(advertentie)
(advertentie)
Dwangarbeid bij Indiase spinnerijen van grote fashionketens

Uitbuiting en dwangarbeid zijn nog steeds de dagelijkse realiteit in de textielindustrie in Zuid-India. Grote kledingmerken als H&M, Primark en C&A plaatsen orders bij kledingfabrieken in Bangladesh, die zaken doen met Indiase spinnerijen waar slechte werkomstandigheden aan de orde van

de dag zijn. Dat stelt Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) in een nieuw rapport, in samenwerking met de Landelijke India Werkgroep (LIW).

Dwangarbeid bij Indiase spinnerijen van grote fashionketens

In het rapport is onderzoek gedaan in vijf textielfabrieken: Best Cotton Mills, Jeyavishnu Spintex, Premier Mills, Sulochana Cotton Spinning Mills en Super Spinning Mills. Tevens werden er 150 arbeiders geïnterviewd en werden bedrijfsinformatie en exportgegevens geanalyseerd. De onderzochte Indiase textielfabrieken leveren katoenen garens en stoffen aan Bengaalse kledingfabrieken, die aan westerse merken leveren zoals C&A, Primark, H&M en Replay. Volgens SOMO is het sprake van ‘moderne slavernij’.

Mensenrechten worden nog steeds geschonden in fabrieken

De tieners en jonge vrouwen vertellen in gesprekken over hoge beloftes over werk en loon, maar in werkelijkheid lijken de werkomstandigheden meer op slavernij, zegt SOMO. Uit interviews met 30 werkneemsters blijkt dat de spinnerij Super Spinning Mills in Zuid-India meisjes vanaf 15 jaar aan het werk zet zonder arbeidscontract. Tevens worden ze gedwongen tot overwerken en kunnen ze niet lid worden van een vakbond. Arbeiders kunnen nergens terecht met klachten, hebben amper contact met de buitenwereld en bovendien ligt het terrein ver van de stad. Of deze omstandigheden in strijd zijn met regionale wetten, is onduidelijk. De vrijheidsberoving is dat zeker wel; buiten werktijd worden de werkneemsters ‘effectief opgesloten’ in een hostel, op een omheind fabrieksterrein. De spinnerij, die in 2013 een omzet van 54 miljoen draaide, wil niet reageren op de verdachtmakingen. Twee andere spinnerijen ontkennen dat er illegaal wordt overgewerkt, maar geven wel toe jonge werkneemsters op het terrein vast te houden. “Het is net een gevangenis”, aldus één van de geïnterviewde arbeiders van Sulochana Cotton Spinning Mills. 'Cultureel is het niet geaccepteerd als we ze naar buiten laten gaan', zegt een directielid van spinnerij Best Corporation.

Twee van de onderzochte Indiase textielfabrieken leveren aan Bengaalse fabrieken die het Bangladesh Accord on Fire and Building Safety hebben getekend. Hiermee wordt een direct verband getoond tussen de ondertekenaars en de onaanvaardbare mensenrechtenschendingen in India, stelt SOMO. Hoewel twee van de onderzochte textielfabrieken een certificaat hebben ontvangen voor het naleven van internationale arbeidsnormen, blijkt dat ook hier arbeidsrechten worden geschonden.

Modemerken onderzoeken de werkomstandigheden in India

De Zweedse modeketen H&M erkent de problemen. “We overwegen de spinnerij (Super Spinning Mills, red.) op de zwarte lijst te zetten,” zegt een woordvoerder in de Volkskrant. “Dit betekent dat H&M eist dat onze producenten geen stof meer inkopen voor H&M-kleding bij deze spinnerij.” Vorig jaar pleitte het Zweedse modeconcern nog voor openheid en transparantie, en maakte het bekend in welke fabrieken kleding voor de keten werd gemaakt. Dit was opmerkelijk, aangezien er voorheen altijd weinig informatie werd gegeven over de herkomst van de kleding voor westerse landen. C&A laat aan de Volkskrant weten dat er ‘qua werkomstandigheden gronden zijn voor verbetering’. Volgens de krant is het vaak onduidelijk in hoeverre grote modebedrijven op de hoogte zijn van de slechte werkomstandigheden. Primark, die ook inkoopt bij een spinnerij waar SOMO slechte omstandigheden constateerde, liet in een verklaring weten ‘geen enkel bewijs te hebben dat de omstandigheden zich voordoen’. De spinnerij zelf erkende echter dat er sprake was van vrijheidsberoving, maar stelde dat werkneemsters op het fabrieksterrein slapen en enkel onder begeleiding buiten het hek komen ‘met het oog op hun eigen veiligheid als jonge en ongetrouwde vrouwen’. Primark liet toen weten hier niet van op de hoogte te zijn, maar stelt nu wel een onderzoek in.

‘Verbeteringen focussen niet op spinnerijen’

Na de instorting van de kledingfabriek Ran Plaza in Bangladesh vorig jaar, waarbij 1.128 doden vielen, lieten veel modebedrijven weten iets te zullen doen aan de slechte omstandigheden. Volgens SOMO wordt er niets gedaan aan de ‘tweede schakel’ van hun productieketen, namelijk de spinnerijen. De schijnwerpers zijn alleen gericht op fabrieken waar de kleding in elkaar wordt gezet, schrijft de Volkskrant. Het lukt nauwelijks om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, ondanks internationale druk. Kledingmerken hebben amper zicht op wat er zich dieper in de productieketen afspeelt. Zo kan het dat Bengaalse kledingfabrieken hun textiel inslaan bij een spinnerij in India, waar de werkomstandigheden slecht zijn, terwijl de fabrieken hun naaisters ‘volgens normen’ behandelen. Onderzoeker Martje Theuws van SOMO: "Bedrijven pakken arbeidsrechtenschendingen niet effectief aan. Bedrijfscontroles zijn er niet op toegerust om dwangarbeid op te sporen. Bovendien is er geen ketentransparantie. Lokale vakbonden en arbeidsrechtengroepen worden consequent genegeerd."

Minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking zet zich in voor betere arbeidsomstandigheden in de Bengaalse kledingindustrie en pleit voor transparantie van Nederlandse kledingbedrijven. De Nederlandse branche-organisatie Modint stelt echter dat opgelegde openbaarheid niet zal leiden tot ‘duurzame verbeteringen’, zo is te lezen in een convenant dat deze week geëvalueerd wordt. Een woordvoerder laat aan de Volkskrant weten dat Ploumen ‘vooralsnog gelooft in goed overleg’.