Het merk Fred de la Bretonière is niet weg te denken uit het Nederlandse modebeeld. Al drie decennia lang dragen Nederlanders de schoenen, laarzen en tassen van de ontwerper. De lederwaren hebben, door het consequente gebruik van plantaardig gelooid leer, een uitgesproken eigen stijl die zeer herkenbaar is. Toch weet De la Bretonière de collectie ieder jaar te vernieuwen, zonder ooit zijn stoere handschrift daarvoor op te geven. Dit jaar viert hij zijn 35 jarig jubileum. FashionUnited sprak met hem over zijn passie voor het vak.

Geboren ontwerper

Na een blauwe maandag op de kunstacademie ging Fred de la Bretonière in 1970 aan de slag met het maken van lederen polsbandjes. Hij had tijdens het opruimen van een oude werkplaats in Amsterdam namelijk een kist met vooroorlogse lederen polsbandjes gevonden die hij vervolgens aan verscheidene winkeliers wist te verkopen. De actie was zo succesvol dat toen de voorraad op was, De la Bretonière zelf begon met het maken van polsbandjes en riemen. Eenmaal geënthousiasmeerd ging hij ook tassen maken. "In die tijd was er niet veel op het gebied van tassen. Alles was van plastic of met vetertjes in elkaar gestikt. Dat vond ik niet mooi. Ik was altijd goed in handarbeid geweest. Zelf tassen maken was dus niet vergezocht."

De la Bretonière wilde niet zomaar tassen uit de losse pols maken. Eerst wilde hij er alles van weten en is op onderzoek uit gegaan. Hij leerde alles over leer en heeft toen zelf een manier uitgedokterd om zijn tassen in elkaar te zetten. "Ik wilde het zelf doen. Ik heb toen een soort legoconstructie voor de tassen bedacht die goed beviel." Hij verkocht zijn spullen als "een soort hippie" op diverse plekken in Amsterdam, waaronder op het Waterlooplein. Hij had tegen die tijd een collectie tassen van verschillende formaten gemaakt. De meesten waren au naturel uitgevoerd maar hij was ook begonnen met het met de hand verven van het leer met anniline, hetgeen toen erg vernieuwend was.

Op dat moment voelde De la Bretonière zich nog geen echte ontwerper. "Ik ging voor het eerst zaken doen en dingen maken en ik vond het leuk om te doen. Het was een manier om geld te verdienen." Hij besloot de Bijenkorf te benaderen, van wie hij zijn eerste grote order van 850 tassen kreeg. "Toen begon het pas echt," zegt De la Bretonière. Omdat hij geen lening bij een bank had, wist hij zodanig te onderhandelen dat de Bijenkorf de helft van de order vooruit betaalde. Hiermee ging hij aan de slag.

Hij had destijds een atelier aan de Spuistraat. Daar werkte hij samen met krakers die hij parttime inhuurde. Hij bereidde alle ontwerpen en patronen voor en 's avonds zetten zijn werknemers de tassen in elkaar. Hij was inmiddels ook begonnen met het ontwerpen van schoenen en sandalen. Zo maakte hij in het begin 'à la minute klompen', waar de klant op kon wachten terwijl ze ter plekke werden gemaakt. Het atelier bleek een enorme trekpleister voor toeristen die daar langsliepen en geïntrigeerd raakten door de eindeloze muziek en gemoedelijke sfeer. Zodoende is De la Bretonière aan het publiek gaan verkopen. "Ineens werd ik gebombardeerd tot ontwerper en smaakmaker," vertelt hij lachend, alsof hij het zelf nog nauwelijks kan geloven.

De volgende fase

De jaren zeventig bestonden uit een aaneenschakeling van successen. De la Bretonière stond herhaaldelijk in de pers, zijn bezoek aan de Prêt-à-Porter beurs bleek een fenomenaal succes en het geluk kon niet op. Hij verkocht niet alleen in Nederland, maar onder meer ook in Amerika, Canada en Australië. In 1980 kreeg hij echter problemen met leveringen van collecties aan het buitenland. Niet alle leveringen kwamen op tijd aan, mede omdat hij het allemaal zelf moest klaarspelen en geen echte distributeur had. Daarom besloot hij in 1982 met René Brands, telg van een schoenenfabrikant, in zee te gaan. Het tweetal kende elkaar al vóór 1981. Brands produceerde al schoenen voor De la Bretonière in zijn eigen schoenenfabriek. Met de ingang van de samenwerking sloot Brands zijn fabriek en nam hij, met zijn bedrijf Estral Handelsonderneming bv, de productie, distributie en verkoop over en De la Bretonière nam het creatieve gedeelte voor eigen rekening. Dankzij zijn productie-ervaring kon Brands de toenemende productie van de collectie onderbrengen bij gespecialiseerde producenten in, onder andere, Nederland, Italië en Spanje.

In 1986 richtte het tweetal een nieuwe holding op. Vanuit Annemar BV werden de eigen Fred de la Bretonière winkels opgezet. Het was weer raak. De winkelformule groeide uit tot zeven winkels in Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlem en Den Bosch, waaronder zijn eerste winkel in de Sint Luciënsteeg in Amsterdam, en 150 verkooppunten. Rond 1997 besloot Brands een deel van de verkoop van de collectie bij derden neer te leggen. Zo konden de Fred de la Bretonière collecties ook via modezaken worden verkocht. De distributie wordt grotendeels tot Nederland beperkt. "Wij willen eerst ervoor zorgen dat het in Nederland een goed geolied bedrijf wordt. Daarna kan nog aan het buitenland worden gedacht," zegt De la Bretonière. De buitenlandse ervaringen in de jaren zeventig hebben destijds voor de nodige opschudding gezorgd en hij is er voorzichtiger van geworden. Sinds twee seizoenen heeft het bedrijf een agent in België. De la Bretonière gelooft inmiddels niet meer in het exporteren van kleine hoeveelheden van de collectie. In de beginfase van het bedrijf kon dat nog. Nu is dat niet meer renderend. Hij geeft de voorkeur aan importeurs die grootschalig inkopen en vervolgens de collectie naar eigen inzien weer verkopen.

De la Bretonière schetst een plaatje van een bedrijf dat van provisorisch tot professioneel is uitgegroeid. "In het begin was er nergens een begroting voor. Ik ontwierp de collectie maar moest het ook zien te verkopen. Ik probeerde met charme van alles te bewerkstelligen. Ongeveer zeven jaar geleden is daar verandering in gekomen en ben ik veel professioneler gaan werken. Het is nu een heel ander bedrijf. We hebben nu namelijk ongeveer zestig mensen in dienst." Daaraan voegt hij toe: "We hebben ook licenties lopen. Hier in de ontwerpstudio Studio Fred de la Bretonière worden onder andere collecties voor Jaguar Shoes ontworpen. Daarvoor ben ik verantwoordelijk, terwijl ik ook een vaste ontwerpster in dienst heb. De Shabbies zijn ook een concept van de Studio. De damesschoenen en tassen worden daarentegen uitbesteed aan Estral en de kinderschoenen zijn bij UFG in licentie."

De volgende stap

De la Bretonière lijkt onvermoeibaar. "Ik heb er nog steeds zin in," glimlacht hij. "In de toekomst wil ik veel meer licenties gaan doen. Het is de bedoeling dat wij met andere bedrijven contracten gaan afsluiten om onze producten in hun winkels te verkopen. Daarvoor heb ik Renée Bolwerk aangenomen.Wij hebben bijvoorbeeld al een contract met een succesagenda organisatie. Daaraan verkopen wij twee lijnen: een klassieke lijn en een vintage lijn. Dankzij onze toegenomen naamsbekendheid kunnen we veel meer van dit soort samenwerkingscontracten afsluiten." Dankzij een contract met een pr-bureau en de aanstelling van een etaleur is de winkelomzet het afgelopen jaar met ongeveer 20 procent flink gestegen. Ook in het eerste kwartaal van 2005 presteerden de winkels boven verwachting.

Om de grote verticalen zoals de Zara en de H&M te kunnen evenaren is het zaak om steeds vernieuwend te werken. Daar heeft De la Bretonière een oplossing voor. "Het gaat niet om het steeds opnieuw vervangen van de collectie maar het langzaam binnen laten druppelen van nieuwe producten. Zo blijft de spanning in de collectie gewaarborgd." Wat de goedkope artikelen van zulke winkels betreft, zegt hij: "Ik kan natuurlijk ook de modieuze tasjes die je in de H&M ziet van leer gaan maken, maar het is juist zaak om bij je eigen leest te blijven. Het is verleidelijk om mee te gaan in de kortstondige modetrends maar dat doe ik dus niet. Je moet trouw blijven aan je eigen doelgroep, ook als je even door een dipje gaat. Consequent zijn beloont."

Herkenbaar Hollands

De populariteit van Fred de la Bretonière blijkt onder andere uit het feit dat zijn ontwerpen in verschillende musea in Nederland te bewonderen zijn. Het Nederlands Leder en Schoenen Museum te Waalwijk, het Haags Gemeentemuseum en het Utrechts Textielmuseum hebben zijn ontwerpen opgenomen in hun vaste collectie. Zijn creaties hebben ook deel uitgemaakt van diverse tentoonstellingen in ons land. Voorts heeft hij gedoceerd aan de kunstacademie in Arnhem en Breda. Vooral dat laatste vond hij erg leuk om te doen. "Dat was toch een bevestiging dat mijn werk gewaardeerd wordt."

Inspiratie is nooit ver te zoeken. "Ik ben een geboren ontwerper. Ik heb een uitgesproken smaak en daar wijk ik niet vanaf. Ik probeer natuurlijk altijd nieuwe invalshoeken te zoeken maar ik blijf mijn eigen pad volgen. Ik hou van bouwen en dat doe ik eigenlijk met mijn schoenen en tassen. Ik probeer volume te krijgen in een plat stuk leer. Dat blijft een uitdaging en ik probeer daar steeds nieuwe oplossingen voor te bedenken. Ondanks het feit dat ik geen vooropleiding had, bleek dat ik technisch en origineel kon denken. Mijn ideeën kon ik niet altijd duidelijk maken aan de fabrikant maar ik heb doorgedouwd tot het lukte. Daardoor ontstond mijn eigen stijl. Die is nonchalant, rauw en eerlijk - echt Hollands."

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN