• Home
  • V1
  • Columns
  • 10 jaar na de modeacademie

10 jaar na de modeacademie

1 jun. 2012

Elk jaar studeren er zo’n 100 modeontwerpers af in Nederland, maar waar komen die terecht? FashionUnited ging op zoek naar de klas van 2002 van de ArtEZ.

Het jaar 2002 was geen gemakkelijke tijd om af te studeren. Door de aanslagen op 11 september 2001 in New York waren de aandelenbeurzen ingezakt met een lichte recessie tot gevolg. Toch zijn tien jaar na de mode-academie vrijwel alle afgestudeerden van ArtEZ goed terecht gekomen. Zo zijn er zes oud-studenten ingelijfd door een groot modebedrijf, waaronder H&M, Wrangler en Tommy Hilfiger en zijn er vijftien succesvol voor zichzelf begonnen.

Succesverhaal

Het grootste succesverhaal is Els Rooseboom. Al tijdens de modeacademie blonk ze uit. Met haar technische modeopleiding en werkervaring bij Belgische ontwerpers als Walter van Beirendonck, Dries van Noten en A.F. Vandevorst had ze een voorsprong op de rest van de studenten en al snel ontpopte ze zich tot de beste van de klas.

Tien jaar later staat ze aan het hoofd van haar eigen modebedrijf Fashion and Pattern Design. Met schetsen, plaatjes en soms slechts een verhaal kloppen ontwerpers en merken als Conny Groenewegen, Vlisco, Female Fashion en Bracha van Doesburgh voor Maison de Bonnetrie bij Roseboom aan. De ideeën vertaalt ze in een patroon, samples en in sommige gevallen neemt ze de complete productie op zich. Haar bedrijf nam in november 2011 een vlucht toen ze het confectiebedrijf Brontex overnam. Nu heeft ze zes man personeel fulltime in dienst.

Achteraf gezien begon haar carrière al in het eerste jaar van de academie. ’s Avonds en in het weekend hielp ze ontwerpers Oscar Raaijmakers, Suleyman Demir en Francisco van Benthum met naaien en patronen maken. “Ik kreeg 5 euro per uur,” lacht Roseboom. “Maar ik vond het prima. Het was gezellig en ik vond het heel leuk om te doen. Zo heb ik veel mensen in de branche leren kennen.”

Toch kwam het niet direct in haar op om na de academie voor zichzelf te beginnen als patronenmaker. Bovendien was ze juist naar ArtEZ gekomen om ontwerper te worden, dus meldde ze zich na haar bachelor aan voor de master aan het FIA, tot grote verbazing van Van Benthum, Demir en Raaijmakers. Roseboom: “Al die mensen waar ik al jaren voor werkte vroegen: ‘Els, wat kom je doen? Je bent een goede patronenmaker en niemand wil patronen maken, wil jij het alsjeblieft doen?’ Ze smeekten het me bijna.”

Toen Demir en Raaijmakers, die inmiddels het label Oscar Suleyman waren gestart, voor de zoveelste keer problemen hadden met de productie omdat hun patronen niet klopten, besloot ze hun advies ter harte te nemen. Bij de show van Oscar Suleyman in Parijs vertelde ze de ontwerpers het goede nieuws. Onderweg naar de showlocatie liep ze Piet Paris in de metro tegen het lijf, die haar voorstelde aan Percy Irausquin. Een jarenlange samenwerking met de in 2008 plotseling overleden ontwerper volgde.

Eigen label

Nog zo’n veelbelovend talent dat binnen tien jaar naam heeft gemaakt, is Kim Wormgoor. Nog geen jaar naar haar afstuderen sleepte ze de eerste prijs in de categorie ‘Swimwear Design’ in de wacht tijdens de Mittelmoda Fashion Awards in Grado, Italië. De jury viel als een blok voor haar innovatieve cut-out one-pieces geïnspireerd op palmbladeren. De prijs betekende de geboorte van haar badmodelabel Kymare en een eigen collectie voor lingerieketen Hunkemöller.

De eerste drie jaar maakte het merk een snelle groei door. “Na drie seizoenen was Kymare al in zeven landen verkrijgbaar,” vertelt Wormgoor. Maar vanaf 2010 kreeg de ontwerpster het moeilijker. De recessie raakte haar hard. “Een behoorlijk aantal winkels waar ik aan verkocht raakte failliet. Daardoor ben ik veel klanten kwijtgeraakt. Je merkt dat winkels op safe spelen en niet snel meer in zee durven gaan met een nieuw merk. Daarom heb ik besloten om tot de economie weer aantrekt geen beurzen meer te doen en de collectie exclusief online te verkopen.” Haar redding is de webwinkel die ze in 2006 oprichtte. Wormgoor: “Die loopt heel consequent. Door niet naar beurzen te gaan, bespaar ik kosten en houd ik het in balans.”

 

“Op het moment dat je met de opleiding begint, denkt iedereen dat ze de nieuwe Viktor & Rolf gaan worden”

 

Ook Carmen Gloudemans is een eigen label in een niche begonnen: tassenmerk Tesj (Limburgs voor tas). De ontwerpster begon voor zichzelf, omdat ze graag zelf wil kunnen beslissen over hoe haar tassen in de winkel komen te liggen. Haar ontwerpen, die verkocht worden in Arnhem, Utrecht, Rotterdam, Hasselt en in haar webshop, zijn een constante zoektocht naar nieuwe vormen voor een tas met maar één ristrictie: functionaliteit. Door buiten de geijkte paden te denken kwam ze uit bij een tuutje (klein portemonneetje, red.) geïnspireerd op een melkkannetje. ”Doordat je het om je pols kunt dragen, krijgt het een andere vorm en door de rits en het materiaal ontstaat er een diffuus beeld,” legt de ontwerpster uit.

Haar liefde voor accessoires begon al ver voor de academie. “Mijn moeder verzamelde vintage tassen. Samen gingen we daar regelmatig allerlei rommelmarkten voor af. Dat heeft me erg geïnspireerd,” aldus Gloudemans. Maar gek genoeg was de ontwerpster op de academie helemaal niet bezig met tassen. “Op ArtEZ heb ik vooral kleding ontworpen. Achteraf gezien was ik wel altijd aan het inzoomen op details. Ik ontdekte dat ik minder met een collectie als geheel, maar meer met de vormgeving van producten bezig was. Dat ik uiteindelijk een tassenlabel ben begonnen, was achteraf wel een logische stap.”

Weer samen

Van de groep oud-studenten die zijn ingelijfd bij een groot modebedrijf, werken er twee tien jaar na de mode-academie weer samen. Odette Dols en Berber van Bodegraven zijn beide senior womenswear designer bij Tommy Hilfiger. Dols ontwerpt de jassen, Berber doet alle casual wovens, zoals blazers, broeken, rokken.

Toch hadden beiden nooit gedacht dat ze bij Tommy Hilfiger terecht zou komen. “Op het moment dat je met de opleiding begint, denkt iedereen dat ze de nieuwe Viktor & Rolf gaan worden,” bekent Van Bodegraven. “Als 17-jarige heb je de grote ontwerpers in je hoofd, dat is wat mode op dat moment is voor je. Maar gaandeweg in de opleiding ben ik erachter gekomen wat ik echt wilde. Ik heb nooit voor mezelf willen beginnen: ik vind het heel fijn om bij een bedrijf te werken.” Bij Dols zat Tommy Hilfiger wel altijd in haar achterhoofd. “In Nederland zijn veel merken die op Nederland gericht zijn, maar er zijn er maar een paar die op een grote, internationale markt gericht zijn. Bij Tommy vind je dit allebei.”

Dat hun werk elk seizoen in luxewarenhuizen als Harrods en La Fayette en Tommy Hilfiger winkels wereldwijd ligt, is de droom van veel modeontwerpers in spe. Maar voor zowel Dols als Van Bodegraven geldt dat ze de meeste voldoening uit hun werk halen als het weer is gelukt om de Tommy-kleuren rood, wit en blauw in een nieuw jasje te steken samen met hun zevenkoppige ontwerpteam. Dols: “Het allerleukst vind ik als we de nieuwe collectie gaan presenteren aan de mensen van het management. Ik zorg er altijd voor dat de collectie mooi is opgehangen en dat ik een goed verhaal heb voorbereid. Het is onwijs tof als dat goed ontvangen wordt.” Van Bodegraven vult aan: “Elke keer is het weer een enorme puzzel. De opbouw moet kloppen, elke prijscategorie moet in de collectie vertegenwoordigd zijn. Maar het geeft telkens weer een enorme kick als zo’n collectie af is.”

Geschreven door: Stephanie Broek. Dit artikel is gepubliceerd in de FashionUnited werken special 2012.