• Home
  • V1
  • Columns
  • 'Niet alles hoeft glamorous te zijn' - Interview Marga Weimans
'Niet alles hoeft glamorous te zijn' - Interview Marga Weimans

Columns

'Niet alles hoeft glamorous te zijn' - Interview Marga Weimans

15 jan. 2011

De modeontwerpster Marga Weimans studeerde vijf jaar geleden

af in Antwerpen. Haar werk wordt gemaakt in een atelier in Rotterdam en verzameld door het Groninger Museum. Maar haar ambities reiken verder: “Over tien jaar wil ik leiding geven aan een internationaal bedrijf.”

'Niet alles hoeft glamorous te zijn'

Een voorbeeld: Dinsdagmiddag, Rotterdam Zuid, Afrikaanderwijk. Naoorlogse rijtjeswoningen. De mensen op straat dragen geen handtas, maar een verkreukelde plastic zak van Lidl of de apotheek
. Kortom; niet de meest glamorous locatie die je je voor kunt stellen.

“Een fris gedeelte van Rotterdam,” noemt de modeontwerpster Marga Weimans het desondanks. Met als pluspunten: “Er is niet veel afleiding hier. Mijn atelier en een lelijk winkelcentrum, that’s it. Het is dus niet zo dat ik tussendoor even ergens een cappuccino kan gaan drinken; momenteel is er niet eens een internetaansluiting. Ik kan hier dus eigenlijk niets anders doen dan werken.”

Het werken in die omgeving bevalt Weimans goed. “Niet alles hoeft altijd glamorous te zijn,” zegt ze. “Die rauwe sfeer, de lelijke gebouwen, de treurige omgeving: voor mij zijn ze juist inspirerend. Hoe rauwer de omgeving, hoe meer schoonheid ik wil creëren. Het zet me er ook toe aan om grenzen te verleggen, want iets wat lelijk is, kan óók een bepaalde schoonheid bezitten en dat wil ik laten zien.” Zo kwam het dat de nieuwbouwflat waar Weimans op uitkijkt vanuit haar atelier terechtkwam in haar nieuwste collectie Wonderland; in duizendvoud uitgeprint op zijde.

Het atelier van Weimans ziet eruit zoals je je een atelier voorstelt: Een ruimte ter grootte van een klaslokaal met her en der attributen zoals een strijkplank, kleine maquettes en diverse paspoppen. Tegen de ene wand staat een stellingkast vol kratten met schoudervullingen, stofsamples, ornamenten, wol en garen. Een andere wand is compleet volgehangen: met foto’s, reepjes stof, schetsen, geverfde kartonnen plakkaten, foto’s, strepen verf. Er werken vier stagiaires; één van hen zit achter de naaimachine, een ander is in de weer met verfrollers.

Marga Weimans zelf is anders dan je je voorstelt. Ze is weliswaar een beginnend ontwerper, maar wijkt op diverse punten af van het standaardbeeld dat zich daarbij opdringt. Om te beginnen is dit haar tweede carrière; eerder studeerde ze bestuurskunde en werkte als beleidsmedewerker voor de gemeente Rotterdam op het gebied van veiligheidsbeleid. “Het was een goede baan, maar ik besefte dat ik er niet gelukkig mee was. Ik kon een groot gedeelte van mijn persoonlijkheid er niet in kwijt. Mijn zus motiveerde me toen om iets met mode te gaan doen; als kind vond ik het altijd leuk om in de weer te zijn met het stylen en aankleden van mensen.” Dat zat waarschijnlijk in de familie. Haar overgrootopa had in Suriname een kleermakersbedrijf, en ze had diverse tantes die coupeuse waren. “Genoeg mensen die me konden helpen met het maken van kleding,” lacht Weimans.
Haar studie volgde ze aan de Royal Academy of Fine Arts in Antwerpen en ze voltooide de opleiding in 2005. Daarna won ze de ID Styling Award, een Britse prijs die goed was voor een bedrag van 3000 pond. Het vervolg: diverse coutureopdrachten voor theater, tentoonstellingen in het museum Boijmans van Beuningen en een overeenkomst met het Groninger Museum dat elk jaar werk van haar koopt. Haar werk is –zelfs voor couturebegrippen- niet alledaags. In Debut, haar collectie uit 2007 experimenteerde ze erop los. Met vorm -enkele outfits zijn zo omvangrijk dat ze naar architectuur neigen- maar ook met materiaal: tin, zijde, metalen, polyester en purschuim. In 2009 maakte ze de collectie Wonderland; geïnspireerd op de wijk waarin ze werkt. In aanvulling op de couturecollectie maakte ze daarvan ook een prêt-a-portervariant. Weimans: “Ik had het plan om in de eerste vijf jaar mijn creativiteit verder uit te diepen en prijzen te winnen. Dat is redelijk gelukt.”

Inmiddels is Weimans veertig, getrouwd, en moeder van een dochter van drie en een zoontje van twee. Ze werkt vier dagen per week. De komende vijf jaar is het tijd voor een nieuwe fase, heeft ze zich voorgenomen: “Over tien jaar wil ik leiding geven aan een internationaal bedrijf,” zegt ze. “Om dat te bereiken wil ik nu mijn naamsbekendheid vergroten en beter draagbare collecties gaan maken.”

Daarbij beperkt haar ambitie zich niet tot mode. Behalve dat ze haar eigen kledingcollectie ontwikkelt, gaat ze samenwerkingsverbanden aan met verschillende ambachtslieden en kunstenaars. Verder zit ze in een commissie voor de stichting Premsela en heeft ze workshops ontwerpen gegeven aan studenten van het Amsterdam Fashion Institute.
“Het leukst is het ontwerpen,” zegt ze stellig. “Het bedenken van nieuwe beelden, en het aansturen van een team. Dat was op de academie al zo. In de uitwerking stond ik niet bovenaan, maar ik had wel de beste ideeën.”

Of ze als modeontwerper zichzelf helemaal kwijt kan in haar werk? Het antwoord geeft ze aarzelend: “Het gevoel van ontevredenheid blijft aanwezig. Ik ben erg kritisch op wat ik maak en ik ben ook behoorlijk veelzijdig. Ik beperk me niet tot mode alleen, maar doe er nog veel dingen naast. Toch heb ik wel het gevoel dat ik met mode op de goede weg zit. Het is als het pellen van een ui; er moeten eerst veel laagjes af voordat je bij de kern bent. Mode is de kern. Van daaruit kan ik weer uitbreiden.”

Tekst: Martine Schlingmann

Dit artikel is gepubliceerd in FashionUnited vakblad nummer 2 van 2011.