• Home
  • V1
  • Leads
  • 'Kloof tussen design en confectie te groot'

'Kloof tussen design en confectie te groot'

4 aug. 2008

Leads

Het gebeurt de laatste tijd wel: Jan Taminiau voor Claudia Sträter, Tessa Koops voor Daite, Mada van Gaans voor Just B. Er zijn in Nederland wel degelijk confectiemerken die getalenteerde ontwerpers inzetten voor het maken van een confectielijn. Volgens de sectoranalisten van de ING

gebeurt het echter nog niet voldoende: De kloof tussen design en confectie is in Nederland te groot, zo luidt een van de conclusies uit het sectorvisierapport dat ING onlangs publiceerde. Daardoor lopen ontwerpers inkomsten mis en confectiemerken laten zo de kans schieten zich van elkaar te onderscheiden.

Een groot verschil tussen Nederland en andere Europese landen is dat de ontwikkeling van de confectiemarkt en de couture hier niet in de pas lopen: De afgelopen vijftien jaar zijn er veel ontwerpers bijgekomen, maar desondanks is de confectiemarkt onevenredig veel groter dan de markt van de Haute Couture en Prêt-a-porter. Volgens ING komt dat doordat de zelfstandig ontwerpers en de gevestigde merken te veel langs elkaar heen werken. Ontwerpers beginnen liever een eigen label en richten zich met hun shows op pers en vermogende klanten in plaats van op mogelijke opdrachtgevers uit de confectiemarkt, terwijl dat wel zou kunnen zorgen voor een afzetmarkt en een inkomstenbron.

Maar het is niet alleen te wijten aan de ontwerpers: ook de confectie-industrie is te veel op zichzelf gericht. "Het belangrijkste criterium van kleding lijkt nu verkoopbaarheid te zijn, maar dat zorgt ervoor dat bedrijven elk risico vermijden, waardoor de kleding weinig onderscheidend is," zo verklaart het rapport. Dat kan volgens ING zorgen voor problemen omdat het te verwachten valt dat de confectie-industrie het de komende tien jaar zwaar krijgt. "Door de vergrijzing zullen, bij gelijkblijvende bestedingen, kindermodezaken tien procent minder omzetten dan op dit moment en de omzet van modezaken voor volwassenen tot vijftig zal afnemen met ruim 13 procent."

De oplossing ligt bij het inzetten van ontwerpers, zo betoogt ING: "De uitdaging is om ervoor te zorgen dat consumenten bereid raken meer geld uit te geven aan mode," zo meldt het rapport. "En dat wordt niet bereikt door neutrale op elkaar gelijkende collecties uit te brengen."

Goed nieuws is er ook: Er wordt aan gewerkt om de kloof tussen confectie en design te dichten. Zo proberen Modint, Dutch Fashion Foundation (DFF) en de Stichting Premsela gezamenlijk de banden te versterken die bestaan tussen de werelden van de zelfstandige ontwerpers en de gevestigde merken in de modebranche. Een voorbeeld is de modebeurs White waar afgelopen februari twee modelabels werden gepresenteerd. Vorig jaar werd er een handelsmissie naar Rome gehouden en in december is Nederland partnerland bij de prestigieuze `Business of Design Week Hong Kong'. Ook dan zal de Nederlandse modebranche met één krachtig gezicht naar buiten treden met de gecombineerde kracht van topontwerpers en topmerken.

Verder proberen ook organisaties als de Amsterdam International Fashion Week, HTNK, Syntens, Kunstenaars en CO en Co-Lab een bijdrage te leveren door exportpromotie, gezamenlijke activiteiten en scholing.

 

Foto: Daite

Daite
Jan Taminiau
Mada van Gaans
TESSA KOOPS