Textieltafel zet druk op de transitie: ‘Essentiële schakels dreigen te verdwijnen'

Na ruim een half jaar beraad heeft de zogenaamde ‘Textieltafel’ haar eindadvies aangeboden aan het kabinet en de Tweede Kamer. Het rapport ‘Samen verder in Circulair Textiel’ is grimmig gestemd.

Dringend

De transitie naar een circulair textielsysteem loopt niet goed. Het ambitieuze beleidsprogramma circulair textiel schetst een systeem waarin kleding nog vóór 2030 langer mee gaat. Na gebruik moet het materiaal worden hergebruikt. Daar wordt weinig van waar. Textielinzamelaars en recyclers dreigen weg te vallen. Zo stellen de tafelgenoten in hun eerste verslag. 'Uitstel vergroot het risico dat essentiële schakels verdwijnen voordat de transitie haar vruchten afwerpt.' Daarom doet het consortium twintig voorstellen voor verbetering, en roept het op een onafhankelijke gezant aan te stellen voor de uitvoering van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) Textiel.

Wat is de Textieltafel?

Op aandringen van de sector heeft kabinet-Schoof in 2025 de Textieltafel opgezet. Steven van Eijck, Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie, kreeg de rol van gespreksleider en bracht partijen uit de Nederlandse textielketen en maatschappelijke organisaties met elkaar aan tafel. Zij moesten het eens worden over de visie op een toekomstbestendige textielsector voor 2040 en aanbevelingen schrijven voor de tweedehandsmarkt; het ontbrak nog aan een gedegen verdienmodel en voldoende afzetmarkt.

Aan tafel zitten brancheorganisaties zoals Modint, INretail, VNO-NCW/MKB-Nederland en Branchevereniging Kringloop Nederland, naast partijen als Dutch Circular Textile Valley (DCTV), InvestNL, Stichting UPV Textiel, Vereniging Herwinning Textiel, Federatie Textielbeheer Nederland (FTN) en bedrijven zoals H&M en HEMA. De ministeries van EZK en Defensie sloten aan als toehoorder.

Tussen november 2025 en mei 2026 kwam de tafel acht keer bijeen in plenaire vergaderingen en twee aanvullende deeltafels: één over regelgeving en Europa, één over verdienmodellen en investeringen.

Leden van de Textieltafel willen de samenwerking voortzetten binnen de bestaande ‘ketentafels’, georganiseerd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Een woordvoerder van EZK heeft telefonisch bevestigd dat er meer vergaderingen komen rondom textiel.

Transitiepad

In het rapport staan twintig adviesmaatregelen binnen vijf thema's: vraagstimulering voor circulair textiel, financiering, ketensamenwerking, UPV en regelgeving.

De centrale oproep aan het kabinet is om te komen tot één samenhangend publiek-privaat transitieprogramma voor circulair textiel, met Europese afstemming als randvoorwaarde.

Zolang circulariteit een optie blijft, komt het er niet van, schemert door het hele rapport heen. Agendapunt nummer één is daarom het creëren van structurele vraag naar Europees post-consumer recyclaat (PCR), onder meer door in de Europese Ecodesign-verordening voor Duurzame Producten (ESPR) een minimumpercentage Europees PCR te verplichten: gebruikt textiel uit de regio, verwerkt in een nieuw textielproduct. De overheid moet als launching customer gaan optreden: alleen al in bedrijfskleding gaat jaarlijks circa 27,8 miljoen euro om; die uniformen zouden in de regel circulair kunnen zijn. Tot slot kan de vraag worden gestimuleerd via sectorale afspraken.

Voor de korte termijn pleit de tafel voor een tijdelijke overbruggingsregeling en een garantiefonds om faillissementen van sorteerders en recyclers te voorkomen. Op het gebied van ketensamenwerking wil de tafel een landelijk geharmoniseerd inzamelsysteem met kostendekkende vergoedingen volgens het Besluit UPV textiel, bindende afspraken om alleen met legale inzamelaars samen te werken en een landelijke 'wel/niet'-lijst voor welk textiel in de container hoort. Daar bestaat nog te veel verwarring over bij de consument.

Opvallend is de oproep om een onafhankelijke gezant met gezag aan te stellen voor het UPV-gedeelte. Deze moet, vooruitlopend op de formele evaluatie van de wet in 2028, onenigheid tussen producentenorganisaties (PRO’s) doorbreken, het vertrouwen herstellen tussen ketenpartijen en de inrichting en kosten van het stelsel helpen verhelderen. Ecomodulatie moet ervoor zorgen dat duurzamere merken beloond worden voor hun goede keuzes in materiaal en ontwerp.

Aan de grens moet beter worden gehandhaafd, met meer bewustzijn voor wat het betekent om textiel zomaar in- en uit te laten stromen. Zo wil de tafel export bemoeilijken; bijna de helft (45 procent) van het lokaal ingezamelde textiel wordt aan het buitenland verkocht, en slechts een tiende (10,5 procent) van de kleding op de Nederlandse markt is van Nederlandse herkomst. Zulke omslachtige textielstromen bemoeilijken de transitie.

Om grote, ethisch onverantwoord handelende bedrijven als Temu en Shein aan te pakken, wil de tafel meer platformverantwoordelijkheid voor verkopers van buiten de EU, een Europese definitie van ultra-fast fashion en een snelle invoering van de Europese handling fee voor e-commercezendingen; kleine pakjes kunnen dan niet meer zomaar Nederland in.

Kritisch-positieve reacties uit de sector

De reacties uit de sector laten zich samenvatten als 'ja, mits'. Brancheorganisatie Modint is blij met het advies, maar waarschuwt dat de recyclingketen zonder overbruggingssteun omvalt. De organisatie wacht niet op Den Haag en stelt met partners alvast eigen richtlijnen voor overheidsinkopen op.

Stichting UPV Textiel baalt dat het rapport voorbijgaat aan fundamentele weeffouten in de wetgeving. Zo is de wet te veel gericht op Nederland, terwijl de keten internationaal opereert, en stimuleert het systeem snelle recycling in plaats van een langere levensduur.

Wat INretail betreft moet vooral de onafhankelijke gezant er snel komen. De organisatie eist dat die de regie pakt met het oog op tempo, consistent beleid en een eerlijk, Europees speelveld.

Is Nederland nog koploper circulariteit?

Nederland wordt wel koploper genoemd in de textieltransitie door de vaart waarmee Europese wetten worden geïmplementeerd – de UPV Textiel in het bijzonder – en de relatief duurzame omgang met kleding. Ongeveer de helft van het afgedankte textiel wordt gescheiden ingezameld (keurig, tegenover het Europese gemiddelde van 11,3 procent). Nederland huisvest daarnaast naar schatting een vijfde van alle Europese chemische textielrecyclingbedrijven.

De vraag is of Nederland die positie vast kan houden. De hoeveelheid afgedankt textiel groeit snel door (ultra-)fast fashion, terwijl de kwaliteit van het ingezamelde materiaal daalt. De circulaire keten staat daardoor flink onder druk. Inzamelaars, sorteerders en recyclers krijgen de kosten niet meer gedekt door de opbrengsten. Als oorzaken noemt het rapport onder meer een ongelijk Europees speelveld (in andere lidstaten wordt inzameling vaker gesubsidieerd), het structurele prijsverschil tussen virgin materiaal en post-consumer recyclaat (PCR), en een slechte governance.

Dit artikel wordt in de loop van de dag aangevuld.


OF LOG IN MET
Circulariteit
Duurzaamheid
UPV
Wetgeving