De golf van textielproducten en kleding uit Azië die sinds begin 2005 de wereldmarkt overspoelt heeft niet alleen in het Westen voor problemen gezorgd. Ook in de eigen regio voelen landen als Maleisië, Thailand en de Filippijnen de druk van de lage lonen en grote capaciteit in buurland China. Producerende landen in Azië hebben verschillende projecten ontwikkeld om die concurrentie het hoofd te bieden, maar er is nog een lange weg te gaan.

Specialisatie, flexibiliteit en service zijn voor producerende landen in Azië belangrijke pijlers geworden om opperproductiemacht China te trotseren. Opvallend genoeg lijkt het ook de onderlinge saamhorigheid te stimuleren. Men wil meer gaan samenwerken, zo bleek tijdens een persreis naar Bangkok. Het thema van de Bangkok International Fashion Fair en de Bangkok International Leather Fair, kortweg BIFF & BIL, in augustus, was 'Asean One'. Asean One is een project van het Thaise departement voor Export Promotie (DEP) met als doel versterking van de regionale solidariteit en verbetering van de concurrentiepositie van textielfabrikanten in Aziatische landen. Jatuporn Wattanasuwan, voorzitter van de sectie Modevakbeurzen van DEP, legt uit: "De Thaise textiel- en kledingindustrie is breed opgezet. Daar profiteren wij van. Thailand biedt alles: stoffen, textiel, verven, ontwerpen, afwerking en eindproduct. Maar geen land kan alles alleen doen, daarom willen wij de mode- en textielhandel samen met andere landen verder ontwikkelen." Als voorbeeld noemt zij Vietnam. "Vietnamese kledingfabrikanten hebben grondstoffen nodig. Die kunnen zij uit Thailand importeren, maar Thailand zou zijn productiefaciliteiten ook naar Vietnam kunnen verplaatsen. Dat scheelt tijd en geld in het voordeel van de opdrachtgever." Volgens de voorzitter is het concept simpel. "We streven naar meer samenwerking tussen de verschillende landen, tussen 'Asean friends', om zo onze concurrentiepositie te verbeteren." Op de beurs was onder deze paraplu een aparte afdeling voor 'Asia Power' ingericht met verschillende mode- en textielorganisaties uit Maleisië, Taiwan, de Filippijnen en Vietnam.

Kwaliteit

Behalve tussen landen wordt ook samenwerking tussen individuele bedrijven gestimuleerd. David Chiu, voorzitter van de vereniging van Thaise leerwarenproducenten, vertelt tijdens een speciale persconferentie voor journalisten uit Europa hoe zijn organisatie samenwerkt met de Gruppo Emergenti Italiani. Hoge kwaliteit, kleinere aantallen en veel verscheidenheid, zijn nu de belangrijkste stokpaardjes van de Thaise lederwarenindustrie. Gruppo Emergenti Italiani is de naam achter tassenmerken als Caterina Lucchi, Campomaggi en Gabs. Het Italiaanse familiebedrijf helpt nu de Thaise tassenproducenten hun producten te verbeteren. Waarom? Franco Gabbrielli, directeur van de Gruppo Emergenti, zegt dat het vooral gunstig uitpakt voor merken in het middensegment. "Duurdere merken produceren natuurlijk gewoon in Italië zelf. Maar merken die momenteel bijvoorbeeld in China produceren lopen geregeld tegen problemen aan. De minimum aantallen zijn te groot, de kwaliteit onvoldoende en bovendien is China lang niet meer zo goedkoop als het was. Italiaanse merken willen voor hun productie dus best overstappen naar producenten in andere landen. Mits die meerwaarde kunnen bieden."

David Chiu legt uit dat Thailand onmogelijk op prijs met China kan concurreren. "In China kost alles minder dan de helft van wat het hier kost. Bovendien worden zelfs verlieslijdende Chinese productiebedrijven van staatswege beschermd tegen faillissement. Omdat de Chinese regering wil dat China met zijn productie de wereld verovert zullen bedrijven daar altijd de laagste prijs bieden. Concurreren met China kan alleen op kwaliteit." De Thaise leerindustrie heeft volgens Chiu de beste kaarten. "Daar zijn ze in China gewoon niet goed in, en wij hebben een lange traditie op dat gebied." Bij de samenwerking met de Italianen concentreert men zich nu vooral op verbetering van het design en de afwerking van de producten. Gezamenlijk zijn al tientallen seminars gegeven voor leden én niet-leden van de vereniging. "Iedereen mag komen," zegt voorzitter Chiu, "In Thailand werken duizenden kleine leerproducenten. Sommige bedrijfjes zijn niet groter dan acht of tien man. Nu werkt het gros zelfstandig of gezamenlijk voor een iets grotere leverancier. Als tussen al die duizenden bedrijfjes synergie ontstaat en de kwaliteit beter wordt, dan kunnen we iets bereiken. "

Het zijn niet alleen Italiaanse leermerken die hun productie naar elders zouden willen verplaatsen. Babette Gouda-Beerens, manager PR & Development bij het Nederlandse leerwarenbedrijf Castelijn & Beerens reisde met die gedachte naar Bangkok en bezocht de BIFF & BIL-beurzen. Castelijn & Beerens maakt tassen en kleine leerwaren en laat delen van de collectie produceren in China, Tsjechië en Hongarije. Gouda-Beerens: "Nu zijn wij op zoek naar nieuwe productiemogelijkheden, omdat we het risico zoveel mogelijk willen spreiden". Beerens wist vooraf dat men in Thailand inzet op hoge kwaliteit. Dat is ook de reden dat zij contact heeft opgenomen met de Thaise ambassade en de beurs in Bangkok wilde bezoeken. Desgevraagd zegt zij echter dat de kwaliteit van de leerproducten op BIL haar tegenvalt. "Ik zie geen grote verschillen met elders en de prijzen zijn vrij hoog."

Modecentrum

Een ander nadeel dat Beerens signaleert heeft te maken met het feit dat de markt in Thailand totaal anders opereert dan hier. In Thailand is nauwelijks een rol voor de tussenhandel weggelegd. Typerend is, dat de BIFF & BIL vakbeurzen de eerste drie dagen alleen toegankelijk waren voor pers en handel en daarna nog twee dagen open bleven voor het publiek. Beerens: "Exposanten op de beurs die wij spraken waren eigenlijk alleen gericht op de consumenten en op de restvoorraden die ze die dagen kwijt wilden. Dat maakte het bijna onmogelijk afspraken te maken om fabrieken te bezoeken naast de beurs. Iets wat ik wel graag had willen doen."

Een bezoek aan de Platinum Fashion Mall, een van de vier inkoopcentra in Bangkok, gaf een soortgelijk bevreemdend beeld. Dit Thaise modecentrum met ruim 1500 showrooms, waarvan 1400 voor kleding, blijkt ook vrij toegankelijk voor publiek. De enige voorwaarde die in de verte herinnert aan ons systeem van tussenhandel is dat voor klanten een minimum afname geldt van drie stuks. Maar dat hoeven helemaal niet drie dezelfde items te zijn, noch moeten zij in dezelfde kleur of maat worden ingekocht. Ze moeten alleen uit dezelfde showroom annex winkel komen.

Beerens heeft uiteindelijk toch een paar leveranciers wat uitvoeriger kunnen spreken, maar of zij zaken gaan doen kan zij nog niet zeggen. "We hebben monsters besteld, dus daar wachten we eerst op."

Franco Gabbrielli en David Chiu geven toe dat ook zij nog een lange weg voor zich hebben. Gabbrielli: "De communicatietechnologie loopt achter, daar moet flink in worden geïnvesteerd." Ook zorgt de manier van zaken doen nog weleens voor problemen. "In Thailand loopt alles via een organisatie of instantie. Italiaanse bedrijven doen het meeste zelf."

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN