(advertentie)
(advertentie)
Hema bouwt alle Benelux-winkels om naar internationaal concept

Warenhuis Hema kiest definitief voor het internationale winkelconcept in de Benelux. In de afgelopen maanden werd er al een pilot gedaan in verschillende vestigingen en dat was een groot succes. Alle winkels in Nederland en België zullen in de komende maanden en jaren worden omgebouwd.

De eerste winkels zullen al in het voorjaar worden omgebouwd. In zo’n 26 weken zullen 386 winkels (“circa 15 winkels per week”) voorzien worden van het nieuwe winkelconcept. Het nieuwe concept zal tussen mei en oktober geïntroduceerd worden in de winkels, laat Hema weten. De eerste winkels die worden omgebouwd zijn de wat kleinere vestigingen. In de loop van het jaar start Hema met enkele grote testwinkels. Als deze pilot ook succesvol is, zullen deze grote Hema-winkels in 2018 ook worden omgebouwd.

De beslissing over de internationale formule viel na een uitgebreide testfase in Nederland en België. “De resultaten van de proef zijn zeer positief, waardoor Hema heeft besloten om de winkelformule ook in de Benelux in 2017 verder uit te rollen. Hema verwacht dat de effecten van de invoering van de internationale winkelformule in de loop van 2018 terug te zien zijn in de resultaten. Het invoeren van de internationale winkelformule is voor Hema een belangrijk onderdeel van de revitalisering van de Benelux,” meldt Hema in een persbericht.

Hema bouwt alle Benelux-winkels om naar internationaal concept

Hema kiest voor internationale winkelconcept in de Benelux

De internationale winkels van Hema zien er anders uit dan de huidige vestigingen in Nederland en België. De winkelformule, die al enkele jaren in het buitenland te vinden is, slaat erg aan bij de klanten in de Benelux, laat Hema weten. Bij het internationale concept zijn de winkels ingedeeld in ‘werelden’. Zo zijn dames- en herenmode naast elkaar gepositioneerd, en vinden klanten alle producten voor de badkamer, keuken, baby en woonkamer bij elkaar. In het nieuwe concept staan bijvoorbeeld alle damesproducten bij elkaar; van lingerie tot sokken en mode. Naast een andere ordening wordt de indeling ook aangepakt. De gangpaden worden breder, zodat er nog steeds genoeg ruimte is om te lopen als er een kinderwagen of scootmobiel staat. Dat betekent minder ruimte op de schappen, maar dat wordt opgelost door vaker bij te vullen. Ook worden de producten uitgestald op tafels en paspoppen in plaats van gangpaden.

“Klanten waarderen vooral de overzichtelijkheid en de frisse uitstraling van de winkels. De indeling in werelden en de dominante productpresentatie maakt in één keer duidelijk waar producten in de winkel te vinden zijn. Bovendien bieden de werelden klanten veel meer inspiratie. Daarnaast zijn de winkels veel ruimer opgezet en prettiger om in te winkelen,” aldus Hema.

Hema bouwt alle Benelux-winkels om naar internationaal concept

CEO van Hema Tjeerd Jegen laat in een persbericht weten: “Onze winkels zijn in het buitenland erg populair, ook onder Nederlandse klanten die op reis zijn. Natuurlijk zijn onze winkels in Nederland en België ook geliefd bij onze klanten, maar we merken wel een duidelijk verschil. Doordat we onze internationale winkels op een slimme en frisse manier hebben ingedeeld, kunnen onze klanten onze producten veel makkelijker vinden. In Nederland moeten klanten nog te vaak zoeken naar producten en zijn we minder goed in staat om onze klanten in de winkel te inspireren. Daarom gaan we de internationale winkelformule ook in de Benelux uitrollen om het winkelen voor onze klanten nog makkelijker en inspirerender te maken.”

Beeld: Facebook Hema, Facebook Hema België, Facebook Spanje

Consumenten zijn gefrustreerd over fysiek winkelen

Winkelen in grote winkelstraten wordt door veel consumenten als een groot frustratiepunt gezien. Een derde zou liever de afwas doen dan high street shopping en 40 procent ziet winkelen als een klus. Dat concludeert Capgemini in onderzoek naar fysiek winkelen.

Aan het rapport ‘Making the Digital Connection: Why Physical Retail Stores Need a Reboot’ werkten 6.000 consumenten en 500 bedrijfsleiders mee aan het onderzoek, uit 9 verschillende landen (Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Zweden, China en de Verenigde Staten). Opvallend is de kloof tussen retailers en consumenten en het belang van fysieke winkels. Zeker 81 procent van de bedrijfsleiders vindt de winkel belangrijk, terwijl slechts 45 procent van de consumenten het daarmee eens is.

De consumenten zijn vooral gefrustreerd over fysiek winkelen, omdat retailervaringen in de winkelstraat achterblijven ten opzichte van digitale ontwikkelingen. Fysieke winkels staan te veel los van online winkels. De frustratie is het hoogst in Zweden en Spanje, waar 54 procent en 59 procent van de consumenten winkelen als een verplichte klus zien. In China en De Verenigde Staten zijn ze milder met 29 procent en 31 procent.

Consumenten zijn gefrustreerd over fysiek winkelen

Consumenten voelen kloof tussen digitaal en fysiek winkelen

Meer dan de helft van de bedrijfsleiders in de retail, namelijk 54 procent, geeft toe dat ze traag zijn in het digitaliseren van hun fysieke winkels. Consumenten hebben er vooral last van dat ze bepaalde features niet terug kunnen vinden in de fysieke winkels, terwijl die online wel beschikbaar zijn. Zo vindt 71 procent het moeilijk om in een fysieke winkel vergelijkbare producten te vinden. Ook is 66 procent gefrustreerd over de lange wachtrijen voor de kassa. Consumenten klagen tevens dat de aanbiedingen die ze in de winkel ontvangen niet relevant zijn of dat ze het product wat ze zoeken simpelweg niet kunnen vinden.

Een slechte klantentevredenheid is een van de twee uitdagingen waar retailers tegenaan lopen. Steeds meer klanten kiezen voor andere retailmodellen dan de fysieke winkel om aan hun waar te komen. Zo staat 57 procent van de consumenten open voor aankopen via de producent zelf. Ook aankopen via technologische spelers als Google, Apple en Facebook, in samenwerking met lokale retailers, ziet 59 procent wel zitten. Zeker 71 procent van de consumenten overweegt traditionele retailers te passeren. Vooral in China denken ze daarover na, waar zeker 87 procent van de consumenten alternatieven overweegt.

Consumenten zijn gefrustreerd over fysiek winkelen

Digitalisatie is een moeilijk te realiseren prioriteit voor retailers

Retailers erkennen het belang van digitalisatie in hun winkel, blijkt uit het rapport. Bij 78 procent is het ook een van de topprioriteiten, maar er zitten wel wat haken en ogen aan. Zo hebben bedrijfsleiders niet altijd het budget om technologische investeringen te doen en is het personeel niet voldoende opgeleid. Zeker 40 procent van de retailers is nog bezig met de ‘funderingen leggen’ van de digitalisatie, zoals wifi in de winkel. Eenzelfde hoeveelheid bedrijfsleiders wil juist liever niet digitaliseren. Zeker 43 procent van de bedrijfsleiders zegt dat het onmogelijk is om het rendement te meten van de investering in digitalisering in de winkel, ondanks het hoge verbruik van digitale initiatieven. Slecht 18 procent van de bedrijfsleiders uit het onderzoek heeft daadwerkelijk digitalisaties doorgevoerd en behaalt daar ook voordelen mee.

Mike Petevinos, global head of consumer products & retail bij Capgemini Consulting, reageert: “Shoppers zijn steeds meer losgekoppeld van de in-store ervaring, en het is makkelijk om te zien waarom. De meeste fysieke winkels blijven hardnekkig 'offline', niet in staat om de snelheid, flexibiliteit en pure gebruiksgemak dat de consument voor lief nemen op websites bieden.” Hij stelt dat veel winkels niet snel genoeg digitaliseren, omdat het realiseren van de investering uitdagend is.

De toekomst van de offline winkel ligt echter nog niet aan duigen; wat kunnen retailers doen? Zeker 70 procent van de consumenten wil nog steeds producten aanraken en voelen voor ze het kopen. Daarentegen moet de winkel wel een meerwaarde gaan bieden ten opzichte van de online retailer. Zo wil 75 procent voorafgaand aan het bezoek al weten of een product op voorraad is en 73 procent verwacht dat de bestelde items nog dezelfde dag thuisbezorgd worden. Ook verwachten consumenten (68 procent) ‘loyaliteitspunten’ voor hun tijd in de winkel en herhaalbezoeken. Daarnaast wil 61 procent een lidmaatschap dat lagere prijzen biedt.

Kees Jacobs, consumer goods & retail lead, insights & data global practice bij Capgemini voegt toe: “De fysieke winkels van de toekomst moeten heel anders zijn als ze consumenten een reden willen geven om achter hun computer vandaan te komen, de afwas te laten voor wat ‘ie is en een bezoek te brengen. Wat in dit rapport duidelijk wordt is dat ze nog steeds een belangrijke rol spelen. De industrie gaat in de komende jaren een fascinerende strijd zien die beslist hoe het nieuwe ‘ras’ winkels eruit gaat zien. De strijd om een moderne retailervaring te creëren, tussen traditionele retailers met een lange en succesvolle geschiedenis in het bouwen van high street stores en de digitale nieuwkomers die het internet bouwen en mobiele technologie creëren, is finely poised.”

Beeld: FashionUnited

America Today opent eerste shop-in-shops in de Bijenkorf

America Today gaat shop-in-shops openen in de Bijenkorf. De stap volgt op een succesvolle online samenwerking via de webwinkel. Dat meldt America Today.

De eerste shop-in-shops van het merk zullen in januari geopend worden in de Bijenkorf-vestigingen in Rotterdam en Den Haag. De winkel in de Bijenkorf in Rotterdam gaat op 19 januari open, en een dag later opent de shop-in-shop in de Haagse vestiging. Het merk start met het aanbieden van de America Today junior collectie.

E-Commerce manager Gerdien van Vuurde laat weten: “We zijn erg tevreden met de verkoopresultaten van onze collectie op de online kanalen van De Bijenkorf en verwachten dan ook veel van de uitbreiding naar de fysieke winkels. De samenwerking past daarnaast mooi in de omnichannel strategie die we voor America Today hebben ingezet en maakt onze collectie nog beter beschikbaar voor onze doelgroep.”

Sinds september zijn de kinder-, dames- en herencollecties verkrijgbaar in de webshop van de Bijenkorf.

Beeld: America Today

Glazen gevel van Chanel-pand PC Hooftstraat is nu al gebarsten

Het pand met glazen gevel aan de PC Hooftstraat, waar Chanel tijdelijk in is gevestigd, is nu al beschadigd. Er zijn scheuren ontdekt in de voegen van de gevel, meldt Bouwwereld.nl.

De glazen stenen van de gevel zijn verlijmd met zeer dunne lijm, waardoor de tolerantie ‘vrijwel nul is’, stelt Bouwwereld.nl. Mogelijk is de thermetische werking de oorzaak.

Architectenbureau MVRDV heeft de gevel ontworpen. Het pand, dat de naam ‘Crystal Houses’ draagt en tijdelijk wordt gehuurd door Chanel. Het klassieke gevelontwerp van de panden die voor dit pand moesten wijken is nagebootst, maar dan in massief glas. Zo bestaat de gevel uit glazen bakstenen, doorzichtig cement, glazen kozijnen en glazen deurklinken.

Jan Knikker, persvoorlichter van MVRDV, laat aan FashionUnited weten: "Het cement is tijdens het uitharden gescheurd. Het heeft geen consequenties voor de veiligheid van de gevel." Om deze reden wordt de gevel ook niet gerepareerd. "Jammer, vooral uit ethestisch oogpunt," vindt Knikker.

Al bij de ontwikkeling van de gevel is er rekening gehouden met de mogelijkheid dat er iets kon scheuren. Knikker: "Het is iets nieuws, een innovatief ontwerp, dus dat kan gebeuren." Opvallend genoeg is het zelfs ter sprake gekomen in de voorgesprekken. "De ingenieur wist er van en heeft de mogelijkheid dat het kon gebeuren geaccepteerd."

Glazen gevel van Chanel-pand PC Hooftstraat is nu al gebarsten

Voor de productie van de glazen bakstenen werd het in Venetië gevestigde Poesia aangetrokken. Het architectenbureau wilde oorspronkelijk de hele gevel in glas uitvoeren, maar daar was stadsdeel Amsterdam-Zuid niet voor in. Daarom is de bovenzijde van de gevel uitgevoerd in baksteen.

Het ontwerp heeft al prijzen en nominaties in de wacht gesleept. Crystal Houses won de publieksprijs van de Dutch Design Awards en werd genomineerd voor de World Architecture Festival in de categorie ‘shopping’.

Beeld: MVRDV

Vanaf deze week biedt het Parijse modemerk Alaïa zijn voorjaarscollectie online exclusief via Net-a-Porter aan. Het is de eerste keer dat het huis nagenoeg zijn hele collectie online zal verkopen, zo meldt WWD.

Tot dusverre waren de schoenen, tassen en accessoires van het merk, dat in de jaren 90 groot werd, via Net-a-Porter verkrijgbaar, maar ontbrak het aan de damesmode. Onder de nieuwe overeenkomst zal Alaïa voor het eerst een selectie van 60 stukken van de voorjaarscollectie online verkopen. Tot de selectie behoren de kenmerkende gebreide jurken waar het merk bekendheid mee vergaarde, alsmede seizoensitems.

”We wilden onze klanten een groot assortiment aanbieden, dus hebben we diverse klassieke gebreide jurken in verschillende kleuren ingekocht, met verschillende mouwlengtes en roklengtes,” zei Net-a-Porter inkoper Holly Russel in een interview met WWD.

Naast de 22 verschillende jurken in het aanbod, zal de site ook topjes en rokjes bieden die gemakkelijk met elkaar gecombineerd kunnen worden. “Onze klant kennende, zullen deze categoriën goed verkopen,” aldus Russel, die hieraan toevoegde dat de Alaïa klant zeer trouw is en het product goed keurt, en dus makkelijk zal overgaan tot het doen van online aankopen.

Voor Net-a-Porter is het een coup om de ready-to-wear collectie van Alaïa binnen te halen. De e-tailer weet steeds vaker merken die aanvankelijk huiverig waren voor online activiteiten over de streep te trekken. Zo lukte het Net-a-Porter vorig jaar om Prada en Chanel te strikken.

Inditex breidt internationale aanwezigheid Lefties uit

Outletformule Lefties, de minder bekende dochter van het Spaanse modebedrijf Inditex, zet in op een uitgebreide, internationale expansie. Afgelopen december opende de moderetailer een eerste winkel buiten Europa in Qatar en ook de recent opgeknapte winkels duiden er volgens Reuters op dat Lefties de concurrentie wil aangaan met ketens als Primark, H&M en Forever 21.

In november van vorig jaar knapte Lefties niet alleen fysieke winkels, maar ook haar website op. Hoewel via die website niet kan worden gewinkeld, kunnen producten wel online worden gereserveerd. Daarbij gaat het onder andere om low-cost jassen, denim, basics, jurken, sportkleding, schoenen en accessoires waarvan de prijzen te vergelijken zijn met die van Primark en H&M.

Waar Lefties eerder werd beschouwd als een pop-up discounter, werkt de retailer volgens Reuters aan het versterken van het portfolio en het bereik ervan. In plaats van Zara’s overschotten te verkopen, heeft Lefties nu eigen collecties en het merk zou ontwerpers, fabrikanten en groothandelaars hebben ingehuurd om de producten van het merk nieuw leven in te blazen.

Hoewel Inditex nog geen concrete, verdere uitbreidingsplannen heeft aangekondigd, zou het modeconcern de uitbreiding van het aantal Zara-winkels hebben stopgezet om zich meer te kunnen richten op het uitbreiden van Lefties in Spanje en Mexico.

Lefties werd in 1993 opgericht en was lange tijd enkel aanwezig in thuisland Spanje, maar breidde later ook uit naar Portugal, Mexico en Rusland. Met de nieuwe winkel in de Doha Mall in Qatar beschikt de outletformule in totaal over 134 filialen. Hoewel Lefties voorheen niet zo populair was als zustermerken Bershka, Zara, en Massimo Dutti, boekte het in 2015 een omzet van 162,1 miljoen euro, een stijging van 22 procent ten opzichte van 2014. De nettowinst kwam uit op 1,8 miljoen euro, tegenover een verlies van 0,4 miljoen euro het jaar ervoor.

Beeld: Lefties Facebook

Het einde lijkt nabij voor American Apparel

Sinds het Canadese Gildan Activewear de nieuwe eigenaar is, lijkt het gedaan met American Apparel in de Verenigde Staten. De 110 Amerikaanse winkels worden in rap tempo gesloten en zeker 2.400 medewerkers verliezen hun baan.

De Noord-Amerikaanse ketens zullen binnen 90 tot 120 dagen (voor eind april) allemaal dicht zijn. Het hoofdkantoor in Los Angeles, het distributiecentrum in La Mirada, Californië en de productielocaties Garden Grove en South Gate sluiten ook hun deuren. Verder staan er nog 1.000 banen op de tocht, maar daar is nog geen duidelijkheid over, zegt een woordvoerder in een statement.

Vorige week werd Gildan Activewear de nieuwe eigenaar van American Apparel, nadat het een bod had gedaan van 88 miljoen dollar (82,5 miljoen euro). Bij de overname meldde het Canadese bedrijf al dat het niet door zou gaan met de kledingketen in de Verenigde Staten. Analisten voorspellen dat het merk alleen via groothandel en warenhuizen verkrijgbaar zal blijven.

Het einde lijkt nabij voor American Apparel

Tegen het einde van 2016 werden er al 12 van de 13 winkels in Groot-Brittannië gesloten, ook de e-commerce in Europa is opgehouden. In Nederland heeft American Apparel nog twee winkels en in België zit nog een vestiging in Antwerpen. Het is niet duidelijk wat er met deze winkels gaat gebeuren.

American Apparel sluit 110 winkels in de Verenigde Staten

De rechter gaf vorige week toestemming voor de overname van American Apparel. Gildan Activewear betaalde 88 miljoen dollar voor het intellectuele eigendom en de productieapparatuur, evenals 15 miljoen dollar voor de groothandel inventaris en inkooporders. Er werden ook kleinere deals gesloten voor andere locaties, waaronder Garden Grove. De nieuwe eigenaar Broncs verwacht 300 banen te kunnen redden.

Eerder liet Gildan nog weten rekening te houden met geschiedenis en erfenis van American Apparel. Ook zou de productie in de Verenigde Staten blijven. Nu lijken de zaken heel anders te liggen. Op het hoofdkantoor in Californië en productielocaties worden veel banen geschrapt. De nieuwe eigenaar laat de meeste collecties al in de lagelanden maken en het ziet ernaar uit dat ook American Apparel daar geproduceerd zal worden. In dat geval zal het merk afscheid moeten nemen van de slogan 'Made in the USA - Sweatshop Free, Designed, Cut and Sewn in Los Angeles'.

Het einde lijkt nabij voor American Apparel

“Het bedrijf heeft al een aantal maanden geleden een Warn Act Notice uitgegeven, om medewerkers te laten weten dat een verkoop kon leiden tot het reduceren van de business gebieden, afhankelijk van de koper,” stelt een woordvoerder maandag. Ze wijst erop dat het bedrijf, dat vaak overhoop lag met medewerkers, ‘constant geschreven en gesproken heeft’ met het personeel, om hen op de hoogte te stellen van het verkoopproces en de bijbehorende verwachtingen. Ook heeft het bedrijf verschillende activiteiten georganiseerd, zoals carrière coaching, een resource center en een banenmarkt.

American Apparel, dat vooral voor opschudding zorgde met shockerende reclamecampagnes, beleefde gouden tijden in 2007. Daarna ging het snel bergafwaarts met het bedrijf, dat sinds 2010 jaarlijks verliezen bij schreef. In 2014 werd oprichter Dov Charney geschorst en ontslagen vanwege wangedrag. Ook zou hij misbruik hebben gemaakt van collectieve fondsen. Sinds zijn vertrek is het niet meer goed gekomen met American Apparel. In november vroeg het bedrijf voor de tweede keer Chapter 11 Bankruptcy Protection aangevraagd aan. De aanvraag lijkt op uitstel van betaling. De Amerikaanse keten kwam in de problemen, slechts enkele maanden na het aflossen van de schuld van 200 miljoen dollar en de vorige aanvraag van Chapter 11 in februari 2016.

Beeld: American Apparel website en Facebook

Schoenketen VanHaren betreedt de Belgische markt

Met het omvallen van ketens als Schoenenreus en Scapino ziet de Nederlandse schoenenretailer VanHaren kansen in België. De keten wil de komende jaren zo’n vijftig tot zeventig Belgische filialen openen, te beginnen met drie vestigingen in Oost-Vlaanderen. Dat heeft VanHaren laten weten tegenover het Algemeen Dagblad.

De eerste vestigingen in Aalst en Tielt-Winge openen in april al hun deuren. In het najaar volgt bovendien een winkel in Genk. Verder wil VanHaren in België een omnichannel speler worden. De Belgische webshop Vanharen.be gaat daarbij begin april online.

VanHaren opent tientallen winkels in België

Mede door het wegvallen van concurrenten Schoenenreus en Scapino, die na hun faillissement geen doorstart meer maakten in België, ziet VanHaren kansen op de Belgische markt. Daarnaast ziet Bie Buelens, directeur van VanHaren België, dat er in het middensegment nu vooral kleinere Belgische schoenenretailers actief zijn. “Wij kunnen goede schoenen verkopen voor een lagere prijs dan de bestaande spelers, omdat we zoveel schaalvoordelen hebben,” aldus Buelens tegenover het AD.

Schoenketen VanHaren betreedt de Belgische markt

Volgens Buelens ontbrak er op de Belgische markt dan ook een schoenenretailer als VanHaren. “Het aanbod van VanHaren past namelijk goed bij de Belgische bevolking: we zijn er voor iedereen en voeren een breed en kwalitatief aanbod van zowel huismerken als bekende A-merken zoals Nike en Adidas, tegen prijzen die significant lager zijn dan die van de bekende spelers in het middensegment. We verkopen schoenen tussen pakweg 20 en 80 euro, van een kwaliteit die merkbaar beter is dan die van de echte discounters.”

CEO VanHaren: “2016 was in alle opzichten een mooi jaar”

VanHaren wil zich net als in Nederland op A-locaties in de steden gaan vestigen, liefst in panden van 300 vierkante meter of groter. Daarnaast laat het familiebedrijf haar ogen vallen op wat grotere locaties in winkelcentra en in de periferie. De keten heeft echter nog geen concreet aantal filialen voor ogen. “We willen gezond groeien. Dat is het belangrijkste,” zegt Buelens, die samen met Robert Vos de Belgische directie vormt.

Schoenketen VanHaren betreedt de Belgische markt

Volgens Buelens worden de collecties in België wel iets anders dan in die Nederland. “Dat draait niet alleen om die centimeter die Nederlanders groter zijn. In Wallonië worden bijvoorbeeld hogere hakken gedragen. Nederlanders lopen massaler achter dezelfde trends aan. Belgen zijn individualistischer.”

VanHaren heeft in Nederland niet zichtbaar geleden onder de afgelopen economische crisis, zo laat CEO Krein Bons tegenover de krant weten. Zo ziet hij het aantal verkochte schoenen al twaalf jaar op rij groeien en hoewel de cijfers van boekjaar 2016 nog niet bekend zijn, was het volgens Bons “in alle opzichten een mooi jaar”. “Ook het aantal bezoekers in de winkels is weer toegenomen. Dat is belangrijk, want dat toont aan dat mensen nog steeds graag winkelen.”

VanHaren werd in 1929 opgericht door Ivo VanHaren, maar omdat er in zijn familie geen opvolging was, werd het bedrijf in 1985 verkocht aan de Duitse Deichmann-groep. In 2015 was de schoenketen goed voor een omzet van ruim 160 miljoen euro, met meer dan 140 fysieke winkels en een webshop. Moederbedrijf Deichmann boekte in dat jaar een omzet van 5,3 miljard euro. Het in Essen gevestigde concern is met ruim 3.700 winkels actief in 24, en binnenkort dus 25, landen.

Beeld: VanHaren Schoenen Facebook

Aantal faillissementen nog steeds het hoogste in detailhandel

In bijna alle bedrijfstakken daalt het aantal faillissementen, maar in de detailhandel gaan nog steeds de meeste bedrijven failliet. In 2016 werden er 952 faillissementen uitgesproken in de handel. Dat meldt CBS.

In de groothandel waren er 449 faillissementen en in de detailhandel 425. In vergelijking met 2015 daalde het aantal faillissementen echter wel met 15 procent, oftewel 166 failliete bedrijven.

Eerder werd al bekend dat er in de maand november 4,5 procent meer werd omgezet in de detailhandel dan een maand eerder. Op oktober na was dit de hoogste omzetgroei in 2016. De volumes namen met 3,5 procent toe. Zowel in de foodsector als non-foodsector werd een hogere omzet gerealiseerd. De online omzet steeg het meest met bijna 25 procent. De omzetcijfers zijn gecorrigeerd voor verandering van de samenstelling van de koopdagen; zonder correctie was de omzet ruim 7 procent hoger dan een jaar eerder in november.

Net als in oktober steeg de omzet van kledingwinkels fors. In oktober werd een omzetstijging van 14,4 procent gerapporteerd; in november was dat 10,4 procent. De omzet uit schoenen en lederwaren liep terug met een daling van 3,7 procent. In oktober was er nog een stijging van 8,8 procent.

De online omzet groeide in november met 24,5 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Webwinkels zetten 22,9 procent meer om. De online omzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is (multi-channelers) groeide met 26,6 procent.

Beeld: FashionUnited

Dit is hoe retailers Generatie Z voor zich kunnen winnen

Ze staan ook wel bekend als de eerste ‘’digitale natives’’, omdat ze opgroeien in een wereld waarin sociale media onmisbaar zijn geworden en waarin winkelen veelal online gebeurt: Generatie Z. De jongeren die tot deze generatie behoren zijn geboren tussen 1995 en 2012, en naar verwachting zal de wereldwijde Generatie Z populatie rond 2020 bestaan uit maar liefst 2,6 miljard jongeren. Voor bedrijven zal het daarom steeds belangrijker worden om beter in te spelen op de wensen van deze consumenten. Onderzoeken wijzen uit dat jongeren behorend tot Generatie Z heel anders denken dan hun voorgangers - de millennials, geboren tussen het eind van de jaren tachtig en midden jaren negentig. De vraag is dus: wat moeten retailers weten om succesvol in te spelen op de behoeften van deze generatie?

#1 Meerderheid Generatie Z winkelt nog het vaakst offline

De jongeren uit Generatie Z mogen dan wel een groot deel van de dag doorbrengen achter een scherm: wanneer het winkelen betreft, gaat de voorkeur toch vaker uit naar een fysieke winkel. Uit een wereldwijd onderzoek dat op donderdag werd gepubliceerd door IBM en de Amerikaanse National Retail Federation (NRF), bleek dat 67 procent van de 15.000 ondervraagde consumenten het vaakst offline winkelt. 31 procent van de ondervraagden winkelt ‘’af en toe’’ in een fysieke winkel.

“Generatie Z waarderen de hands-on ervaring van shoppen in een echte winkel,” aldus NRF CEO Matthew Shay. “Met aan de ene kant de continue vernieuwing op het gebied van technologie en aan de andere kant het gegeven dat sommige winkel-gewoonten hetzelfde zijn gebleven, moeten retailers flexibel genoeg zijn om op beide ontwikkelingen in te spelen.”

Dit is hoe retailers Generatie Z voor zich kunnen winnen

#2 Generatie Z bereiken? Betrek ze bij het bedrijf

In vergelijking met consumenten uit respectievelijk Generatie X en Y, blijken de jongeren uit Generatie Z nog minder interesse te hebben in advertenties. Consultancy bureau Kantar Millward Brown ondervroeg recentelijk consumenten die behoren tot een van deze drie generaties, en iets meer dan de helft van de ondervraagden uit Generatie Z (52 procent) gaf aan reclame uitingen te mijden uit een gebrek aan interesse. Onder consumenten uit Generatie X en Y gaven respectievelijk 45 en 49 procent aan hetzelfde te doen.

Hoe bedrijven deze jongeren toch kunnen bereiken? Betrek ze bij het bedrijf! 36 procent van de jongeren gaf aan bereid te zijn om zelf digitale content te creëren voor een bedrijf, en 43 procent zou wel een product willen beoordelen en daarover schrijven. In plaats van hen te zien als passieve ontvangers, zouden bedrijven er dus beter aan doen om deze consumenten juist bij het bedrijf te betrekken, door hen te vragen mee te denken en hun mening te geven. Tegelijkertijd zou deze aanpak ook effectief zijn om hun vrienden te bereiken: een aanbeveling afkomstig van iemand uit de eigen sociale kring is altijd geloofwaardiger dan een soortgelijk bericht namens een bedrijf.

Dit is hoe retailers Generatie Z voor zich kunnen winnen

#3 Neem online privacy serieus: dat doet Generatie Z ook

Een ander opvallende uitkomst van het onderzoek dat IBM en de NRF hebben uitgevoerd, is dat Generatie Z privacy erg belangrijk vindt. In een tijd waarin alles wat je online plaatst gemakkelijk tegen je kan worden gebruikt, neemt deze generatie een voorzichtige houding aan.

Met name betaalinformatie wordt gezien als gevoelig: slechts 18 procent van de ondervraagden gaf aan dit type informatie te willen delen met bedrijven. Het liefst zouden de jongeren anoniem betalen. Ook persoonlijke informatie over hun leven, willen de ondervraagden liever niet delen met bedrijven: slechts 21 procent van de jongeren gaf aan deze informatie te willen delen. Wanneer het niet anders kan en de jongeren de genoemde gegevens toch moeten verstrekken, vindt 61 procent van hen dat het bedrijf moet garanderen dat het de data zal beschermen en veilig opslaan. Bovendien vindt bijna de helft van de jongeren (43 procent) dat e-tailers duidelijk en eerlijk moeten aangeven waarvoor de opgegeven informatie zal worden gebruikt. Voor bedrijven geldt dus dat zij het vertrouwen van Generatie Z kunnen winnen door transparant te zijn over wat met hun gegevens gebeurt en er tegelijkertijd te zorgen voor een ijzersterke beveiliging. Hoewel millennials ogenschijnlijk minder moeite hadden met het delen van lief en leed op het web, lijkt Generatie Z door al het nieuws over hack-schandalen een stuk wantrouwiger te zijn geworden.

Beeld: Pexels