• Home
  • Nieuws
  • Retail
  • Mode in beweging

Mode in beweging

Door Bram Strijbos

19 feb. 2005

We staan er bij een bezoek aan een vakbeurs eigenlijk niet meer bij stil. Het aanbod aan internationale modemerken wordt steeds groter en de mogelijkheid om mode uit Argentinië, Japan of Australië in de eigen zaak aan te bieden, wordt logistiek gezien steeds gemakkelijker. Ook mode uit eigen land, komt vaker van verre, want de productie hiervan wordt uitbesteed aan zogenaamde lagelonenlanden. Achter de eenvoudige gedachte dat een pakket kleding slechts van A naar B hoeft te worden getransporteerd, schuilen echter praktische vragen. Wat zijn de kosten? En wie betaalt dat?

Het transport van goederen gaat namelijk over de weg, per trein, schip, pijpleiding of vliegtuig (multimodaal). En het zal duidelijk zijn dat aan iedere vorm van transport en opslag een ander prijskaartje hangt. Mode verkopen is handel. Hoewel het handel is in een fantastisch product blijft het uiteindelijk doel toch winst maken. Ontwerpers, producenten, leveranciers en detailhandel zitten aan de verkopende zijde, de kosten worden verhaald op de koper. Maar een torenhoge rekening voor de distributiekosten van de hippe jeans, trendy shirt of basic socks, zal de consument afschrikken. De kosten van de logistiek dienen daarom zo laag mogelijk te zijn, dit zorgt ervoor dat een kledingstuk tegen een sterk concurrerende prijs in de winkel kan worden aangeboden. Een onverkocht, want te duur artikel, is altijd verlies.

Françoise van den Broek en Ron Roest zijn beide senior managers logistiek bij Nederland Distributie land (NDL), de vereniging van en voor de logistieke, multimodale sector. NDL houdt zich onder andere bezig met de promotie van ons land als distributieland in het buitenland en wil met name bedrijven die geïnteresseerd zijn in Europa, overhalen zich in Nederland te vestigen. Op dit moment wordt vooral gekeken naar bedrijven uit Azië, Canada en de Verenigde Staten. Volgens Ron Roest heeft Nederland een aandeel van ruim 50 procent in het aandeel Europese logistieke distributiecentra voor de distributie van goederen vanuit de Verenigde Staten en Azië door ons werelddeel. Terwijl slechts 5 procent van de inkomende goederen in Nederland blijft, de rest vindt zijn weg naar het achterland.

"Nederland is de gateway voor Europa," zegt Françoise van den Broek. "Maar logistiek staat niet op zich. Het is gerelateerd aan sales en marketing. Wanneer een distributiekanaal goed is geregeld, komen goederen op tijd aan en kan de verkoop beginnen. Nederland heeft als distributieland veel te bieden. Er is een goed logistiek netwerk en een enorme kennis op het gebied van arbeid en wet- en regelgeving. Nederland staat bekend als efficiënt en betrouwbaar en is daarbij centraal gelegen in Europa."

Ron Roest onderscheidt vijf categorieën op het gebied van mode. "Allereerst heb je de designerkleding, artikelen die in kleine tot zeer kleine hoeveelheden hun weg naar de consument vinden. En aan de andere kant komt de bulk, oftewel de massa van witte T-shirts of T-shirts met eenzelfde opdruk welke in grote hoeveelheden in containers worden getransporteerd. Op de tweede plaats komt de trendy kleding, deze gaat naar modewinkels als Zara en H&M, met zo'n tien tot zestien keer nieuwe collecties per jaar. Dan komt de categorie mode, deze hangt langere tijd in de winkel en kent twee collecties per jaar met ieder een nalevering van artikelen die worden nabesteld. Vervolgens hebben we nog, de NOS, de 'never-out-of-stock' artikelen die een ondernemer standaard in de winkel heeft. Blauwe sokken, blauwe polo's en grijze kostuums zijn producten die het gehele jaar door worden verkocht en waarnaar altijd vraag is. Het unieke aan de mode-industrie is onder andere," zegt Roest, "dat in een modezaak alle categorieën samen kunnen komen. Wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar de autobranche, dan heeft iedere dealer zijn eigen klasse. De distributie van mode wordt ook nog eens bemoeilijkt door de stock keeping units. De verschillende artikelnummers in verband met series in maten en kleuren maakt de risico's op verkeerde leveringen of overvloedige leveringen groter. Voor elk van deze vijf categorieën, of combinaties hiervan, moet een efficiënte en tegelijkertijd goedkope oplossing worden gevonden," vervolgt hij. "Dit betekent dat zowel internationaal gekeken moet worden naar mogelijkheden van vervoer en aansluitingen als op nationaal en lokaal niveau. Vertrek- en aankomsttijden van schepen en treinen moeten op elkaar aansluiten, maar er moet ook rekening worden gehouden met vrachtwagenverboden op bepaalde tijden in winkelstraten, want ook dan kan de voorraad niet worden afgeleverd."

"In de modewereld is snelheid belangrijk. Een ontwerp moet zo vlug mogelijk zijn weg vinden van de tekentafel naar de modezaak. Hoe langer een product onderweg is, hoe groter de kans op kopiëren. Tegenwoordig is het computersysteem zo geavanceerd dat het mogelijk is voorraden snel te verplaatsen, maar wel tegen redelijke kosten. Natuurlijk is vervoer met het vliegtuig het snelst. Maar omdat dat meteen ook het duurst is, wordt dit vervoermiddel vaak alleen gebruikt voor kostbare of kleine producten als juwelen of computerchips of spoedzendingen. "

"Met de intrede van de computer is de wereld kleiner geworden. Het is mogelijk om digitaal een ontwerp te versturen en deze op locatie, bijvoorbeeld in een lagelonenland in productie te nemen. Maar ook is het gemakkelijker om een goedkopere productieplaats te vinden. Zolang het maar logistiek mogelijk is om de goederenstroom naar het westen te verplaatsen, want daar zit nu eenmaal een groot deel van de markt. Daar wonen de mensen die de mode kunnen betalen."

"Nu is het trend om in Azië te produceren," vervolgt de senior manager van NDL, "daar worden elektronicaproducten als televisies, maar ook kleding gemaakt. Op dit moment wordt deze regio betrouwbaar geacht en biedt het voldoende capaciteit om aan de vraag te voldoen. Maar wanneer daar twijfel over ontstaat, dan zal de productielocatie wijzigen. In Turkije, Marokko en Tunesië wordt ook geproduceerd. Het voordeel van deze landen is dat zij dichterbij liggen en dus directer op de markt kunnen reageren. Mocht blijken dat een japon met een bepaald kraagje niet goed wordt verkocht, dan kan het kraagje worden aangepast en weer snel als nieuw artikel in de winkel worden aangeboden. Het zijn vooral de grotere ketens die hier gebruik van maken."

"Kledingketens als WE, Zara, Mexx en Marks & Spencer brengen steeds meer collecties per jaar," weet Roest, "dit doen ze om de marge te vergroten. Want iedere keer als er iets nieuws hangt in de winkel, tegen een redelijke prijs, dan is de consument bereid te kopen. Het bieden van meerdere collecties per jaar verkleint ook de hoeveelheid artikelen die in de uitverkoop belanden. Deze stroom van goederen dient goed te worden begeleid. Met radio frequency identity-tags (RFID) is het mogelijk om goederen op de voet te volgen vanaf de plek van productie tot en met de kassa. Zo kun je meteen zien wat er is verkocht en dat bijbestellen. Maar aan dit systeem zitten nog wat haken en ogen, ook wat betrouwbaarheid betreft. RFID wordt nog niet op grote schaal gebruikt. Maar de huidige IT-systemen maken het wel mogelijk om voorraden wereldwijd te volgen en zo nodig bij te sturen. Dit bijsturen kan op internationaal niveau, maar ook nationaal of lokaal," licht Van den Broek toe. "Logistiek houdt ook in dat goederen van het ene filiaal naar het andere filiaal worden gebracht. Een bepaald artikel kan in de ene stad wel lopen en in de andere niet. Dan is het voor de ondernemer winstgevender om de producten te verplaatsen.

Een goed netwerk met een vlotte logistiek wil ondernemers nog wel eens in de verleiding brengen om kleinere hoeveelheden te bestellen en dagelijks te laten bezorgen. Zij hebben dan immers geen voorraadruimte nodig die wel kosten met zich mee brengen, maar geen directe omzet opleveren. Maar aan logistiek zit een kostenplaatje; artikelen moeten worden ingevoerd, verplaatst en afgeleverd.

Een zelfstandig ondernemer kan als antwoord op de vele collecties per jaar van de grote ketens beter zijn eigen unieke kwaliteiten inzetten. Te denken valt aan persoonlijke dienstverlening; als verkoper de klant kennen en een goed advies geven of geen vermaak kosten rekenen. Maar ook door samen te werken is het voor zelfstandig ondernemers mogelijk om sterker te staan tegenover grootwinkelbedrijven. Samen inkopen doen betekent dat je samen sterker staat in de onderhandeling met een leverancier. Kleinere ondernemers kunnen beter gezamenlijk communiceren richting de leverancier, hierdoor is het mogelijk om beter in te springen op de vraag uit de markt. Zonder dat het resultaat een hogere rekening is voor de logistieke kosten."

www.ndl.nl
uit FashionUnited vakblad, februari 2005
door Anneke Kuhurima