Zuiderzeemuseum opent tentoonstelling over waarde en toekomst van Nederlandse wol
bezig met laden...
Waarde van wol is van 23 oktober 2026 tot en met 5 september 2027 te bezoeken in het Schathuys van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, aldus het persbericht. De tentoonstelling onderzoekt de waarde van wol als grondstof en laat zien hoe het materiaal, dat eeuwenlang een belangrijke rol speelde, tegenwoordig voor een groot deel ongebruikt blijft.
De directe aanleiding voor de tentoonstelling is het project Garen met Geheugen, waarin Nederlandse afvalwol wordt ingezet voor onder meer schippers- en visserstruien en andere wollen producten. Het project is gericht op het tegengaan van verspilling en het stimuleren van een duurzamere mode-industrie.
De tentoonstelling combineert historische museumstukken met hedendaags design, nieuwe initiatieven en interactieve onderdelen. Daarmee wordt zowel de geschiedenis van de Nederlandse wolindustrie als de huidige zoektocht naar nieuwe toepassingen voor de grondstof belicht.
Van grondstof naar afval
Jaarlijks leveren Nederlandse schapen ruim 1,3 miljoen kilo wol. Een groot deel daarvan wordt volgens het museum niet gebruikt of zelfs vernietigd.
Historische kleding en gebruiksvoorwerpen in de tentoonstelling laten zien welke rol wol vroeger speelde in het dagelijks leven. Zo zijn onder meer warme mutsen, visserstruien, werkkleding en streekdracht onderdeel van het verhaal. Daarnaast richt Waarde van wol zich op hedendaagse ontwerpers en initiatieven die zoeken naar manieren om de lokale grondstof opnieuw waarde te geven.
Onder de makers die in de tentoonstelling aan bod komen is Pleed. De organisatie richt zich op kennis over wol, het behoud van het wolambacht en de ontwikkeling van een nieuwe woleconomie. De community bestaat inmiddels uit 2.000 spinners, wevers, breiers, hakers en vilters die werken met lokale wol die anders zou worden weggegooid.
Ook ontwerper Christien Meindertsma is vertegenwoordigd. Te zien is een speciaal voor het museum vervaardigd schaalmodel van haar WOBOT Chair. De stoel wordt ontwikkeld met behulp van een robot die lokale wol verwerkt. Volgens het museum maakt de techniek het mogelijk om driedimensionale objecten van wol op industriële schaal te produceren zonder toevoeging van andere materialen of water.
Naast de objecten en ontwerpen krijgt ook het materiaal zelf een centrale plek. In het interactieve Wollab kunnen bezoekers wol bekijken, voelen en ruiken en kennismaken met verschillende eigenschappen van het materiaal. Onderdeel daarvan zijn onder meer het bepalen van het eigen 'jeukpunt' en het repareren van wollen kleding.