'Producer-led' projecten: een gat in de duurzaamheidsmarkt?
De weg naar een duurzame mode-industrie wordt vaak geblokkeerd door de complexe, versnipperde relatie tussen merken en hun leveranciers. Hoe komt de industrie weer bij elkaar, tot een systeem waarin fabrieken kunnen vergroenen, leefbare lonen worden betaald en kwalitatieve ontwerpen voor de lange duur zijn? Het begint met het helen van de relatie met leverancier, stelt non-profit Fashion Producer Collective (FPC), dat vorige zomer werd opgericht.
Luisteren naar de kledingfabrikant
FPC komt op voor de belangen van kledingfabrikanten, met name in de context van verduurzaming. De formatie van het collectief begon al in 2020 rond de podcast Manufactured waarin ex-fabrieksmanager Kim van der Weerd de stem van fabrikanten in de mode laat klinken, waaronder hun frustraties over verduurzaming; met name het beleid dat merken opleggen zonder overleg of financiering, en misvattingen over wat verduurzaming in de praktijk van hen vraagt. "Producenten uit alle hoeken van de wereld namen daardoor contact met elkaar op", zegt Gauri Sharma, Director of Strategy and Engagement bij het collectief sinds 2025. “Ze begonnen samen te komen op conferenties en in online meetings. In 2023 schreven ze hun eerste whitepapers over wetgeving, klimaatfinanciering en de rol van organisaties zoals de Sustainable Apparel Coalition en ACT om producenten te betrekken.” Na een periode van vrijwilligen op subsidiegeld werd FPC eind 2025 een formeel collectief.
Het collectief telt twaalf formele leden: fabrikanten uit landen als Sri Lanka, Hongkong, India en Pakistan, zowel voor- en achteraan de keten, en van de verpakkingsbranche tot modeaccessoires. Vijf van de twaalf leden zijn medeoprichter en hebben inspraak over de koers. Leden beslissen zelf waaraan ze meedoen en niet-leden kunnen ook deelnemen aan de projecten voor een opslag.
Het kernteam bestaat uit Van der Weerd (fulltime), aangevuld met vier parttimers van communicatie tot finance. Zij onderhouden een Substack, organiseren projecten en begeleiden samenwerkingen met externen, zoals onlangs het eerste modemerk, “een groot, internationaal kledingbedrijf", zegt Sharma. "We helpen hun duurzaamheidsteam om hun leveranciersbasis te betrekken bij het vormgeven van hun strategie.”
Top-down
Sinds de opkomst van fast fashion is er een hiërarchie in de keten ontstaan, waarin fabrikanten wordt verteld wat ze moeten doen: onder welke voorwaarden ze produceren, welke richtlijnen ze moeten volgen, dat ze geïnspecteerd mogen worden. Dezelfde top-down mentaliteit bestaat bij de instanties die kaders, beleid en programma's voor fabrikanten ontwikkelen. “Fabrikanten worden zelden als gelijkwaardig partner betrokken", zegt Sharma, sprekend uit haar ervaring als General Manager, ESG & Innovation bij Shahi Exports, één van India's grootste fabrikanten. "Hoogstens voor een korte feedbackronde wanneer het al bijna te laat is voor waardevolle input."
Dat perspectief werkt ook door in de verduurzaming van de industrie, een thema dat onder een vergrootglas kwam te liggen na de coronaperiode. "Het verduurzamen van de supply chain werd een focuspunt,” zegt Sharma, “maar nog steeds was er geen sprake van co-creatie van die plannen. Duurzaamheidsteams vragen fabrieken om targets te halen en nieuwe materialen te testen, terwijl inkoopteams over lage prijzen blijven onderhandelen en niet bereid zijn die extra kosten op te vangen. Als een fabrikant R&D heeft gedaan op een nieuwe vezel en het werkt goed, maar het commerciële team zegt: we betalen er geen cent meer voor - dan stopt de innovatie daar."
Als voorbeeld van zo’n hekelend verduurzamingspunt noemt Sharma de wens van merken om minder op steenkool te stoken. "Fabrieken moeten dan investeren in nieuwe ketels en andere brandstofbronnen - dat kost geld en verhoogt operationele kosten. Sommige grote fabrikanten redden het wel, maar het kost enorm veel moeite en commercieel is het zonder steun op termijn niet haalbaar. Omtrent decarbonisatie heeft de industrie de neiging om te veralgemenen: iedereen moet van steenkool af. Maar er wordt niet gevraagd: welke ondersteuning hebben fabrikanten daarvoor nodig?”
Zolang merken en leveranciers niet op ooghoogte communiceren, komt de verduurzaming niet van de grond, zo redeneert FPC. “Duurzaamheidsstrategieën worden opgelegd aan de partijen die ze moeten uitvoeren, zonder dat die betrokken waren bij het ontwerp ervan - en zonder financiële ondersteuning om het te realiseren. Dit is wat we willen aanpakken als FPC.”
Producer-led projecten
Het eerste concrete resultaat van zo’n ‘producer-led’ (fabrikant-gedreven) project is Bang for Buck, een rekentool die fabrikanten helpt beslissen welke investeringen voor de verduurzaming (decarbonisatie) van hun faciliteiten het meest kosteneffectief zijn. Het project is in opdracht van Elevate Textiles, Epic Group en Shahi Exports, met ondersteuning van de Duitse ontwikkelingsorganisatie GIZ Fabric en Grant Thornton Bharat. De tool wordt eind april openbaar gemaakt.
Daarnaast faciliteert FPC gesprekken tussen leveranciers over lastige thema's. Onlangs stond traceerbaarheid centraal. Sharma: "Fabrikanten worden overspoeld met verzoeken van merken om hun productieprocessen in kaart te brengen, terwijl dat heel complex is, omdat bijna geen enkel bedrijf daar openlijk over praat." In april start een serie over hittestress, omdat de temperaturen in productielanden tot recordhoogte stijgen en fabrikanten met faciliteiten zich daartegen moeten wapenen. "Het is een serieus probleem dat vanuit merken nu niet wordt aangepakt."
Wat de prioriteiten betreft laat FPC laat zich leiden door wat er leeft in het veld; Sharma luistert veel, zegt ze, via een WhatsApp-groep, bijeenkomsten en sociale mediakanalen. "Pas als we genoeg animo hebben voor een project, gaat er een groep aangewezen leden mee aan de slag. We hebben deze organisatie niet voor de vorm opgericht. We willen niet bureaucratisch of traditioneel worden; We moeten actief, wendbaar en bovenal producer-led te werk gaan, omdat we iets proberen te creëren dat nog niet bestaat."
Kennisbank
Voor merken valt er ook winst te behalen, denkt Sharma. De meeste hebben al decennia niet meer zelf geproduceerd - productie is kostbaar, risicovol en arbeidsintensief, vandaar de outsourcing. En daarmee verdween ook veel specialistische kennis van de merken zelf.
"Veel van wat je in een winkel ziet, is mede ontworpen door fabrikanten. Grote of gespecialiseerde fabrikanten hebben enorme designteams, laboratoria voor kwaliteitstesting, stofingenieurs, technische productie-engineers. Die expertise zit nu bij de fabrikant. Wil je als merk gerecyclede vezels testen, of uitzoeken of de fabriek kan worden geëlektrificeerd, dan moet je wel leunen op je fabrikant. Zolang je ze niet als gelijkwaardige partners betrekt, laat je een enorme kennisbank onbenut."
Nadien legt ze uit wat FPC wil veranderen. "We willen dat fabrikanten mede-ontwerpers worden in plaats van alleen uitvoerders - als gelijkwaardige partner in duurzaamheidsvisies en -strategieën. Hopelijk ontstaat er dan een mentaliteitsverandering, en langs die weg, strategieën die praktisch en uitvoerbaar zijn."
Hoe heel je de relatie met je leverancier?
Gebaseerd op Sharma’s master dissertatie aan aan Cambridge universiteit en ervaringen met FPC, heeft ze vijf adviezen voor merken die hun relatie met leveranciers willen verbeteren.
- Betrek leveranciers eerder. “Nu worden ze vaak pas ingeschakeld als de strategie al vaststaat. Hun afwezigheid in de ontwerpfase leidt vaak tot onuitvoerbare plannen.”
- Zorg voor interne afstemming. “Binnen merken spreken duurzaamheidsteams en inkoopteams elkaar vaak tegen. Dat geeft conflicterende signalen en remt de verduurzamingsplannen af.”
- Focus op het wat, niet op het hoe. “Bepaal als merk het verduurzamingsdoel en de reden ervoor; Laat de uitvoering over aan de fabrikant. Zij hebben de technische, context-afhankelijke expertise en weten hoe verduurzaming het meest efficiënt kan worden opgeschaald.
- Bied zekerheid en deel in de voordelen. “Stop met het opeisen van verandering zonder tegenprestatie. Leveranciers investeren pas in nieuwe technologie als daar een duidelijke businesscase en langetermijnvisie tegenover staat.”
- Bouw aan structurele dialoog. “Vervang eenmalige audits door constructieve, continue samenwerking, bijvoorbeeld via workshops of leerplatforms. Dat bouwt vertrouwen op en ontsluit de expertise die nodig is voor verduurzaming die nu vastzit in de keten.”
OF LOG IN MET