(advertentie)
(advertentie)

In Europa zijn vele verschillende kledingmatenstelsels in omloop. Het Europees

Parlement pleit nu voor eenduidigheid. De voors en tegens op een rij en wat zijn de gevolgen voor retailer en leverancier? 

Een eenduidig stelsel voor kledingmaten maakt het makkelijker kleding te produceren voor de hele Europese markt

Maat 32 of toch maat 40 en maat 80B of is het 80C? Binnen Europa worden verschillende maataanduidingen gehanteerd. En zelfs binnen één land kan de pasvorm van kleding met dezelfde maat zeer afwijkend zijn. Zo is een maat 36 in Italië iets heel anders dan bij ons en is een maat 40 in ons land ook niet altijd hetzelfde. Om nog maar te zwijgen van matenstelsels buiten de Europese Unie.

Bovendien sjoemelen kledingmerken intern ook nog eens met maten. Onlangs werd bekend dat meerdere bekende labels de klant flink op de hak nemen. Uit onderzoek van het Britse onderzoeksbureau Sizemic bleek dat onder andere Topshop, Gap en Marks & Spencer, zich hieraan schuldig zouden maken. Consumenten worden misleid door kleding van een kleiner maatje te voorzien dan feitelijk het geval is; De afmetingen van het kledingstuk horen bij een grotere maat dan het maatlabel aangeeft. Consumenten voelen zich hierdoor slanker, wat de verkoop zou stimuleren. De gegevens op het labeltje worden bovendien niet alleen gekozen op hun flatterende vermogen, maar vooral bepaald met doelgroepgegevens in het achterhoofd. Uiteraard ontkennen de labels deze berichten stellig of geven te kennen dat maten afhankelijk zijn van ‘pasvorm en stijl’.

Een standaard voor kledingmaten is er niet. Althans, nog niet. Maar is dat nu zo erg? Ja, vinden voorstanders van het invoeren van uniforme maten binnen Europa. Uit onderzoek van het Europees Parlement is gebleken dat vooral mensen uit het bedrijfsleven voorstander zijn van het plan de maten te standaardiseren. Als belangrijkste reden hiervoor wordt genoemd dat klanten zich nu soms vergissen omdat een maat 38 van een Italiaanse producent kleiner uitvalt dan die van een Duitse fabrikant.

Zoals bij elke verandering zijn er ook tegenstanders. Uit bovenstaande studie van het Europees Parlement bleek dat twee consumentenbonden van de aangesloten landen een Europese standaardmaat helemaal niet zo belangrijk vinden. Zij zeggen vrijwel nooit klachten hierover te ontvangen: “Klanten kunnen toch altijd nog in winkels vragen welke maat ze nodig hebben? En veel online winkels hebben een maattabel.” Onder de weinige consumentenbonden die een mening over dit onderwerp hadden was er overigens ook een vóór. Deze organisatie gaf aan dat consumenten wel degelijk problemen ondervinden bij het zoeken naar de juiste maat: “De maatsystemen bestaan bijvoorbeeld uit die van het Verenigd Koninkrijk (6,8,10 etcetera), die van de Verenigde Staten (ook 6, 8, 10, maar anders dan van het VK), het S, M, L systeem en het 36, 38, 40 systeem, waarbij de nummers dan weer verschillende maten aanduiden in bijvoorbeeld Frankrijk, Italië en Nederland”, zo werd als argument aangedragen. Aan het onderzoek van het Parlement werkten echter maar enkele van alle Europese bonden mee. Uit welke landen zij afkomstig zijn wordt niet vermeld. Gevraagd naar hun mening meldt de Nederlandse Consumentenbond geen standpunt over dit onderwerp te hebben. Evenals de overkoepelende bond The European Consumers’ Organisation (BEUC). Naast enkele bonden die niet positief tegenover dit plan staan, is ook Het Verenigd Koninkrijk niet onverdeeld enthousiast. Jef Wintermans van ondernemersorganisatie Modint, dat zich overigens al 25 jaar inzet vóór het harmoniseren van Europese kledingmaten, denkt dat dit lauwe enthousiasme te maken heeft met het feit dat ‘de markt voor kleding in het Verenigd Koninkrijk nog relatief weinig niet-Britse spelers kent en men consequent behoudend is in veel zaken’.

In het Europees Parlement staat het onderwerp al tientallen jaren op de agenda. Het Parlement heeft zich de afgelopen maanden veelvuldig over het onderwerp gebogen. Nederlands Europarlementslid Toine Manders (VVD) pleit daarbij voor een uniforme maataanduiding voor alle kleding binnen de EU. In mei werd hierover door het Europees Parlement met grote meerderheid positief gestemd wat de onderhandelingspositie van Manders versterkt. “We hebben nu een zeer sterke onderhandelingspositie bij bespreking van het voorstel met de Raad van Ministers en de Europese Commissie”, vertelt Kim Bogte, beleidsmedewerkster van Manders. “Mocht het voorstel uiteindelijk worden goedgekeurd, dan zal de Europese Commissie onderzoek doen naar de haalbaarheid ervan.”

Het Europees Parlement haakt met de positieve stemming in op het aloude plan voor standaardmaten van het Europees Comité voor Standaardisering (CEN). Volgens het CEN is onderzoek naar een Europese standaardmaat nodig om verwarring bij consumenten te voorkomen en het produceren voor de Europese markt eenvoudiger te maken. In Nederland wordt sinds 2000 gewerkt aan deze standaardisering. Zo zijn er al ‘Nieuwe Nederlandse Maattabellen’ gemaakt. Deze tabellen geven op basis van 2200 gebodyscande Nederlanders per maat en figuurtype zo’n veertig lichaamsmaten aan. “We zijn al ver met de systematiek, maar hebben nog niet genoeg informatie over de lichaamskenmerken van alle mensen in Europa. Pas als je dat inzicht hebt, kun je verder gaan met ontwikkelen. Het is nu nog puur fictief”, vertelt Wintermans van Modint, een van de Nederlandse actoren die zich bezighoudt met het ontwikkelen van maattabellen voor een Europese standaardmaat. Voor Modint staat echter wel vast dat de invoering van het geharmoniseerde maatsysteem voorafgegaan moet worden door goede voorlichting aan zowel leveranciers, de retail als consumenten. Wat betreft de leveranciers zal de focus daarbij moeten liggen op het feit dat in het nieuwe maatsysteem de maataanduiding iets zegt over de lichaamsmaten van de consument en dat de vrijheid van de ontwerper om een kledingstuk te maken dat ruim valt of nauw sluit, absoluut niet wordt ingeperkt.

Een Europese standaardmaat ontwikkelen en invoeren is niet makkelijk. En het vergissen van de klant in de kledingmaat is overkomelijk, toch? Vanwaar dan toch dat doorzettingsvermogen? Duidelijk is dat een eenduidig stelsel voor kledingmaten het producenten makkelijker maakt kleding te produceren voor de hele Europese markt. Wintermans van Modint legt uit dat leveranciers die collecties aanbieden in meerdere landen minder werk zullen hebben aan labelling. Daarnaast zal men minder last ondervinden van miscommunicatie met afnemers in de betreffende exportlanden. Naast het voordeel voor producenten is ook voor merken een ‘éénmaatsysteem’ een vooruitgang. “Een uniform systeem scheelt kosten en het is makkelijker in- en verkopen”, zegt beleidsmedewerkster Bogte. Ook is de toenemende verkoop van kleding via internet een veelgehoord argument; Een makkelijke en altijd juiste maataanduiding verkleint de kans op retours. Daarnaast is er volgens Bogte een voordeel voor de lidstaten van de Europese Unie als het uniformiseren van de maten doorgang vindt. De lidstaten hoeven de nieuwe richtlijnen niet meer in nationale wetgeving om te zetten. Want, mocht het ooit zo ver komen, dan komt er een overkoepelende wet; Uit bovenstaande studie van het Europees Parlement naar kledingetiketten bleek dat dat de enige manier is om het eens te worden over Europese standaardmaten, ondanks de aanzienlijke kosten om de consumenten te informeren over de veranderingen. Een minder bekende reden voor de uniformsering van de maten is het feit dat een forse milieuwinst kan worden behaald; Door de juiste kleding aan te schaffen wordt ook minder kleding gemaakt die uiteindelijk niet zal worden gedragen. Tot slot is er natuurlijk nog een ander groot voordeel dat kleeft aan de uniformiteit van maten: “Er zal minder ‘pashokjesellende’ worden ervaren”, denkt Wintermans. Want ja, er is het gemak van een maat die altijd past.

Eén zaak wordt weinig aangestipt: Het probleem dat alsnog blijft bestaan tussen kledingmaten binnen en buiten de EU. Maar, zegt Wintermans, “de EU als ‘markt’ is veel groter dan bijvoorbeeld de Verenigde Staten ‘als markt’. Het zal daarom al grote winst zijn als binnen de EU de maataanduiding wordt geharmoniseerd. Vergeet niet dat voor Nederlandse leveranciers de Europese markt in de regel echt veel groter en belangrijker is dan markten daarbuiten”.

Dit artikel is gepubliceerd in FashionUnited vakblad juli 2010.