De prijs van een spijkerbroek - wie profiteert?

Hoewel retailers, merken, fabrieken en leveranciers het vaak oneens zijn, denken ze regelmatig hetzelfde over marges. Er lijkt gewoon nooit genoeg winst over te blijven om de kosten te dekken, laat staan te investeren in zaken als betere

salarissen en verbeteringen in arbeidsveiligheid. Hoe kunnen deze essentiële kwesties deel gaan uitmaken van de lijst 'onontbeerlijke zaken'? En wat zijn de feitelijke kosten die gemaakt worden bij de productie van een kledingstuk? Met als voorbeeld een spijkerbroek, gaat het volgende hoofdstuk in onze sourcing serie in op de kosten in dit proces.

De De prijs van een spijkerbroek - wie profiteert?uitstekende informatieve illustratie van Bloomberg, "Ninety cents buys factory safety in Bangladesh on $22 jeans" (Negentig cent van een spijkerbroek van 22 dollar gaat naar fabrieksveiligheid in Bangladesh) neemt een spijkerbroek van 16 euro (22,10 dollar) van George - een merk van Asda, de Britse dochteronderneming van Walmart, geproduceerd door de Sepal Group in Bangladesh en verzonden door de in Hongkong gevestigde handelsgroep Li & Fung - onder de loep. De fabriek krijgt precies 1,16 dollarcent daarvan, waarbij maar 90 cent overblijft voor de operationele kosten, waaronder de salarissen en veiligheidsmaatregelen. De winst per spijkerbroek bedraagt 0,26 cent of 22,4 procent van het deel voor de producent.

Slechts 5 procent van het totaal aan productie uitgegeven

Als 1,16 dollar (of 5 procent van de prijs van een spijkerbroek) aan productie wordt uitgegeven, waar is de overige 20,96 dollar dan voor? Het leeuwendeel van 10,50 dollar (47 procent) wordt opgeslokt door distributie en winkelkosten, gevolgd door het tweede grootste deel van 4,33 dollar dat voor verzendingen wordt gereserveerd (20 procent). De kosten voor stoffen bedragen 3,94 dollar (18 procent), de afwerking 1,05 dollar (5 procent), en andere kosten voor wassing, commerciële en vrachtlasten bedragen 1,13 dollar (5 procent), bijna precies hetzelfde als de productiekosten.

Om een beter beeld te krijgen van de winst bij iedere stap, gaan we dieper op het proces in. Van de distributie en winkelkosten wordt het merendeel door de winkelkosten als BTW van 3,86 dollar opgeëist. Daarmee blijft slechts 3,14 dollar over voor centrale lasten (1,04 dollar), distributie (0,87 dollarcent), afprijzing (0,36 dollarcent) en het Asda winkelvoordeel van 0,87 dollarcent oftewel 8 procent van de totale kosten die voor dit onderdeel worden gereserveerd.

Verzending is een winstgevend element

Verzending is een interessant onderdeel omdat hier de winst in schuilt. Maar laten we eerst een kijkje nemen naar de kosten: verzending en havengeld bedragen respectievelijk slechts 0,30 en 0,20 dollarcent, en financieringskosten nog eens 0,07 dollarcent, waarmee 3,76 dollar of 87 procent overblijft als winst. Inderdaad, de winst die Walmart hierop maakt is 0,60 dollarcent, terwijl Li & Fung een brutowinst van maar liefst 3,15 dollar verdient.

Het stoffensegment is rechttoe rechtaan: 3,69 dollar wordt uitgegeven aan de basis stof, en 0,15 dollarcent en 0,10 dollarcent respectievelijk aan het stiksel en de stof voor de extra zak. Hier valt geen winst te maken. Hetzelfde geldt voor de afwerking: 0,31 dollarcent voor draad en andere materialen, 0,23 dollarcent voor de hanger en de stickers, 0,16 dollarcent voor de klinken, 0,15 dollarcent voor de gulp, 0,12 dollarcent voor de kledingetiketten, 0,06 dollarcent voor de knoop en 0,02 cent voor het merketiket. Dat is het totaalplaatje. Laten we nu eens kijken naar de winst als percentage van de totale consumentenprijs.

Winst, winst, winst - wie verdient het meest?

Li & Fung verdient als tussenpersoon met 3,15 dollar of 14 procent het meest. Daarna volgen de Asda winkels, met een winst van 0,87 dollarcent of 4 procent, gevolgd door Walmart met een winst van 0,60 dollarcent oftewel 3 procent. Tenslotte ontvangt de fabriek slechts 1 procent van de totale opbrengst. Op een spijkerbroek van 22 dollar betekent dat 4,88 dollar of, met 22 procent, ruim een vijfde van de winst. Dat lijkt genoeg te zijn voor een eerlijk salaris en arbeidsveiligheid; een betere herdistributie van de winst is dus geboden.

Er zijn gelukkig verschillende berekeningen mogelijk, maar de gemiddelde berekening voor een spijkerbroek in het lagere segment die hier is gebruikt geeft een goed voorbeeld van hoe het in de praktijk werkt. Lezers van het vorige artikel in de serie, "Wat te kopen; kunnen consumenten een verschil maken?", zullen zich herinneren dat 'de prijs alleen geen indicatie is dat het grootste deel (van de marges) besteed wordt aan arbeids- en bouwveiligheid'. Deze uiteenzetting bewijst waarom.

Mis het volgende hoofdstuk in deze serie niet dat volgende week donderdag wordt gepubliceerd , en stuur feedback naar [email protected]

Tekst: Simone Preuss
Vertaling en bewerking: Wendela van den Broek