Hoofddoekjeszaak A&F voor Hooggerechtshof

Mag een werknemer een hoofddoek dragen op de werkvloer? En wie is verantwoordelijk voor deze keuze; degene die solliciteert en het risico draagt op mogelijke conflicten, of moet de werkgever op voorhand al kennis hebben over een mogelijk probleem op de werkvloer? Dat zijn de vragen waar het om draait in de hoofddoekjeszaak van Abercrombie & Fitch, meldt Business of Fashion. Gisteren diende de zaak, aangespannen door Equal Employment Opportunity Commission.

De zaak gaat over de toenmalige 17-jarige Samantha Elauf, die in 2008 solliciteerde op een salesfunctie op de kinderafdeling van Abercrombie & Fitch in Tulsa, Oklahoma. Ze kreeg de baan niet, omdat ze door het dragen van een hoofddoek niet voldeed aan het kledingbeleid van de retailer. In 2009 spande de Amerikaanse Equal Employment Opportunity Commission een rechtszaak aan wegens discriminatie. “Ik kom niet alleen op voor mijn eigen rechten, maar voor alle mensen die hun geloof niet willen verbergen tijdens hun werk,” zei Elauf gisteren bij aanvang van de rechtszaak.

Hoofddoekjeszaak A&F voor Hooggerechtshof

Elauf droeg bij haar sollicitatie een zwarte hoofddoek of hijab, maar vroeg niet om toestemming om de hoofddoek tijdens haar werk te dragen indien ze de baan kreeg. De Islam vereist echter wel dat vrouwen voor hun adolescentie een hoofddoek dragen in de aanwezigheid van volwassen mannen buiten hun directe familie. Abercrombie & Fitch weigerde vervolgens haar de functie, met als argument dat het dragen van een hoofddoek de ’Look Policy’ zou schenden. Het beleid schrijft immers voor dat medewerkers kleding dragen die ook verkocht wordt in de winkels.

De zaak die door de Equal Employment Opportunity Commission werd aangespannen, diende in 2011. De U.S. District Court gaf de organisatie gelijk en een jury oordeelde dat Abercrombie & Fitch een schadevergoeding van 20.000 dollar aan Elauf moest betalen. Maar in hoger beroep in 2013 keerde het oordeel: de 10th U.S. Circuit Court of Appeals oordeelde in het voordeel van Abercrombie & Fitch.

Verantwoordelijkheidsaandeel staat centraal in A&F-zaak

De Equal Employment Opportunity Commission vroeg het Hooggerechtshof in hoeverre de werkgever verantwoordelijk is voor het afwijzen of weigeren van een werknemer ‘als ze alleen feitelijke kennis beschikt’ over de religieuze reden en of dat er een uitzondering op het beleid nodig is. Abercrombie & Fitch laat via gerechtelijke documenten weten ‘geen feitelijke kennis te hebben’ van een ‘religieus conflict op welke manier dan ook’. Volgens de retailer ligt het probleem dan ook ‘bij de sollicitant die de potentiële werkgever moet informeren over de noodzaak van het dragen van een bepaalde kledingstuk, die niet altijd gekoppeld is aan een bepaalde religie’.

Uit gerechtelijke documenten blijkt dat de vrouw die het sollicitatiegesprek bij Elauf afnam veronderstelde dat de sollicitante de hoofddoek om religieuze redenen droeg. Daarom vroeg de medewerker de district manager om bijstand in het bedrijfsbeleid ten aanzien van zwarte hoofddoeken.

Equal Employment Opportunity Commission-advocaat Ian H. Gershengorn noemt het een ‘bijzonder ongecompliceerd geval.’ "Wat de werkgever hier deed, was te handelen in de veronderstelling dat het voor mevrouw Elauf nodig is om de hoofddoek om religieuze redenen te dragen. Later beweerde de werkgever dat zij onvoldoende kennis had.” Raadsman van Abercrombie & Fitch Shay Dvoretzky zegt dat de vraag is ‘op welk niveau van kennis moet de werkgever hebben’. “De ene situatie is de andere niet.” Hoofddoekjeszaak A&F voor Hooggerechtshof

Rechter lijkt partij te kiezen voor moslima

De vraag die het Hooggerechtshof behandelde is of werkgevers ruimte moeten geven aan de religieuze overtuiging van hun werknemers en sollicitanten. Hoewel de rechters nog geen uitspraak hebben gedaan, bleek gisteren wel dat ze amper sympathie hebben voor het standpunt van Abercrombie & Fitch. Rechter Ruth Bader Ginsburg attendeert de aanwezigen dat de sollicitant niet op de hoogte was van het beleid van moderetailer. Volgens gerechtelijke documenten, heeft de interviewer niet aan Elauf verteld dat hoofddoeken verboden waren bij Abercrombie & Fitch. Maar volgens de rechter had de werkgever dat zelf wel kunnen bedenken. “De werknemer had geen reden om te denken dat er iets mis was met haar manier van kleden. Ze had niet op voorhand kunnen zeggen ‘trouwens, ik draag om religieuze reden eeb hoofddoek.” Dvoretzky reageerde: "De werkgever kan niet zomaar het beleid openbaar maken, dat is geen oplossing, want dat vraagt werkgevers om werknemers verschillend te behandelen, gebaseerd op stereotypen of religie.”

Abercrombie & Fitch is vooral populair onder tieners, die graag kleding met het logo van het merk dragen. Tot vorig jaar stonden de reclame-uitingen bekend om de grote hoeveelheid bloot. Verkopers werden vaak ‘modellen’ genoemd. Elauf had voor de baan op de kinderafdeling zich moeten houden aan een ‘studentikoze kledingstijl’. Inmiddels heeft de retailer het beleid wel aangepast; hoofddoeken mogen, maar zwart is nog steeds verboden. Het is niet voor het eerst dat Abercrombie & Fitch te maken krijgt met kritiek op het personeelsbeleid. Eerder zei voormalig CEO Mike Jeffries - die inmiddels onder dwang vertrokken is- dat het bedrijf alleen maar knappe werknemers aanneemt vanwege de ‘knappe klanten’.

Het Hooggerechtshof zal naar verwachting in de zomer een uitspraak doen in de zaak.
 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN