Ogér moet ledengegevens Business Club afstaan aan Belastingdienst
De rechtbank Noord-Holland heeft bepaald dat een luxe herenmodebedrijf Ogér, volgens berichtgeving van Quote en Retailtrends, gegevens van leden van zijn Business Club moet verstrekken aan de Belastingdienst. Dat blijkt uit een woensdag gepubliceerde uitspraak. De fiscus onderzoekt of leden het zakelijke karakter van hun lidmaatschap mogelijk hebben gebruikt om privé-uitgaven fiscaal als zakelijke kosten te verwerken. Ogér had zich tegen het informatieverzoek verzet vanwege de privacy van de leden.
De Belastingdienst doet sinds 2025 onderzoek naar de fiscale behandeling van de Ogér Business Club (OBC), een netwerkclub voor ondernemers. Leden betalen een bedrag voor hun lidmaatschap en krijgen daarvoor onder meer toegang tot evenementen, bijeenkomsten en shoptegoed voor kleding. De fiscus wil onder meer controleren of het shoptegoed en andere uitgaven fiscaal juist zijn verwerkt.
De Belastingdienst vroeg Ogér om gegevens van personen die sinds 2019 lid zijn geweest van de businessclub. Het verzoek omvat onder meer namen en adressen, het type lidmaatschap, de betaalde bedragen, het bijbehorende shoptegoed en eventueel ongebruikt shoptegoed. Ook moeten betaalbewijzen en facturen van de lidmaatschappen worden verstrekt. Volgens de uitspraak heeft de Belastingdienst in een eerder onderzoek bovendien al facturen aangetroffen die volgens de fiscus onjuist zijn verwerkt.
‘Inbreuk op privacy’
Ogér verzette zich tegen het verzoek en stelde dat het verstrekken van de persoonsgegevens een grote inbreuk op de privacy van de leden zou betekenen. Het bedrijf sprak eerder van een mogelijke ‘fishing expedition’, omdat volgens Ogér niet duidelijk was welke individuele leden of transacties onderwerp van onderzoek waren.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechter heeft de Belastingdienst voldoende aanleiding om de gegevens op te vragen en hoeft de fiscus niet vooraf voor ieder individueel lid concrete aanwijzingen te hebben. Ogér moet de gevraagde informatie daarom alsnog verstrekken.
Het bedrijf krijgt daarvoor vier weken de tijd. Voor het niet of niet tijdig voldoen aan de uitspraak kan een oplopende dwangsom worden opgelegd. Die kan uiteindelijk oplopen tot maximaal 500.000 euro.
De zaak is een vervolg op het fiscale onderzoek waarover eerder al bericht werd door FashionUnited. De Belastingdienst onderzoekt daarbij specifiek of leden van de OBC kleding en andere uitgaven als zakelijke kosten hebben opgevoerd, terwijl deze volgens de fiscus mogelijk een privékarakter hadden.
De OBC bestaat sinds 2018 en biedt verschillende lidmaatschapsniveaus. Volgens eerder door het Financieele Dagblad ingeziene informatie varieerden de jaarlijkse kosten van enkele duizenden euro's tot inmiddels 20.000 euro. Daar staat onder meer shoptegoed tegenover. Ogér vermeldt in de voorwaarden dat leden zelf verantwoordelijk zijn voor de fiscale verwerking van hun lidmaatschap.
OF LOG IN MET