Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

Japan staat al sinds jaar en dag bekend voor haar voortrekkersrol op het gebied van mode. De diepgewortelde waardering binnen de Japanse cultuur voor detail en kwaliteit uit zich ook in de manier waarop naar kleding wordt gekeken. Geen wonder dus dat de beste kwaliteit denim afkomstig is uit het Land van de Rijzende Zon. Maar waarom?

Voor een ieder die zich wel eens in het onderwerp denim heeft verdiept zal het geen verrassing meer zijn: voor kwalitatief hoogwaardige spijkerstof moet je in Japan zijn. Het waarom hiervan kan worden teruggevonden in verschillende aspecten van de Japanse cultuur en maatschappij. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat Japanners het maken van spijkerbroeken uiterst serieus nemen: denim wordt beschouwd als een ware kunstvorm, en denim-makers als kunstenaars. Maar hoe kan het dat hét symbool van de naoorlogse veramerikanisering van onze wereld uitgroeit tot een voorbeeld van Japans vakmanschap?

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

Geschiedenis Japanse denim

Voor het antwoord op die vraag moet een duik worden genomen in de geschiedenis van het land. Het is 1945, en de Tweede Wereldoorlog is voorbij. Ook Japan heeft zware klappen te verduren gekregen, en wordt bezet door de Verenigde Staten. Eenheid is gedurende de oorlog het sleutelwoord geweest voor de Japanse bevolking, iets wat zich in de jaren die volgen uit op de manier waarop de jeugd gekleed gaat. Schooluniformen worden gewilde items onder de jeugd, als symbool voor de uniformiteit van het land.

Zoals het jongeren betaamd, komt een moment waarop ze zich gaan verzetten tegen deze trend. Devin Leisher, denimhead en maker van de denim-docu ‘Weaving Shibusa’, vertelde onlangs in gesprek met CNN over deze omslag. “De invloed van de Amerikaanse bezetter resulteert in een groeiende fascinatie voor de Amerikaanse popcultuur. Muziek, auto’s en mode gaan een rol spelen in de belevingswereld van Japanse jongeren. Ze ontdekken de Amerikaanse winkels, waar stapels oude spijkerbroeken liggen. Vintage Levi’s spijkerbroeken worden een collectors item.” De Japanse liefde voor vintage en denim was geboren.

Het is pas halverwege de jaren zestig wanneer de Japanners zich zelf gaan verdiepen in de kunst van het denim maken. In de tussentijd hebben Japanse verzamelaars flink wat vintage denim uit Amerika laten overkomen, dat gretig aftrek vindt. Big John is het eerste Japanse merk dat spijkerbroeken in eigen land produceert. ‘Homemade’ denim raakt langzaamaan in opkomst, en wordt begin jaren zeventig de standaard. Een graag gehoord verhaal is dat de Japanners de oude machines van de Amerikanen, die inmiddels waren overgestapt op massaproductie, hadden overgekocht. In de regio waar de Japanse denim-productie zich concentreert, rondom de stad Okayama, waren echter van oudsher al machines aanwezig voor de productie van hoogwaardige kwaliteit stoffen.

Productieproces

Zoals wel vaker is het echter de persoon die de machines bedient die het uiteindelijke verschil maakt. Waar de Amerikaanse fabrieken al gauw gebruik maakten van machines die met elektrisch aangedreven zagen dwars door stapels stof heen sneden, pakken ze het in Japan tot op de dag van vandaag verfijnder aan. Devin Leisher: “Het zit ‘m allemaal in het oog voor detail: dyeing, het katoen, de manier waarop de stof wordt behandeld, alles.”

Goede kwaliteit Japanse denim wordt grotendeels nog met de hand bewerkt. De gesponnen katoen-draden worden ondergedompeld in een bad van Indigo, een kleurstof die vroeger werd vervaardigd uit de Indigofera-plant. Vandaag de dag gebeurt dit voornamelijk synthetisch. Hoe vaker de draden worden gedipt, hoe dieper de kleur en hoe mooier de broek slijt met de tijd.

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

Het weef-en productieproces gebeurt op machines die in de regel zo smal zijn dat ze slechts één broek per keer aankunnen. Knippen, snijden, naaien: overal komt een mensenhand aan te pas. Een arbeidsintensief proces dus. Japans denim staat bekend om de mooie bies aan de binnenkant van de broek, de ‘selvedge’. Dit heeft wederom te maken met de smalle machines die gebruikt worden: hierdoor kan er alleen met vrij smalle doeken gewerkt worden. Er moet dus langs de randen van de stof gewerkt worden, wat uiteindelijk betekent dat die afwerking aan de binnenkant van je jeans terecht komt.

Als laatste komt de washing. Japanse denims zijn vaak donker als de nacht, stijf en hard. Dat komt omdat de broeken vaak in een vroeg stadium van het productieproces voor het laatst met water worden bewerkt. Het ‘washing-effect’, de oneffenheden en verkleuringen die ontstaan na het dragen, moeten zich dus nog vormen met de tijd. Vandaag de dag wordt dit vaak vooraf al gedaan, waardoor de broek lichter van kleur wordt en minder stug. Echte denimheads kiezen nog altijd voor een onbewerkte versie. Dit heeft als voornaamste reden dat men de spijkerbroek helemaal naar eigen smaak kan laten ‘slijten’. De broek wordt als het ware een canvas van de levensloop van de drager. “Aan de kleur van een oude spijkerbroek kan ik zien wat voor type persoon ‘m gedragen heeft,” aldus een geïnterviewde uit de docu van Leisher.

Denim vandaag de dag

Na de introductie van de Japanse spijkerbroek zijn er ontelbaar veel Japanse denim-brands ontstaan. Het was echter pas sinds de jaren negentig dat ook van buitenaf daadwerkelijk waardering ontstond voor dit stukje Japans vakmanschap. Evisu was één van de eerste merken die geliefd werd bij het Westerse publiek, en dat was niet voor niks: het merk produceerde slechts 14 broeken per dag, allemaal voorzien van een handgeschilderde boog op de broekzakken. Evisu is één van de merken die wordt genoemd als onderdeel van de ‘Osaka 5', een collectief van Japanse denim-ontwerpers afkomstig uit de stad Osaka. Full Count, Studio D'Artisan, Denime en Warehouse behoren eveneens tot dit selecte gezelschap, dat wereldwijd wordt gezien als het fundament voor de liefde voor Japanse denim. Het is het fundament waar ook latere Japanse merken van geprofiteerd hebben. Het Visvim van ontwerper Hiroki Nakamura bijvoorbeeld, dat zijn sporen verdiende in de denim-industrie alvorens het de move naar high-end fashion maakte. Andere bekende merken, zoals Edwin, Neighbourhood en 45RPM, hebben allemaal hun wortels liggen in de Japanse denim.

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

In de documentaire ‘Weaving Shibusa’ wordt ingezoomd op de Japanse denim-cultuur van tegenwoordig en de rol van de ‘Osaka 5’ hierin. De productie laat op een mooie manier de toewijding en vakmanschap zien die zo diep verweven zitten in de Japanse kunst van het denim maken. Tekenend voor de mentaliteit die heerst is een uitspraak van één van de denim-makers die aan het woord komt: “Het is lastig te zeggen of we hier nou kleding of kunst aan het maken zijn.” Een andere producent vult aan: “We zijn geen concurrenten van elkaar. Als we niet samen zouden werken, zou het onmogelijk zijn om te komen tot dat waar we allemaal van dromen.”

Weaving Shibusa from Weaving Shibusa on Vimeo.

Om de lange geschiedenis van de Levi's 501 te vieren maakte de grondlegger van denim een docu over hun meest iconische model: 'The 501 Jean: Stories of an Original'. Hieruit blijkt dat vandaag de dag zo’n zeventig procent van de vintage Amerikaanse denim zich in Japan bevindt. Een origineel paartje 501’s uit de jaren vijftig is daar zo’n 3000 dollar waard. Er zijn zelfs extreem zeldzame exemplaren in omloop met een prijskaartje oplopend tot 40.000 dollar. Ook bij spijkerbroeken die nu in de winkels liggen schrikt de gemiddelde Japanner niet terug voor een prijs van 1000 dollar.

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek In Oktober besteedt FashionUnited aandacht aan Denim. Voor alle artikelen over denim, klikt u hier.

Beeld: Pexels Photo, Inge Beekmans/FashionUnited, Evisu Facebook

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN