• Home
  • V1
  • Leads
  • Kopenhagen: vernieuwde CIFF wordt als modelabel gerund

Kopenhagen: vernieuwde CIFF wordt als modelabel gerund

12 aug. 2014

Leads

"Op dit moment ben ik een heel gelukkig mens," zegt beursdirecteur Kristian W. Andersen, op de slotdag van de CIFF in Kopenhagen, uitgeput en tevreden. En dat kon hij ook zijn. Sinds hij in het najaar van 2011 de leiding van de beurs overnam, heeft hij die een totaal nieuwe identiteit verschaft

- en de beurs daardoor ook aantrekkelijk gemaakt voor prominente internationale inkopers.

Drie jaar geleden was een nieuwe start dan ook dringend nodig. De in 1993 opgerichte, grootste modebeurs van Scandinavië had na de eerste succesrijke jaren alle glans verloren. In de enorme hallen van het Bella-centrum waren vooral merken uit de middenklasse voor de lokale markt te zien, namen die ten zuiden van de Oostzee nauwelijks iemand interesseerden.

Het beursbedrijf heeft daarop Anderson als Director for Fashion & Design binnengehaald met als taak CIFF weer aantrekkelijk te maken - met name ook voor buitenlandse inkopers, omdat de lokale Deense markt toch al jarenlang aan het kwakkelen is. Gezien de betreurenswaardige toestand van de beurs, werden zijn ambitieuze plannen aanvankelijk door velen belachelijk gemaakt. Maar stap voor stap realiseerde Andersen zijn doelstellingen. Als eerste voorzag hij de beurs van een fris, modern uiterlijk, vervolgens haalde hij vooruitstrevende internationale merken in de nieuw gecreëerde sectie 'Crystal Hall' waarmee, in het begin nog in de foyer buiten de eigenlijke beurs, een duidelijk baken voor de nieuwe koers werd gepresenteerd.

Dat er op CIFF opeens plaats was voor ambitieuze, in het buitenland begeerde nieuwkomers bracht in het kielzog het gewenste effect: merken die er gezien de onaantrekkelijke omgeving eerder niet over peinsden zich in het Bella Center te presenteren, toonden nu wel interesse. "Meer dan 200 brands wilden nu in de 'Crystal Hall'. Maar dat wilden wij niet. Crystal Hall mocht niet te groot worden, dan zou het gaan vervelen. Dat gedeelte moest weer meer als een expositie van innovatieve merken met een relatie tot mode functioneren," zegt Andersen. Hij wil ook de vrijheid houden er steeds weer volledig nieuwe dingen te proberen. "Inkopers van de grote internationale detailhandel plaatsen in de Crystal Hall geen orders, maar ze laten zich inspireren en staan dan meer open voor de rest van de beurs," zegt hij.

Om aan de grote vraag van ambitieuze merken te voldoen, heeft de CIFF deze zomer twee nieuwe segmenten gekregen: LAB voor menswear en Sleek voor womenswear. Beide zijn meer "op verkoop gericht" dan de showcase Crystal Hall, licht Andersen toe. Opkomende binnenlandse designerlabels zoals Ganni, Muuse, Freya Dalsjø of Mark Kenly Domino Tan (womenswear) alsook Han Kjøbenhavn, Astrid Andersen, Trine Lindegaard en Peter Jensen (menswear) waren deze keer al in de twee nieuwe gedeelten aanwezig, in februari komend jaar zullen er nog talrijke bijkomen. "LAB en Sleek zullen wel verdubbelen,“ kondigde Andersen aan.

De progressieve Scandinavische mannenmode, die in het buitenland veel waardering oogst, moet in het kader van de beurs weer aan betekenis winnen. "Ik verwacht voor de toekomst veel van dit segment," zegt Andersen. Voor de sfeer in het algemeen zou het ook goed zijn wanneer met de jonge mannenlabels een totaal nieuwe klantenkring voor CIFF kon worden aangesproken: in de afgelopen dagen zagen we talrijke rijpere skaters en stijlbewuste hipsters in het Bella Center. Mensen dus, die tot voor kort de weg naar de onaantrekkelijke betonkolos aan de rand van Kopenhagen waarschijnlijk niet zouden hebben gevonden en die nu een verfrissende nonchalance aan de vroeger echt conventionele beurs gaven.

Met progressieve designerlabels, Premium-Denim en Sportswear moet CIFF verder doorgroeien

Ook op andere gebieden moet CIFF verder groeien: op nog eens 5.000 vierkante meter komt er ruimte bij voor Premium-Denim en Sportswear. Daarbij wil Andersen geen concepten van bestaande vakbeurzen kopiëren maar nieuwe, creatieve oplossingen vinden, waarin ook acties rond de beurs opgenomen moeten worden.

CIFF, dat met zijn nieuwe concept de eenstemmige waardering van exposanten en bezoekers oogstte, verandert dus nog steeds. Het past in het Andersen-concept: "Het was van het begin af aan mijn strategie om CIFF net zo te leiden als een modelabel. De beurs moet een constant DNA hebben, maar zich continu verder ontwikkelen. Je kunt ook niet elk seizoen dezelfde collectie tonen." Exposanten en bezoekers hebben duidelijk steeds nieuwe prikkels nodig. Andersen weet waar hij het over heeft - tenslotte heeft hij met Annhagen enige jaren geleden zelf leiding gegeven aan een hoogwaardig modemerk.

De beursdirecteur biedt echter niet alleen in de expositieruimte nieuwe prikkels: zo organiseerde hij deze keer tijdens CIFF in een aangrenzende hal een tentoonstelling over het werk van de Britse muziek- en mode-impresario Malcolm McLaren, met originele objecten uit de 70-er en 80-er jaren, die ook toegankelijk was voor het publiek. "Velen uit de modewereld interesseren zich ook hartstochtelijk voor kunst en muziek. Voor hen wilde ik de juiste sfeer scheppen - zij moeten niet alleen maar een stand met een nummer krijgen. Dat zou verschrikkelijk zijn," zegt Andersen, "maar wanneer een inkoper zich op zijn gemak voelt, staat hij er ook voor open om nieuwe merken wat aandachtiger te bekijken."

Aan de openingsdagen wil hij voorlopig echter nog niets veranderen. Afgelopen zomer is CIFF voor het eerst op zondag van start gegaan - met het oog op de lokale inkopers, zoals Andersen zegt - en was de beurs tot en met woensdag geopend. Dat zal komende winter weer het geval zijn. "Ons bevalt de periode van zondag tot vrijdag. Dat zal komend seizoen in ieder geval zo blijven. Maar we denken erover om ons in de toekomst tot drie dagen te beperken, vier dagen zijn al tamelijk lang en vermoeiend", zegt hij.

De vroege start waarvoor CIFF dit keer ook omwille de speciale behoeften van bedrijven voor mannemode heeft gekozen, had als nadelig gevolg dat de Kopenhaagse modeweek uit elkaar werd getrokken. Zo begon Gallery, de tweede belangrijke beurs, pas op woensdag en duurde tot en met vrijdag, en ook de shows van de Copenhagen Fashion Week liepen tot en met donderdag. "Het zou natuurlijk perfect zijn wanneer we het in de toekomst eens zouden kunnen worden," zegt Anderson, "maar elke beurs moet doen wat het beste voor ze is". Een "afspraak alleen om de afspraak" zou verkeerd zijn, de data moeten vooral "zakelijk zinvol zijn".

In Kopenhagen wordt nu met veel interesse naar Berlijn gekeken. Verwacht wordt dat modestad Kopenhagen komend seizoen zal profiteren van de verhuizing van Bread & Butter naar Barcelona. Andersen stelt zich wat voorzichtiger op. "Je kunt de verschillende steden niet vergelijken," zegt hij, "Het is me duidelijk dat het voor Kopenhagen een voordeel zou kunnen zijn, maar we moeten onze zaken hier buitengewoon goed doen en ons steeds nieuw opstellen. We krijgen niet automatisch meer succes alleen omdat er in Berlijn iets veranderd."

Van onze correspondent