Hoe China fast fashion uitbesteedt aan Ethiopië

Ethiopië is hard op weg om het nieuwe middelpunt van fast fashion te worden. Uiterst goedkope arbeid, fiscale voordelen, weinig tot geen corruptie en een regering die net zo wanhopig op zoek is naar industriële ontwikkeling als fast fashion bedrijven naar belastingvoordelen.

De Hoorn van Afrika, die ooit werd gekenmerkt door droogte en conflicten, is nu klaar om het Beloofde Land te zijn dat grote hoeveelheden goedkope kleding produceert tegen nog lagere prijzen.

Maar wie wint?

De vrouwen die als naaisters in de Ethiopische fabrieken werken, verdienen 25 dollar per maand. Men kan zich de besparingen voorstellen voor bedrijven als H&M, Levi’s, Guess en PVH-merken Tommy Hilfiger en Calvin Klein, die hun producten allen in Ethiopië fabriceren en voortdurend kijken naar verbetering van de marges en verlaging van supply chain-kosten. Maar de vraag blijft: Als landen als China, India, Sri Lanka en Bangladesh hun productie uitbesteden aan goedkopere Ethiopische fabrieken, wat betekent dat dan voor de arbeidsomstandigheden en eerlijke lonen van de Ethiopiërs?

Het centrum van Ethiopië als fast fashion hub is Hawassa Industrial Park. Gefinancierd met 250 miljoen dollar aan Chinese investeringen, bestaat het momenteel uit vier parken. Volgens Bloomberg, dat het “het grote Beijing uitbesteding-experiment” noemde, is het plan om er tegen 2020 nog eens acht extra te openen.

Bedrijven zijn vrijgesteld van vijf jaar belasting

Het belastingvoordeel is erg aantrekkelijk. Bedrijven zijn voor de eerste vijf bedrijfsjaren vrijgesteld van inkomstenbelasting en rechten en belastingen op invoer van kapitaalgoederen en bouwmaterialen. “Het plan is om tegen het einde van 2025 in totaal twee miljoen banen in de industrie te creëren,” verklaarde de Ethiopische investeringscommissie aan Bloomberg.

Natuurlijk zijn er op dat punt grijze gebieden, en een donkere. De industriële ontwikkeling van het land zou op ieder moment kunnen botsen met de onstabiele politieke situatie, met kans op het uitbreken van een burgeroorlog. Er zijn nog steeds onopgeloste etnische conflicten en in het op een na dichtstbevolkte Afrikaanse land, met 105 miljoen inwoners, is het een minderheid van 6 procent die de politiek en veiligheidstroepen dicteert.

Toch hoopt de Ethiopische regering een sterke en concurrerende industriële basis te creëren, zelfs als het land in noodtoestand verkeert. Het werkt aan het transformeren van de landbouw, het vergroten van de exportcapaciteit en het op de kaart zetten van zichzelf als internationale productiesector.

Dit artikel verscheen eerder op FashionUnited UK. Vertaling en bewerking: Tessa Guntlisbergen.

Beeld: Hawassa Industrial Park, SET Programme, Overseas Development Institute