Mode en politiek in de mix: een goed idee?

Ongetwijfeld zal het iedereen die ook maar enigszins heeft opgelet tijdens de afgelopen modeweken zijn opgevallen: de grens tussen mode en politiek is flink vervaagd. Vooral tijdens New York Fashion Week kon niemand eromheen, want politieke statements waren overal. Van de felroze Planned Parenthood buttons die bij ruim 40 ontwerpers op de borst prijkten, tot t-shirts met uitspraken als We are all human beings: ontwerpers deinsden er niet voor terug hun politieke kleur te bekennen. Het is zeker niet de eerste keer dat modeontwerpers zich uitspreken over politieke kwesties, maar opmerkelijk is wel dat ze dit nu in zulke groten getale doen. Maar is het ‘huwelijk’ tussen mode en politiek wel zo’n goed idee?

Politieke betrokkenheid: de laatste ‘trend’ in modeland?

Over de vereniging van mode en politiek zijn de meningen in de industrie verdeeld. Terwijl sommige ontwerpers hun show en bekendheid graag inzetten om een politiek standpunt te maken, kiezen anderen ervoor hun politieke mening voor zich te houden.

Een voorbeeld dat de toegenomen politieke betrokkenheid vanuit de modewereld perfect illustreert, is de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump, die in januari 2017 plaatsvond. Voorafgaand aan de dag was er één vraag die iedereen in de modeindustrie bezighield: welke ontwerper zal first lady Melania Trump kleden? Veel ontwerpers bleken er niet bepaald warm voor te lopen. De reden? Velen waren het niet eens met de politieke ideeën van echtgenoot Donald, en het ‘weigeren’ van enig verband met Melania was voor hen in die zin een daad van verzet. Zo schreef de Franse ontwerpster Sophie Theallet een open brief waarin ze haar standpunt uitlegde: “Als groot voorstander van diversiteit, individuele vrijheid en respect voor andermans leefwijze zal ik me op geen enkele manier associëren met de aankomende presidentsvrouw en haar ook niet kleden. De racistische, seksistische en xenofobische uitspraken die haar man heeft gedaan tijdens zijn verkiezingscampagne gaan in tegen al onze gedeelde normen en waarden.” Onder andere Kenzo’s Humberto Leon, Marc Jacobs en Zac Posen schaarden zich achter Theallet.

Ook op de New Yorkse catwalk waren de verwijzingen naar politiek duidelijk aanwezig. Zo stuurden Public School ontwerpers Dao-Yi Chow en Maxwell Osborne hun modellen de catwalk op met rode petjes en sweaters met daarop de tekst Make America New York, waarmee ze verwijzen naar de bekende uitspraak van Trump én naar het open, multiculturele karakter van New York. Ook ontwerper Christian Siriano greep zijn show aan als een moment om een politiek getinte boodschap de wereld in te slingeren, in de vorm van een zwart t-shirt waarop met witte letters People are people was te lezen. En de show van het New Yorkse label LRS bevatte een wel heel bijzondere knipoog naar twee controversiële plannen van Trump. Oprichter Raul Solis sprak zijn ongenoegen uit door witte onderbroeken te bedrukken met de tekst No ban! No wall!.

Een subtieler protest was onder andere te zien bij Raf Simons, die voor zijn gelijknamige merk een collectie liet zien die dankzij het vele zwart, de kettingen en de grafische prints op shirts, herinneringen opriep aan de punkstijl. “Punk was in de jaren ‘70 een reactie op de dingen die gebeurden,” legt Simons uit in The Washington Times. “Het ging om een jonge generatie die een eigen dresscode creëerde, maar het was bovenal een politieke reactie.” Ook bij The Row gold less is more. In de herfst/wintercollectie van het label van de modieuze zusjes Ashley en Mary-Kate Olsen bevonden zich bijvoorbeeld kraakwitte oversized overhemden waarop woorden als hope en freedom waren geborduurd.

Mode en politiek in de mix: een goed idee?

Maar wie denkt dat politiek in de mode enkel een zaak is voor op de catwalk heeft het mis, bewees Diesel onlangs. Het Italiaanse merk lanceerde, waarschijnlijk niet geheel ontoevallig, afgelopen Valentijnsdag haar campagne ‘’Make Love Not Walls’’. “Wij van Diesel zijn heel sterk tegen haat en vooral nu willen we meer dan ooit onze stem gebruiken om de wereld te laten weten dat liefde en samenzijn cruciaal zijn om een samenleving te creëren waarin we allemaal willen leven,” licht artistiek directeur Nicola Formichetti toe op de website van het label. Voor de campagne zijn een video, posters en foto’s gemaakt, en ook de etalages van Diesel-winkels worden ingezet om de boodschap te verspreiden. Zo is op de winkelruit van Diesel’s winkel in Amsterdam de slogan van de campagne in grote, witte letters geplakt, en springen ook de felgekleurde opblaastank en de muur waaruit een hart is gesloopt direct in het oog.

Lagerfeld: ”Mode is mode, geen politiek”

Dat mode en politiek elkaar hebben gevonden staat wel vast, en eigenlijk lijkt de ontmoeting zo gek nog niet. Mode wordt door sommigen beschouwd als een kunstvorm, en door de eeuwen heen hebben kunstenaars zich altijd laten inspireren door wat er om hen heen gebeurde. Van protestliedjes tot politiek getinte schilderijen: voor artiesten is het een goede manier gebleken om frustraties kwijt te kunnen én tegelijk hun boodschap met de maatschappij te delen.

Maar behalve artiesten, zijn ontwerpers vandaag de dag bovenal ook zakenmensen. Aan het eind van de dag, gaat het er dan ook helemaal niet om welke politieke voorkeur een ontwerper heeft - wat uiteindelijk telt, zijn de harde cijfers. “Mode is mode, geen politiek,” zei Karl Lagerfeld onlangs in een interview met The Wall Street Journal. “Misschien is de kleding van Angela Merkel verschrikkelijk, maar ze werkt ook niet in de mode, hmm?”. En andersom geldt hetzelfde: modeontwerpers blijven ontwerpers; het zijn geen activisten, en al helemaal geen politici.

Al neemt dat nog niet weg dat modeontwerpers te allen tijde ver van de politieke arena moeten blijven. In gevallen waarin het maken van een politiek statement de verkoopcijfers van het bedrijf ten goede komt, is dit zo’n slecht idee nog niet. Zo spraken onder andere Christopher Bailey, Vivienne Westwood en Christopher Kane zich negatief uit over de naderende Brexit, maar heeft dat waarschijnlijk meer te maken met hun zakelijke belangen dan met politieke betrokkenheid. “Al die geweldige naaisters uit Italië, uit heel Europa eigenlijk, die al vijf jaar voor ons werken… Hoeveel zou het wel niet kosten om visa voor hen te regelen?”, aldus Kane, wiens gelijknamige bedrijf is gevestigd in Londen, tegenover The New York Times. Zo heeft ook het toenemende aanbod aan moslimmode hoogstwaarschijnlijk meer te maken met slim marktinzicht dan een gebaar om inclusiviteit te promoten. Uit cijfers van consultancybureau Dinar Standard blijkt dat de markt voor moslimmode in 2014 namelijk goed was voor een waarde van maar liefst 230 miljard dollar (212,8 miljard euro), en zal dit in 2020 waarschijnlijk zijn gestegen tot een bedrag van 327 miljard dollar (302,6 miljard euro).

Dat politiek en mode dus zeker samen kunnen gaan maar niet altijd serieus moet worden genomen, bewijst een veelbesproken Chanel show uit de herfst van 2015 waarvoor - jawel - Karl Lagerfeld besloot een feministische protestmars na te bootsen. “Mijn moeder was een echte feministe,” legde de ontwerper uit aan Fashionista. “Ik vind het leuk om feminisme op een lichtvoetige manier te laten zien, het moet niet heel erg opdringerig worden.” De media waren enthousiast, en prezen ‘’Kaiser Karl’’ om de mooie boodschap die hij met de mars uitdroeg. Flash forward naar 2017 en Lagerfeld beweert dat mode en politiek niet met elkaar moeten worden verward noch gemixt. Misschien was de show wel een uiting van Lagerfeld’s oprecht feministische denkbeeld. Maar misschien ook niet.

Beeld: Dior, Facebook, Diesel winkel door FashionUnited

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN