Performance Days groeit naar drie hallen en zet biogebaseerde vezels centraal
Performance Days was op 13 en 14 oktober 2026 in München groter dan ooit. Met voor het eerst drie beurshallen en meer dan 590 exposanten zette de beurs haar groei voort. Zoals altijd stonden innovatieve materiaalconcepten centraal, met ditmaal bijzondere aandacht voor biogebaseerde vezels.
De vakbeurs voor functioneel textiel besloeg circa 27.500 vierkante meter, verdeeld over drie hallen op het beursterrein in München. De uitbreiding weerspiegelt de grote vraag vanuit de internationale textielindustrie. Volgens beursdirecteur Marco Weichert was de beschikbare expositieruimte al maanden voor aanvang vrijwel volledig volgeboekt. Ook het internationale karakter van de exposantenlijst onderstreepte de belangstelling. Zo nam W. L. Gore & Associates voor het eerst deel aan de beurs. Membraanfabrikant Niber Technologies uit Singapore lanceerde er wereldwijd zijn nieuwe materialenmerk Nuspun.
De extra beursruimte bood ook plaats aan nieuwe themagebieden en evenementen. Daarmee wil de beurs materiaalinnovaties, kledingtechnologieën en technische ontwikkelingen in de gehele textielketen beter met elkaar verbinden. Zo ontwikkelt Performance Days zich steeds meer tot zowel een inkoopplatform als een kennis- en innovatiecentrum voor de sector.
Ademend vermogen centraal bij de ontwikkeling van prestatiematerialen
De verdere ontwikkeling van ademend vermogen, bescherming tegen weersinvloeden en draagcomfort kwam bij veel materiaalinnovaties terug. De nadruk ligt niet langer vooral op een zo hoog mogelijke waterdichtheid of maximale warmte-isolatie, maar op materialen die zich aanpassen aan wisselende inspanningen en gebruiksomstandigheden. Een goede vochtregulatie is vooral belangrijk bij sportactiviteiten waarbij de intensiteit snel verandert.
Niber Technologies is hiervan een voorbeeld. Het bedrijf uit Singapore introduceerde zijn nieuwe merk Nuspun, dat gebruikmaakt van elektrospinning. Bij dit proces worden extreem fijne nanovezels met behulp van hoogspanning samengebracht tot een membraan. Volgens het bedrijf is dit membraan dunner en beter dampdoorlatend dan conventionele membranen.
Door het aantal membraanlagen aan te passen, kunnen de eigenschappen gericht worden beïnvloed. Meer lagen verhogen de waterdichtheid, terwijl minder lagen het ademend vermogen bevorderen. Drie typen membranen voorzien in uiteenlopende behoeften op het gebied van waterdichtheid, windbescherming en vochtregulatie. De PFAS-vrije technologie kan bovendien op maat worden aangepast.
Nuspun richt zich vooral op ademende oplossingen voor activiteiten als hardlopen, fietsen, trekking en toerskiën. “We willen hiermee een nieuwe categorie creëren: Active Comfort”, zegt Jochen Lagemann, die sinds augustus 2026 commercieel directeur is bij Niber Technologies.
Volgens Lagemann veranderen de eisen die aan functionele kleding worden gesteld. “Sporters brengen tegenwoordig niet meer meerdere dagen achter elkaar in de bergen door. Alles is korter en sneller geworden. Voor de meeste mensen is regenkleding alleen nog een reserve in de rugzak. Ademend vermogen is veel belangrijker geworden.”
Isolatie: balans tussen warmte en ademend vermogen
De ontwikkelingen van Polartec en PrimaLoft laten zien hoe belangrijk de regulering van het lichaamsklimaat ook bij isolatiematerialen is. Beide bedrijven werken aan oplossingen die warmte-isolatie, vochtregulatie en gewicht beter in balans brengen.
Polartec introduceerde in november 2025 al AirCore. Dit prestatiemateriaal moet dankzij gerichte luchtcirculatie een droog microklimaat creëren en tegelijkertijd beschermen tegen wind en weersinvloeden. Op de beurs was de doorontwikkeling van Polartec Alpha een van de hoogtepunten. Dit actieve isolatiemateriaal heeft een open constructie die warmte-isolatie combineert met luchtcirculatie. Daardoor kunnen overtollige warmte en vocht bij wisselende inspanningen beter worden afgevoerd.
Het concept werd oorspronkelijk ontwikkeld voor militaire toepassingen, maar is inmiddels ingeburgerd in de outdoor-, duursport- en lifestylesector. De nieuwe generatie combineert de eigenschappen van actieve isolatie met een vernieuwde constructie die de slijtvastheid vergroot en meer ontwerpmogelijkheden biedt. Zo kan Polartec Alpha voor het eerst ook met wol worden gecombineerd.
Volgens Ramesh Kesh, senior vicepresident innovatie bij Milliken & Company en businessmanager bij Polartec, vermindert de nieuwe constructie bovendien de afgifte van microvezels met 30 tot 40 procent ten opzichte van eerdere versies.
Hierachter ligt een andere visie op isolatie. Warmte moet niet simpelweg worden vastgehouden, maar worden gereguleerd op basis van de activiteit en de omgevingsomstandigheden. Meer dan elf merken ontwikkelen al producten met de nieuwe technologie, aldus Kesh.
Ook PrimaLoft werkt aan isolatiemateriaal dat meer warmte vasthoudt bij een zo laag mogelijk gewicht. Het bedrijf ontwikkelt een variant met nog fijnere vezels, die meer warmte moeten vasthouden zonder dat daarvoor meer materiaal nodig is. De eerste producten worden verwacht voor herfst/winter 2027.
De huidige vezelbasis bestaat uit honderd procent gerecycled polyester uit plastic flessen. Vanaf herfst/winter 2027 wil PrimaLoft daarnaast voor het eerst isolatiemateriaal aanbieden dat is gemaakt met textiel-tot-textielrecycling, waarbij gebruikt textiel opnieuw als grondstof dient.
Biogebaseerde materialen: hoe kunnen vezels op basis van aardolie worden vervangen?
Met het thema ‘Bio-Based Materials – From Fiber to Fabric’ richtte Performance Days zich op een belangrijke vraag voor de sportkledingindustrie: hoe kunnen materialen op basis van aardolie worden vervangen door biogebaseerde alternatieven? Tijdens verschillende panels bespraken experts het potentieel van nieuwe grondstoffen en de uitdagingen rond opschaling, certificering en marktintroductie.
De textielindustrie richt zich bij het terugdringen van haar CO₂-voetafdruk tot nu toe sterk op de recycling van synthetische vezels. Biogebaseerde materialen bieden aanvullende mogelijkheden. “Bedrijven zoeken naar manieren om hun CO₂-voetafdruk te verkleinen, en biogebaseerde materialen kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren”, zegt Hao Ding van TotalEnergies Corbion.
Het bedrijf ontwikkelde Luminy, een recyclebaar en biologisch composteerbaar PLA-polymeer op basis van suikerriet. Volgens TotalEnergies Corbion kan dit materiaal een tot 85 procent lagere CO₂-voetafdruk hebben dan conventionele kunststoffen.
UPM Biochemicals kiest een andere aanpak. Het bedrijf introduceerde in 2023 samen met Vaude de eerste fleece van polyester op houtbasis. Doordat planten tijdens hun groei CO₂ opnemen, kan de klimaatimpact van het materiaal over de gehele levenscyclus lager uitvallen.
“Momenteel wordt in de Europese Unie besproken of deze CO₂-opname mag worden meegenomen in de berekening van de ecologische voetafdruk”, zegt René Bethmann, innovatiemanager bij Vaude. “Alleen met recycling zal het niet mogelijk zijn om de voetafdruk tot nul terug te brengen.”
Volgens de deelnemers aan de panels zijn ook politieke en economische prikkels nodig om het potentieel van biogebaseerde materialen te benutten. Een quotumregeling, zoals voorgesteld voor gerecyclede vezels, kan investeringen stimuleren, productievolumes verhogen en de kosten op termijn verlagen. Biogebaseerde alternatieven zijn namelijk vaak nog duurder dan bestaande materialen.
Ook UPM Biochemicals verwacht dat biopolymeren in de toekomst aan belang winnen. “Deze materialen bieden steeds vaker een oplossing aan het begin van de levenscyclus van een product, terwijl recycling vooral aan het einde van die levenscyclus een oplossing biedt”, zegt Holger John van UPM. Stijgende olieprijzen kunnen de overstap naar biogebaseerde alternatieven verder versnellen.
Een andere uitdaging is de communicatie. Biogebaseerde kunststoffen zijn complex en mogen niet zonder meer worden gelijkgesteld aan biologisch afbreekbare of composteerbare materialen. Niet elk biogebaseerd materiaal is composteerbaar en andersom. Daarom zijn traceerbare informatie en duidelijke standaarden belangrijk. Ook op het gebied van certificering is verdere ontwikkeling nodig, bijvoorbeeld om te bepalen of biogebaseerde vezels volgens de GOTS-standaard kunnen worden gecertificeerd.
Dat biogebaseerde oplossingen al in concrete materiaalontwikkelingen worden toegepast, blijkt uit verschillende voorbeelden op de beurs. Südwolle presenteerde een stof die voor 70 procent uit wol en voor 30 procent uit algen bestaat. PLNTmatter liet lyocell zien dat is gemaakt van honderd procent gecertificeerde, snelgroeiende bamboe. Volgens het bedrijf zijn voor dit productieproces geen giftige of schadelijke chemicaliën nodig.
Het Portugese bedrijf LMA presenteerde een laminaat dat bestaat uit 48 procent katoen, 42 procent wol en 10 procent composteerbaar membraan.
Ook recycling speelde een belangrijke rol op de beurs. Het Chinese recyclingbedrijf Reo-Eco presenteerde samen met de Chinese textiel- en materiaalontwikkelaar Flytec een nieuwe oplossing voor de chemische recycling van gemengde vezels.
In plaats van te wachten op een grootschalige overstap van de mode-industrie naar materialen die uit één vezeltype bestaan, ontwikkelt Reo-Eco een enzymatische recyclingtechnologie waarmee gemengde vezels zo zuiver mogelijk kunnen worden verwerkt. Het doel is om de afzonderlijke bestanddelen aan het einde van het proces als zuivere materialen terug te brengen in de kringloop.
Volgens Reo-Eco is de huidige recyclingcapaciteit van 10.000 ton al volledig volgeboekt. Als volgende stap wil het bedrijf de capaciteit uitbreiden naar 100.000 ton. Flytec ondersteunt de afzet van de stoffen door er producten van te ontwikkelen en deze actief aan klanten aan te bieden.
De editie van oktober stond in het teken van biogebaseerde vezels en nieuwe materiaalontwikkelingen. Tijdens de volgende editie van Performance Days, op 17 en 18 maart 2027, krijgt het thema een vervolg. Dan staan verven, textielveredeling, additieven en verwerkingstechnologieën centraal.
OF LOG IN MET