Rechtspraak: Inhaker of slaafse nabootsing?

Haakblogs, twitteraccounts als @hakenishot, “pornokoningin” Bobby Eden met een haakpatronenboek: haken is hip. Ook de markt voor gehaakte omslagdoeken is volop in beweging. Hierbij rijst de vraag: in hoeverre mag een door de één ontwikkelde haakstijl door een ander worden gebruikt. En hoeveel moet een ontwerp van de één afwijken van dat van de ander om rechtmatig naast die ander in de markt te mogen bestaan.

Onlangs stonden twee professionele haaksters voor de voorzieningenrechter in een geschil over de omslagdoeken die zij ontwikkeld hadden en over uitlatingen aan elkaars adres. De strijd ging over het auteursrecht, slaafse nabootsing, ongeoorloofde mededinging en onrechtmatige publicaties.

A. is een professioneel haakster: ze ontwerpt haakwerken, geeft workshops en via haar website en sociale media verkoopt ze stola’s, tassen en andere haakwerken. Ook B. is een haakster; ze geeft ook workshops en biedt haar gehaakte producten aan via een eigen website, via Marktplaats en via Etsy. Op een dag volgt B. een workshop bij A. Ze is enthousiast en schijft op haar blog dat ze veel geleerd heeft. In de maanden daarna creëert B. een aantal producten waarvan is af te zien dat B. zich hier en daar door de workshop van A. heeft laten inspireren. Maar A. ziet dat anders. Die meent dat sprake is van slaafse nabootsing – ook in de manier waarop B. haar producten presenteert - en dat B. inbreuk maakt op haar auteursrechten.

Het oordeel van de voorzieningenrechter: de omslagdoeken van haaksters A. en B. kunnen vanuit juridisch oogpunt zonder conflict naast elkaar bestaan. Naar zijn oordeel zijn de omslagdoeken van A. auteursrechtelijke beschermd, aangezien zij als een “eigen intellectuele schepping” van A. kunnen worden aangemerkt en het resultaat zijn van A. haar ”vrije creatieve keuzes”.

Anders dan A., overweegt de voorzieningenrechter echter dat géén sprake is van auteursrechtinbreuk. Weliswaar is sprake van een aantal overeenstemmende stijlkenmerken door het gebruik van een maanvormige, zwarte kern, versierd met bloemen, banen in verschillende kleuren en één baan met daarop bollen/pompons in beide werken, maar de verschillen in de concrete uitwerking van die stijlkenmerken springen zodanig in het oog, dat niet kan worden gesproken van een overeenstemmende totaalindruk. Al met al maken de omslagdoeken van A. een “romantische, gedetailleerde en weelderige” totaalindruk terwijl de omslagdoeken van B. een “simpelere, speelsere en meer freestyle” indruk maken.

Als gevolg van de verschillende uiterlijke kenmerken van de omslagdoeken van A. en B. kan volgens de voorzieningenrechter ook geen sprake zijn van slaafse nabootsing. Het beroep van A. op grond van onrechtmatig handelen wordt eveneens door de voorzieningenrechter van de hand gewezen.

De vordering van B. tot rectificatie wordt door de voorzieningenrechter toegewezen: A. moet een rectificatie op haar Facebook- en Instagramaccount plaatsen vanwege twee eerder gepubliceerde onjuiste en schadelijke mededelingen over de activiteiten van B.

Een harde les voor A., wier eisen erop gezicht waren om de omslagdoeken van B. van de markt te halen. Een stijl als zodanig kan niet via het auteursrecht worden gemonopoliseerd. De gedachte hierachter is dat auteursrechtelijke bescherming van abstracties, zoals stijlkenmerken, een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van creatie van de maker met zich mee zou brengen, en zo een rem op culturele ontwikkelingen zou vormen. Ook een beroep op slaafse nabootsing biedt onder dergelijke omstandigheden geen soelaas.

Geschreven door Julia Mascini. Julia Mascini is Advocaat bij Köster Advocaten in Haarlem. Regelmatig behandelt zij hier actuele juridische kwesties. Advocatenindemode.nl

Beeld: Pixabay

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN