titel van Global Creative Director, verantwoordelijk voor de zestien lijnen van het merk en de zevenentwintig licenties, goed voor een team van vierhonderd designers, verspreid over de wereld. Dat avontuur liep af in december 2018. In juli vorig jaar debuteerde hij, zonder Raf Simons, als directeur de la création van Alaïa, een van de mooiste modehuizen in Parijs. “Alaïa is, zeker na COVID, een uitermate modern huis: twee shows op een jaar, twee collecties, en dat is het. Er is tijd om met élk product bezig te zijn. Het woord ‘trend’ wordt hier niet gebruikt. De langetermijnvisie primeert.” Mulier is genomineerd voor de Belgian Fashion Awards, in de categorie ‘Designer of the Year’.

Nicolas di Felice

Nicolas Di Felice studeerde aan La Cambre in Brussel, de modeschool waar ook onder anderen Anthony Vaccarello (Saint Laurent), Marine Serre, Julien Dossena (Paco Rabanne) en Ester Manas hun modeopleiding hebben genoten. Di Felice werkte met Nicolas Ghesquière bij Balenciaga en met met Raf Simons bij Dior voor hij werd binnengehaald bij Courrèges. Het legendarische Franse huis, dat in de sixties samen met Paco Rabanne het futurisme in de Franse mode introduceerde, was al enkele jaren op drift, met een reeks ontwerpers die wel talent hadden, maar er niet in slaagden om echt indruk te maken of, in het geval van Di Felices voorganger Yolanda Zobel, daar de kans niet toe kreeg — het bedrijf werd verkocht en is nu in handen van Artemis, de holding van de familie Pinault, die ook luxegroep Kering controleert, en runt naast Courrèges ook Giambattista Valli, de Pinault Collection in Venetië en Parijs, en veilinghuis Christie’s. Di Felice onthulde zijn eerste collectie voor Courrèges in maart 2021, en greep aanvankelijk terug naar de space age stijl van stichter André Courrèges, met onder meer heruitgaves van zijn in PVC uitgevoerde ‘denim’ pakjes. Hij heeft sindsdien een mannenlijn gelanceerd, winkels in Parijs en New York geopend, en behoorlijk wat indruk gemaakt met shows op bijzondere locaties, meestal aan de rand van Parijs, zoals een open ruimte in het Bois de Vincennes waar soms illegale raves worden georganiseerd.

Courrèges SS22, beeld via Courrèges

Ester Manas

Ester Manas en Balthazar Delepierre, samen Ester Manas, maken kleren waar iedereen in past, groot of klein, dik of dun, of ergens tussenin. One size fits all. Maar hoe krijg je allerlei soorten vrouwen in één en dezelfde blouse of rok? Met extra stof die indien nodig tevoorschijn kan worden getoverd — een beetje zoals een uitschuifbare tafel die je langer kan maken wanneer je extra gasten verwacht. Ze gebruiken daarvoor linten, plooien, volants, rushes, elastieken, knopen. Manas, een française, en Delepierre, een Belg, leerden elkaar kennen op de schoolbanken van La Cambre. Zij begon aan de richting grafische communicatie en schakelde na een jaar over op mode. Hij studeerde typografie.

Ester Manas SS23. Beeld via: Ester Manas

Na La Cambre begon Balthazar zijn eigen grafisch bureau in Brussel. Ester liep stage bij Balenciaga en Paco Rabanne. Ze werkte ook een half jaar de voor Acne in Parijs. Een eigen label was geen prioriteit. Maar er bleek interesse in de ideeën van Ester Manas. In 2019 werd het duo met de afstudeercollectie van Manas geselecteerd voor achtereenvolgens de H&M Design Awards en het modefestival van Hyères. In Hyères wonnen ze de prijs van Galeries Lafayette. De Franse keten van department stores vroeg hen een capsulecollectie te ontwerpen, waarop ze hun eigen label begonnen. In 2020 werd Ester Manas ook nog genomineerd voor de LVMH Prize, ’s werelds belangrijkste modeprijs voor jong talent. Ze schopten het niet verder dan de shortlist met twintig namen, maar dat lag in de lijn der verwachtingen, ook die van henzelf: ze waren de jongste kandidaten, met minste ervaring. De LVMH Prize werd dat jaar uiteindelijk zelfs niet uitgereikt. Door de pandemie lag plotseling alles stil.

Ester Manas tekende niet veel later een overeenkomst met Tomorrow, een ‘fashion accelerator’ die zich ontfermt over de verkoop, productie en marketing van een hele reeks ontwerpers en brands, waaronder A-Cold-Wall, Ader Error, Hed Mayner, en Linda Farrow. Het label heeft intussen drie keer geshowd tijdens de modeweek van Parijs, op de officiële kalender. En volgende week zijn Manas en Delepierre opnieuw genomineerd, dit keer voor de Belgian Fashion Award, in de categorieën ‘Designer of the Year’ en ‘Changemaker of the Year’.

Jan-Jan Van Essche

Jan-Jan Van Essche is misschien de minst bekende naam op onze lijst. Omdat hij zijn tijd neemt, en misschien ook omdat hij nog nooit heeft geshowd. Daar komt verandering in. In januari is hij uitgenodigd als gastontwerper van Pitti Uomo in de sectie ‘Designer Project’ van de mannenmodebeurs in Florence, en daar hoort een defilé bij. “Mijn beeld van mode is gekleurd door de Belgische mode,” vertelde Van Essche vorig jaar aan ondergetekende. “Ik zou er niet zijn zonder de Antwerpse Zes. Ik keek ook wel naar de Armani’s van de wereld, maar de vonk, die kwam van de Zes.” Hij is zelf afgestudeerd van de school in 2003. Na een periode als ontwerper bij een kinderkledingmerk en een Nederlandse jeansgigant opende hij een winkel en workshop in Antwerpen, Aterlier Solarshop, samen met zijn partner, Pietro Celestina. ‘Is Antwerp’s Atelier Solarshop the Vibiest Store on Earth?’ kopte het Amerikaanse maandblad GQ enkele jaren geleden wildenthousiast. Van Essche werd in hetzelfde artikel ‘one of the most exciting emerging designers in fashion’ genoemd.

Na een reis van twee en een halve maand door Mali en Senegal besloot hij alsnog zelf een collectie te beginnen. “Ik houd van het idee dat je lichaam je kleren vormt, in plaats van andersom,” zei hij. “Ik vind het ook belangrijk dat je mijn kleren een lang leven hebben, dat de kwaliteit hoog ligt. Ik gebruik bijna uitsluitend natuurlijke stoffen en er hangt veel beige in de winkel,” lacht hij. “Dus gaan mensen er gemakkelijk vanuit dat we een ‘groen’ label zijn. Maar ik wil niet aan greenwashing doen door te goochelen met marketingtermen en claims die je als klein bedrijf niet kunt controleren, en dus ook niet kunt garanderen.

Het merk ligt intussen bij prestigieuze boetieks als Dover Street Market in Tokyo, H. Lorenzo in Los Angeles, Joyce in Hong Kong, Stijl in Brussel, en online bij Ssense. Hij is het populairst in Japan. “Daar begrijpen ze mijn kleren vanzelf.” Sinds vorig jaar maakt hij ook officieel deel uit van de officiële kalender van de Parijse modeweek.

Jan-Jan van Essche FW22. Beeld via Catwalkpictures.

Glenn Martens

Mode moet een beetje feest zijn, vindt Glenn Martens. Na zijn opleiding aan de Academie van Antwerpen kreeg Martens onmiddellijk een vast contract bij Gaultier (net zoals, twee generaties eerder, Martin Margiela). Hij werkte er aan de mannencollecties. Nadien werkte hij freelance voor labels als Honest By, H&M-satelliet Weekday, en Hugo Boss. Na drie intense seizoenen met een klein eigen label, ging Martens in 2013 aan de slag als artistiek directeur van Y/Project, een enigszins obscuur Frans label waarvan de ontwerper, Yohan Serfati, net was overleden. Hij zette Y/Project snel naar zijn hand en kreeg een reputatie als radicale vernieuwer, vooral op het gebied van sportswear en denim, dat hij in allerlei ongewone vormen twistte.

Die reputatie trok allicht de aandacht van Diesel, waar hij sinds vorig jaar artistiek directeur is. In 2022 zette de in Brugge opgegroeide ontwerper meer dan wie anders de mode op stelten (misschien met uitzondering van Ye, maar dat is een ander verhaal). Tijdens de modeweken van januari en februari showde hij maar liefst drie keer — met Y/Project tijdens de mannenweek, als gastontwerper van zijn voormalige werkgever Gaultier voor de couture, en met Diesel tijdens de damesweek van Milaan, zijn debuut aldaar, gekenmerkt door een spectaculair decor met gigantische opblaaspoppen.

FW22 Diesel, beeld via Diesel

Gaultier, die met pensioen ging als ontwerper, nodigt sinds vorig jaar telkens een andere ontwerper uit om samen te werken met de ‘petites mains’ van zijn ateliers. Martens plukte naar hartenlust uit de geschiedenis van het label: er waren diva’s en marinestrepen en perziktinten die deden denken aan Madonna in de nineties, en elke outfit was gecorseteerd. Hij voegde er ook zijn eigen tics aan toe. “Ik heb de iconische momenten van Gaultier op mijn manier heruitgevonden,” vertelde hij aan Vogue. Ook in zijn collectie voor Y/Project verwees hij naar Gaultier, met kaleidoscopische prints van naakte lichamen op tops en jeans. Verder was er ook nog de competitie voor jonge ontwerpers van het modefestival van Hyères, waar Martens in oktober de jury voorzat, een soort consecratie. Y/Project werd in het verleden geselecteerd voor de LVMH Prize en won de Grand prix de l’Andam (in 2017 en 2020) en werd door de Belgian Fashion Awards bekroond tot ‘Designer of the Year’ in 2018. Hij is dit jaar opnieuw genomineerd, in dezelfde categorie.

Antwerpse Zes
Demna
Ester Manas
GLENN MARTENS
Jan-Jan Van Esche
Nicolas Di Felice
Pieter Mulier