• Home
  • Nieuws
  • Mode
  • Een leerzame ervaring

Een leerzame ervaring

Door FashionUnited

1 sep. 2007

Stel: je bent nog niet zo lang geleden afgestudeerd aan een van de vele gerenommeerde kunst- of modeacademies die ons land rijk is en je staat aan het begin van een glansrijke carrière als ontwerper. Talent heb je in overvloed, maar je zakelijk inzicht is zachtgezegd wat minder. Wat doe je als een modevakbeurs zoals de Modefabriek je gratis standruimte aanbiedt? Aannemen natuurlijk, maar dan? Voor wie de beslotenheid van het eigen atelier is gewend, kan de drukte van een modebeurs overweldigend zijn. "Vaak is dit hun eerste ervaring met de commerciële kant van hun werk," zegt Annelies Tjassens van de Modefabriek, die de afgelopen jaren al heel wat jong talent voorbij heeft zien komen. De Modefabriek biedt pas afgestudeerden de mogelijkheid om hun creaties te tonen in een gezamenlijke expositie op de beursvloer en jonge ontwerpers, die al één of twee collecties hebben gemaakt, kunnen worden uitgenodigd voor een standruimte in de speciale 'New Design' sectie. Tjassens: "Ze kunnen hier ervaring opdoen. Wij adviseren wel, maar begeleiden niet." Je kunt als startend ontwerper dus wel uitgenodigd worden om kosteloos op zo'n beurs te gaan staan, maar daarna moet je het zelf doen.

 

Voorbereiding

Hoe trek je klanten? Hoe presenteer je je collectie en hoe verkoop je die? Op de Modefabriek stonden dit seizoen vijf binnenlandse en vijf buitenlandse designers in New Design. Onder hen de Nederlandse ontwerpers Sjaak Hullekes, Sebastiaan Kramer, Emily Hermans en Catta Donkersloot. Voorgaande jaren liep er een groene loper door de speciale sectie met startende ontwerpers. Dit keer was er een centraal plein met rondom stands, afgeschermd met doek. Na het telefoontje van de beursorganisatie is sieradenontwerpster Martine Viergever "als een gek" kaartjes gaan drukken, cd'tjes branden en een presentatie in elkaar draaien. Viergever stond eind juli voor het eerst op de Modefabriek. Het was überhaupt de eerste keer dat zij haar collectie op een beurs presenteerde. Sjaak Hullekes, ontwerper van het herenmodemerk dat zijn naam draagt, stond eerder dit seizoen al met zijn collectie op de eerste editie van de nieuwe beurs Projekt Galerie in Berlijn. Voorafgaand aan de Modefabriek heeft hij klanten en contacten uitnodigingen gestuurd. Catta Donkersloot heeft nauwelijks iets voorbereid, maar zij kreeg dan ook pas drie weken voor aanvang te horen dat er een plekje voor haar was.

Donkersloot beschouwt haar deelname als een goede ervaring. De ontwerpster sleepte vorig jaar met haar eindexamencollectie een Mittelmoda Award in de wacht en presenteerde in januari haar eerste volwaardige collectie. "Op de Modefabriek heb ik heel leuke reacties gekregen," zegt zij. "Er kwamen mensen op mij af die mijn naam eerder hadden gehoord en een beetje teleurgesteld waren dat ze nog niets konden bestellen, maar ik heb nog geen fabrikant." Deelname heeft Donkersloot wel tot nadenken aangezet, over hoe ze haar collecties wil gaan verkopen. "Ik denk dat ik dat in de toekomst liever individueel vanuit een showroom ga doen, dan op een beurs."

Sjaak Hullekes, die sierlijke mannenmode maakt, heeft vooral belangstelling van pers en stylisten getrokken vertelt hij. Het publiek op de Modefabriek is volgens hem vrij behoudend waar het mannenmode betreft, te behoudend voor zijn collectie. "Maar dat ik hier niets verkoop, betekent niet dat het geen goede ervaring is," zegt Hullekes. "Het is toch goed dat mensen mijn werk en mijn naam weer even zien. Zo blijft er altijd wel iets hangen."

Alle voorbereiding van sieradenontwerpster Martine Viergever hebben vruchten afgeworpen. De ontwerpster, die alledaagse voorwerpen zoals een badstop of een afgekloven pen tot sieraden verheft door ze bijvoorbeeld te verzilveren of er een parelketting aan te hangen, toont na afloop van de beurs een dik zwart schrift. Op iedere pagina zijn visitekaartjes geplakt en notities geschreven. "Kijk, deze mevrouw heeft een kerstballenfabriek en heeft mogelijk wat freelance-klussen voor mij. Deze vond mijn werk leuk en wil mij introduceren bij de organisatie van Casabo (een afdeling van de modebeurs Prêt à Porter in Parijs, red.). Dit is een winkeleigenaar uit Düsseldorf die in mijn collectie is geïnteresseerd, en hier één uit Beiroet en een uit Seoel. Maar er zitten ook kaartjes tussen van een paar oud-klasgenoten die ik uit het oog was verloren en hier weer tegenkwam." Op de Modefabriek had zij ongeveer 25 items uitgestald op drie witte planken. "Eerst wilde ik nog een tafel en meer aankleding in de stand, maar volgens de organisatie was het beter als ik het zo 'clean' mogelijk hield."

 

Leerzaam

Op steeds meer modevakbeurzen zien we jong talent verschijnen. In een wereld waar de meters schaars zijn en de concurrentie groot, wordt aan hen gratis ruimte weggegeven. Kijk naar de Belgian & Brussels Fashion Fairs dat samenwerkt met Modo Bruxellae en twee keer per jaar 15 starters kosteloos standruimte aangebiedt. Ook de vakbeurs Bread & Butter in Barcelona is afgelopen seizoen een samenwerking aangegaan met een lokaal opleidingsinstituut en liet jonge designers hun afstudeercollecties tonen tijdens de opening van de beurs. De Nederlandse Modefabriek doet het nu een jaar of vijf. Eerst voorzichtig aan een zijpad, nu een stuk centraler midden op de beursvloer. Onder de eerste deelnemers onder meer de zusjes Truus en Riet Spijkers, die inmiddels internationaal bekendheid hebben verworven als ontwerpduo Spijkers & Spijkers. Truus Spijkers herinnert zich dat de beurs toen voor hen niet heel nieuw meer was, omdat zij al een paar keer had deelgenomen aan vakbeurzen in Parijs. "Maar ik denk wel dat het goed is voor jonge ontwerpers. Het is altijd nuttig om te horen hoe inkopers op je werk reageren."

Modeontwerper Corné Gabriëls kan zich zijn debuut op de beurs in 2003 ook nog goed voor de geest halen. "Voor mij was het de eerste keer dat ik op een zakelijke manier benaderd werd." Gabriëls heeft toen wel meteen goed verkocht aan een winkel in Japan, "maar dat is helaas bij één levering gebleven." Ook hij zegt veel geleerd te hebben van reacties van verschillende mensen, "mensen die je werk anders misschien nooit zouden zien". Hij benadrukt dat je er ook weer niet teveel van moet verwachten. "Het is goed om er te zijn."

 

Waarom geven beursorganisaties gratis standruimte weg aan deze jonge garde? Volgens Annelies Tjassens hoort het er gewoon bij. "Jonge ontwerpers maken deel uit van het landschap van collecties dat Nederland te bieden heeft. Als Nederlandse beurs willen wij laten zien wat er in ons land gebeurt op het gebied van design. Dan kan je niet om deze jonge mensen heen." En het is ook een manier voor de organisatie om vooruit te kijken. "Vandaag kunnen zij nog geen standruimte betalen, maar morgen misschien wel."