• Home
  • Nieuws
  • Mode
  • Mode: Het post-corona canvas van de kunstenaar

Mode: Het post-corona canvas van de kunstenaar

Door Jackie Mallon

1 feb. 2021

Mode

New York - Het huwelijk tussen kunst en mode is niet alleen sterk, het vernieuwt ook zijn geloften. De modegeschiedenis is verweven met de grootste namen uit de kunst: Salvador Dalí prikkelde de verbeelding van Schiaparelli in de jaren '30, Piet Mondriaan inspireerde Yves Saint Laurent in 1965, Louis Vuitton ging in 2007 een samenwerking aan met Takashi Murakami en Alexander McQueen werkte in 2013 samen met Damien Hirst, om er maar een paar te noemen.

Maar als we afgaan op de meest recente Milan Fashion Week, zullen mannen kunst op hun lichaam dragen voor herfst/winter 21. De samenwerking tussen Fendi en de Engelse kunstenaar Noel Fielding, die buiten Groot-Brittanië misschien beter bekend is als de presentator van The Great British Bake Off, haalde de krantenkoppen. Zijn abstracte visie vertaalde zich in grafische prints op breisels en allover motieven op jassen.

“Noel Fielding is een man met vele gezichten: een acteur, een komiek, maar ook een artiest, een muzikant, een schrijver. Vandaag de dag moet je een multitasker zijn, iemand die de doorsnee ontstijgt,” vertelde Silvia Fendi aan Vogue. “En ik denk dat we in de toekomst, als we hieruit komen, allemaal meer individualistisch zullen willen zijn in onze manier van kleden. Hij is dat al: een tableau vivant.”

Topontwerpers kijken naar de kunstwereld voor inspiratie

Over opkomend individualisme gesproken: de damescollectie van Fendi die in februari wordt gepresenteerd, is de eerste onder creatief directeur Kim Jones, zelf een expert in het creëren van de meest populaire kunstwereldsamenwerkingen. Voor zijn eerste Dior-mannenshow in 2018 trok Jones straatkunstenaar Brian Donnelly, alias KAWS, aan en voor de herfst van 2019 werkte hij samen met de kunstenaar Raymond Pettibon; afgelopen zomer bezocht Jones de Japanse kunstenaar Hajime Sorayama in haar studio om een samenwerking tot stand te brengen nadat hij haar werk in een galerie in Tokio had gezien, en voor de herfst van 2021 benaderde hij de in New York gevestigde Kenny Scharf, een tijdgenoot van Basquiat, om samen prints te maken in de kenmerkende cartoonstijl van de kunstenaar.

Sterling Ruby, de Californische kunstenaar die in de modewereld vooral bekend is om zijn tien jaar durende creatieve samenwerking met Raf Simons, zowel in de gelijknamige mannenmodecollectie van de Belgische ontwerper als tijdens zijn creatief directeurschap bij Calvin Klein, werd toegelaten tot het Haute Coutureprogramma dat afgelopen week plaatsvond. Hij lanceerde zijn merk S.R. Studio. L.A. C.A. op de Pitti Uomo beurs in Florence in 2019, maar hij vervaagt al drie decennia de lijnen tussen kunst en mode door garen, stiksels, patchwork, geverfd en gebleekt textiel in zijn kunstpraktijk te verwerken. Voor de eerste Prada collectie onder leiding van Raf Simons opteerde de Belgische ontwerper ook voor een kunstenaar, dit keer Peter Potter.

De Noord-Ierse ontwerper Jonathan Anderson is een liefhebber van hedendaagse kunst en voorstander voor collabs. In 2016, terwijl andere ontwerpers pop-ups openden, creëerde hij de Jonathan Anderson Workshops waar het werk van gelijkgestemde creatieven in keramiek, beeldhouwkunst en fotografie werd getoond, en in 2017 stelde hij een tentoonstelling samen in de Hepworth Wakefield galerie in Yorkshire. In zijn rol als creatief directeur bij het Spaanse merk Loewe, dat eigendom is van LVMH, werkte hij in 2018 samen met de hedendaagse Britse kunstenares Anthea Hamilton om een meeslepende installatie te creëren voor Tate Britain en deed hij opnieuw een beroep op haar toen de pandemie verhinderde dat het huis een show kon organiseren voor SS21. De reünie leidde tot de creatie van levensgrote posters van looks uit de collectie, getiteld “Show-On-A-Wall”, die vervolgens naar redacteuren werden gestuurd, samen met lijm en een schaar, zodat ze ze thuis konden opplakken. Voor zijn eigen JW Anderson lijn creëerde hij een capsulecollectie met het Britse kunsternaarsduo Gilbert and George voor lente-zomer ‘19 en voor lente-zomer ‘20 nodigde hij de Canadese beeldhouwster Liz Magor uit om mee te werken nadat hij haar werk had gezien in een tentoonstelling van de Harvard Universiteit en zich realiseerde dat ze vergelijkbare thema’s verkenden. Als erkenning voor zijn bonefide art cred, is Anderson benoemd tot trustee van het Victoria & Albert Museum en is een privéverzamelaar van meer dan 300 kunstwerken, waaronder stukken van Magali Reus en Cy Twombly.

Misschien wel meer dan welke andere werkende ontwerper begrijpt Anderson dat een gedeelde economie en kruisbestuiving van creatieve ideeën onze tijd bepalen, en dat de eeuwenoude dialoog tussen kunst en mode niet kan worden gereduceerd tot een marketing gimmick om portemonnees en sneakers te verkopen. “Ik denk dat het minder elitair is als je geen segregatie in creativiteit hebt,” vertelde Anderson aan Artnet, “Voor mij is het allemaal één grote boodschap. Het gaat gewoon over geobsedeerd zijn.”

De liefde tussen mode en kunst is nu belangrijker dan ooit

De hedendaagse vereniging van kunst en mode gaat niet over verheven elitairen die elkaar op de schouders kloppen. Het is hoge cultuur met een nuchtere houding en, in de samenwerkingen met graffitikunstenaars, een uitloper van onze niet aflatende fascinatie voor luxelabels die met streetwear zijn verrijkt. Maar als de vermenging van de mode met de kunstwereld zou kunnen beïnvloeden hoe we naar kleding kijken, zodat deze in de fysieke ruimte van onze kasten dezelfde emotie overbrengt als een meesterwerk in een galerie, zou dat een bonus zijn. We zouden onze kledingstukken voor het leven kunnen koesteren en ze zelfs als verzamelobjecten kunnen beschouwen.

Nadat de Black Lives Matter-beweging iedereen de ogen heeft geopend voor de overheersende witheid en vooringenomenheid in onze industrie, bieden collabs een middel om naar buiten te kijken. Samenwerkingen stellen ons niet alleen in staat om creatieven aan tafel te krijgen die nog niet eerder een plaats hebben gekregen, maar ook om nog een stapje verder te gaan, om deze creatieven te ontmoeten waar ze zijn. Het is het minste wat de mode kan doen, van zijn luie kont komen en gaan kijken wat er zich aan de andere kant van zijn ommuurde terrein bevindt. Voor de lente/zomer collectie van 2021 heeft de samenwerking van Dior met de Ghanese kunstenaar Amoako Boafo het modebewustzijn wakker geschud met Boafo’s met de vingers geschilderde portretten van zwarte onderwerpen, en het huis heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om een donatie te doen aan de Afrikaanse kunstenaar en zo een voorbeeld te stellen van het verheffen van niet-blanke stemmen in de mode-industrie en het steunen van creatieve inspanningen.

Als, zoals Silvia Fendi zegt, de post-pandemische mens aan de doorsnee ontstijgt, dan onderstreept het afnemende onderscheid tussen een schilderij dat met een spijker aan de muur hangt en een jurk die met riempjes aan een kleerhanger hangt dit sentiment. De maatschappij werpt haar etiketten en silo’s af. En kunst wordt al maanden niet meer bekeken in een galerie door de gedwongen sluitingen van deze instellingen door het coronavirus. Kunst beweegt zich nu in onze sociaal gedifferentieerde maatschappij, fladderend aan zomen of pontificaal aan de voorkant van een trui.

Beelden (op volgorde van verschijning): Schiaparelli SS17, Catwalkpictures; Fendi AW21, Catwalkpictures; YSL Credit Pierre Verdy / AFP

Dit artikel is eerder verschenen op FashionUnited.COM, vervolgens vertaald en bewerkt naar het Nederlands door Ilona Fonteijn.