Twaalf jaar geleden begon Mariette Hoitink met HTNK, een bureau voor recruitment en consultancy in de mode. Al snel vervulde HTNK een centrale rol in het modeveld en is het de stuwende kracht achter vele projecten die de Nederlandse mode internationaal op de kaart zetten.

“‘Headhunter,’ dat woord vind ik niet fijn. Ik gebruik liever ‘matchmaker’,” zegt Mariette Hoitink op de vraag hoe ‘headhunten’ in de mode in zijn werk gaat. En daarmee slaat zij de spijker op zijn kop, want ‘matchmaken’, dat is precies wat HTNK doet. In het ‘HTNK-eigen’ interieur (een bonte mix van onder andere Joost van Bleiswijk design, IKEA, Sissyboy Homeland, fotografie van Cornelie Tollens, And Beyond behang, old-school perzen en een piano) van het kantoor waar HTNK zetelt vertelt Hoitink dat de recruitment van HTNK net zolang zoeken totdat ze iemand gevonden hebben die bij de opdrachtgever past. Niet alleen qua harde criteria, zoals cv en werkervaring, maar ook qua zachte criteria, zoals type mens en ambities. “We kijken of dat allemaal aansluit, daarin zijn wij heel goed. We weten dat er een onderbuikgevoel bij komt kijken. Het is een zakelijk huwelijk.”

Dat het niet om een ‘gewone’ vacaturebank gaat blijkt ook bij een kijkje op de website. Vacatures staan er niet op. Wel zijn er teasers, maar de naam van het bedrijf dat een vacature vrij heeft blijft geheim. Zo wil HTNK voorkomen dat kandidaten zich richten op een functietitel of bedrijfsnaam. De inhoud van een vacature verandert per bedrijf en de perceptie die de kandidaat heeft hoeft helemaal niet juist te zijn. “Het is geen kunst om cv’s aan een bepaald vacatureprofiel te koppelen, onze toegevoegde waarde zit in onze adviserende rol, zowel naar kandidaten als naar opdrachtgevers. Dus werken we andersom.” Nieuwe kandidaten worden uitgenodigd voor een eerste gesprek op het kantoor op de Amsterdamse wallen, een plek die meewerkt aan de anonimiteit: de Amsterdamse wallen is geen buurt die men meteen met mode associeert. Het is duidelijk: wat hier gebeurt is strikt vertrouwelijk.

Specialismen, ambities, persoonlijkheid en dromen voor de toekomst; alles neemt HTNK met de kandidaat door. Dan wordt bepaald wat zijn of haar next step zou moeten zijn. Naast het contact dat HTNK heeft met de kandidaten, lopen de relaties met de opdrachtgevers door. Modehuizen als Viktor & Rolf, Alexander van Slobbe en Jan Taminiau, global brands als G-star, Mexx, Nike, Diesel en Tommy Hilfiger en ook private labels en retail- en wholesale organisaties zijn klant. Zodra een vacature binnenkomt weten de consultants van HTNK al snel wie de juiste kandidaat zou moeten zijn. “Als we een designer zoeken voor Viktor & Rolf denken veel ontwerpers dat hen dat op het lijf geschreven is. Maar naast het feit dat zo’n baan van hoog niveau is moet het ook echt bij je passen. Daarom werkt HTNK persoonsgericht.”

Wat vroeger nog met behulp van een Rolodex ging, gaat nu volledig automatisch. Om te voorkomen dat geschikte mensen over het hoofd worden gezien heeft HTNK inmiddels een eigen, op maat gemaakt zoeksysteem. Met advanced search. “Er zitten meer dan 10.000 kandidaten in die databank. Daar rollen per baan zo’n tien mensen uit. Het allerleukste is dan om onze top 3 tot 5 voor te stellen aan onze opdrachtgevers. Dat is de lol. Dat het bedrijf zoveel goede mensen ziet, dat het er twee of drie in dienst neemt.”

Fashion Recruiter Mariette Hoitink van HTNK

Mariette Hoitink (1964) werd geboren in Nijmegen, ging na de middelbare school naar de academie in Arnhem en studeerde daar in 1989 af in de richting Modevormgeving. Al snel werd ze hoofd styling van V&D. Twee jaar later werd ze hoofd Inkoop & Styling bij CoolCat en werd ze lid van het management team aldaar. Omdat modebedrijven Mariette Hoitink steeds op allerlei functies wilden hebben en Hoitink altijd wel iemand wist die dat beter zou kunnen dan zijzelf (‘Mijn grootste kracht is dat ik weet waar mijn beperking ligt’), begon Hoitink twaalf jaar geleden met HTNK, een werving en selectiebureau binnen mode met een persoonlijke en specialistische benadering. HTNK is inmiddels uitgegroeid tot een bedrijf met elf werknemers (inclusief Hoitink zelf). Negen daarvan zijn recruiter, of matchmaker. Allemaal hebben ze hun eigen specialisatie en track record in de industrie (‘Het varieert van designer voor Laundry Industry tot productmanager bij Turnover, van productie voor AnnDemeulemeester tot operations voor Diesel’) en gezamenlijk zouden ze zo een merk kunnen zijn. “Als we alles weer gaan doen wat we hiervoor deden.”

Wij zien een werkrelatie als een zakelijk huwelijk. Er komt toch een stuk onderbuikgevoel bij kijken.

Ondanks dat Hoitink zelf nauwelijks tijd heeft om kleren te kopen (‘Ik ren vaak even naar binnen bij SPRMRKT’) vindt ze het toch belangrijk dat mode van een hoog niveau is. Het leuke aan dit werk vindt Hoitink dat je een persoon kunt helpen aan een baan, en hem of haar dan ook meteen kan vragen zijn of haar kennis te delen op een clinic of seminar. Zo til je van alles op een hoger niveau. “Ik ben continu bezig te zorgen dat het kennislevel omhoog gaat. Ik wil dat we ons realiseren dat de mode-industrie alleen bestaat bij de gratie van het niveau ervan.” Alles wat Hoitink doet komt voort uit die ene passie. Eens met het beleid op het gebied van mode in ons land is ze dan ook niet. “We hebben hier een talent drain; Veel talent gaat naar het buitenland. We zouden een mode-industrie moeten hebben die aandacht krijgt vanuit de overheid en unieke concepten maakt die wereldwijd werken en verkopen. België heeft een heel andere constructie. Dat land omarmt design, en mode hoort daarbij. Publieke en private partijen werken samen om de hele mode-industrie naar een hoger niveau te tillen. Dat hebben wij niet. Je kunt als ontwerper niet bij een bank aankloppen.” Daarom wil Hoitink werken naar een fashion fund waarin banken gaan samenwerken met grote partijen die baat hebben bij een vruchtbaar creatief klimaat in Nederland. En natuurlijk zal de overheid daar ook aan te pas komen. Daarom zet Hoitink zich voortdurend in de mode-industrie op de goede weg te helpen. Want behalve zorgen dat de juiste persoon op de juiste plek terecht komt, gaf Hoitink les aan academies, heeft HTNK zitting in denktanks, werkveldcommissies, besturen en selectiecomités van academies, evenementen, programma’s en instituties gericht op talentontwikkeling zoals Co-lab, Amsterdam International Fashion Week, Dutch Design Awards, Modefabriek, Fonds Voor Beeldende Kunsten, RADO Young Designer Award en de Dutch Fashion Awards. Verder geeft HTNK workshops, startten ze de projecten Redlight Fashion Amsterdam, 3RD BACHELOR en Turning Talent into Business, zorgden ze voor een show van talenten op Amsterdam Fashion Week (Lichting) en eigenlijk zou Hoitink het liefst ook nog de Dutch Fashion Council willen opzetten. Maar, geeft ze toe: “Daarvoor mis ik toch net een leven”. Op de vraag hoe dat privé ook allemaal nog loopt (Hoitink is getrouwd en heeft twee kinderen), antwoord ze relaxed: “Ik doe iets dat heel dicht bij mezelf staat. Dus dat combineer ik makkelijk met mijn privé-leven. Maar let op: ik doe het niet alleen.” Als ze zich bedenkt wat ze de komende tijd allemaal moet doen: De Biënnale is nog bezig, lezingen geven, cursussen voorbereiden en dan komt de Fashion Week er eind juli ook nog aan, zegt ze: “Ik hak het in mootjes. Waar gaan we naartoe? Wat willen we? Ik denk heel strategisch. En met goede mensen werken, dat scheelt.”

De huidige generatie jongeren lijkt ontwikkeling en opleiding belangrijker te vinden dan salaris.

Nee, het gaat niet over geld en status, maar over mensen. Dat moge duidelijk zijn. Want over hoe HTNK zijn broek ophoudt is Hoitink stellig: “Onze core business blijft recruitment; daar verdienen we ons brood mee. En dan heb ik het vooral over het mede vormgeven van bedrijfsstructuren en teams en het recruiten van decision makers en specialisten die binnen een modebedrijf het verschil maken. Dat maakt HTNK zo uniek.’ Waarom HTNK zo goed is in het koppelen van specialisten aan bedrijven – en dat benadrukt Hoitink heel erg – komt doordat het bedrijf start bij de basis: het scouten van modetalenten en hen op de goede weg helpen. “Er zit een gat tussen opleiding en praktijk. Dat is een probleem dat al heel lang bestaat, maar waar niemand brood in zag om dat op te lossen.” Het resultaat van het harde werken is dat veel mensen nu op de juiste posities zitten. En ja, het moet gezegd: Als er iemand op de juiste plek zit, dan is het Hoitink zelf wel.

Dit artikel, geschreven door Anna Rijksbaron, is gepubliceerd de ‘Werken in de mode’ special 2009, van het FashionUnited print vakblad.

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN