Turkije werkt aan de toekomst

Mode
Door FashionUnited

bezig met laden...

Scroll down to read more

Terwijl de wereldeconomie strubbelingen vertoont en China meer en meer terrein wint als kledingproducent, probeert Turkije zijn imago van productieland van zich af te schudden. En dat is gaat niet vanzelf.

Bij de opening van de Istanbul Fashion Fair hield de Turkse minister van buitenlandse zaken Kürsad Tüzmen hoogstpersoonlijk een openingstoespraak om ondernemers in de modesector een hart onder de riem te steken: "We staan aan het begin van verandering en groei," oreerde hij hoopvol. "We zouden elkaar moeten omhelzen en vertrouwen en in 2023 zal deze sector een omzet bereiken van $150 miljard."

De uitspraak werd met gejuich ontvangen door de aanwezigen. Dat is niet bijzonder voor een ministerstoespraak en dat geldt zeker als je de staat bekijkt waarin de Turkse mode en textielsector zich momenteel bevindt. De omzet in de branche is nu zo'n $ 30 miljard. De opbrengst uit de Turkse textiel- en kledingexport bedraagt nu $ 22 miljard, waarvan kleding goed is voor 15,6 miljard. De Turkse textielindustrie levert werk aan ruim 1,5 miljoen mensen, die samen ongeveer 10 procent van het nationale inkomen van het land opbrengen. Van alle geproduceerde kleding ter wereld is 3,8 procent afkomstig uit Turkije. Dat maakt het land de op zeven na grootste leverancier ter wereld, na de EU, China, Hong Kong, de USA, Korea Taipei en India.

Vóór de afschaffing van de textielquota in 2005 was Turkije de belangrijkste textielproducent voor Europa, maar toen de massaproductie uit China op gang kwam, verloor Turkije marktaandeel. Dat had nog een andere reden, vertelt Osman Ege, voorzitter van de Clothing, Finding and Trimming Association: "Tien jaar geleden begon het westen te vragen naar naar producten die voldeden aan allerlei kwalificaties en normen," zegt Ege. "Daardoor is het in de textielsector nu veel beter dan in andere sectoren op het gebied van milieu. Maar er kleeft ook een nadeel aan. Want als je alles volgens het boekje wilt doen, dan kun je niet goedkoop produceren. zoals de bedrijven in China en Bangladesh. Door de gestegen arbeidskosten, is produceren hier duurder geworden "

Verder heeft Turkije last van de economische situatie in andere landen. Het gevolg: De Turkse textielexport nam in enkele jaren af van ruim een derde naar 22 procent van de totale export. Beursdirecteur Murat Özer zegt het effect al te merken: "Het aantal standhouders op de beurs neemt reeds af. Veel ondernemers maken zich zorgen over de toekomst."

Eigen ontwerp

Turkije doet zijn best om het tij te keren. "Eigen ontwerp is ons wapen tegen China," zegt Volkan Atik, vicevoorzitter van de Osmanbey Textiles businessmen association, een vereniging van modeondernemers uit de wijk Osmanbey in Istanbul. Bij deze vereniging zijn 4000 bedrijven aangesloten die hun eigen merken produceren en deze in showrooms in de wijk aan retailers verkopen.

Inmiddels is zestig procent van de Turkse productie bedoeld voor de eigen labels. De overige veertig procent bestaat uit het produceren voor andere merken of private labelproducten. Er zijn Turkse luxemerken zoals Balizza die vooral in Rusland, Oost Europa en de VS populair zijn. "De Europese markt is moeilijker te betreden," zegt Özer. "Europeanen hebben liever labels die ze al kennen."

Rusland is een belangrijke afzetmarkt voor de Turkse labels. Turkije is zelfs een van de grootste textielleveranciers van Rusland. Dat is echter niet iets waar Turkije onverdeeld gelukkig mee is. Al is het alleen maar omdat Turkije als Navo-lid ook verbonden is met West Europa. Daardoor dreigt het land slachtoffer te worden van conflicten tussen Rusland en het Westen. Een eerste waarschuwing aan het adres van Turkije is de kilometerslange rij van trucks met Turkse goederen die weken geen toestemming kregen om Rusland binnen te rijden vanwege de houding van Amerikanen en Europeanen over de problematiek in Georgië waar Rusland Turkije verantwoordelijk voor hield.

Liever dan afhankelijk te zijn van enkele grote afnemers, wil Turkije zoveel mogelijk andere markten bedienen. De typerende Turkse stijl van uitbundig gekleurde of van glinsterende details voorziene glamourjurken, maakt dan ook voorzichtig plaats voor ontwerpers met een ingetogener handschrift dat Europeanen meer aanspreekt.

Bora Aksu

Bora Aksu, bijvoorbeeld, is een ontwerper die veel lof oogst. Niet alleen won hij al vier keer op rij de Topshop 'New Gen award' voor veelbelovende jonge ontwerpers, maar ook wist hij onlangs een complete couturecollectie te verkopen aan zangeres Tori Amos die ze droeg tijdens een wereldtournee. Zijn elfde show op London Fashion Week werd door Vogue.com bestempeld als 'volwassen, sterk en onontkenbaar mooi'.

Op confectieniveau wordt ook met succes actie ondernomen. De designer Gamze Saraçoglu was eerst in dienst bij DKNY en werkt nu als zelfstandig ontwerpster voor onder meer Zara, Marks & Spencer, Etam, Kokooi en Nafnaf. En de Turkse labels Koton en Mavi jeans doen het eveneens erg goed in het buitenland.

De ontwerpersambities van Turkije krijgen nog eens extra ondersteuning doordat in januari de Istanbul Moda Academy werd geopend, waar behalve ontwerpers ook belangstellenden voor andere disciplines terecht kunnen. "We hebben talent genoeg in dit land," zegt directeur Sezer Mavituncalilar. "Maar het valt niet mee om hen in Europa onder de aandacht te brengen. Daarvoor hebben we goede fotografen nodig, goede journalisten en goede critici. Die gaan we hier ook opleiden."

De academie zet het lesprogramma op in nauwe samenwerking met gerenommeerde opleidingen als het Londen College of Fashion, Polimoda uit Italië en het Franse Institut Français de la Mode, waarmee ook uitwisselingsprojecten zijn voor zowel docenten als studenten.

Anders dan veel Europese opleidingsinstituten kan de Academie in Istanbul de afgestudeerden ook zeer goede carrièreperspectieven bieden. In totaal telt Turkije 35000 textielbedrijven waar de afgestudeerden aan de slag kunnen. "En support ná de opleiding is ook heel belangrijk," zegt Mavituncalilar. "Voor de meest getalenteerden geldt dat we hen tot twee jaar na het afstuderen financieel en marketingtechnisch ondersteunen."

Turkije wil echter niet al zijn pijlen richten op de ontwerpers. Een ander sterk punt dat Turkse ondernemers proberen uit te buiten is snelheid, legt beursdirecteur Murat Özer uit. "Turkije ligt een stuk dichterbij Europa dan China. Als het moet kan een Turkse leverancier een bestelling in drie weken een bestelling maken en afleveren op de plek van bestemming. In een tijd waarin collecties snel wisselen is dat een groot voordeel."

Tot slot zijn er allerlei kleine initiatieven om de productie-omstandigheden in het land te verbeteren. Ondernemers hebben zich verenigd in federaties en associaties die de problematiek aankaarten bij de overheid. "Dit heeft ervoor gezorgd dat de belasting voor producenten in deze branche is verlaagd van 18 procent naar tien procent," vertelt Özer. Of deze initiatieven genoeg zijn om het beloofde omzetcijfer van $150 miljard te bereiken valt nog te bezien, maar aan de ondernemerszin in de Turkse textielsector zal het in elk geval niet liggen.