(advertentie)
(advertentie)
Made in Europe: kwaliteit en vakmanschap

In onze artikelenreeks over kledingproductie in zes Europese landen (Spanje, Engeland, Nederland, Duitsland, Italië en Frankrijk) liet FashionUnited licht schijnen op productiemogelijkheden in de ons omringende landen. We vroegen ons af of de modebranche over de kennis en technische

mogelijkheden beschikt voor lokale productie en of we in Europa jeans kunnen fabriceren, tassen en portemonnees produceren en truien breien. Het antwoord op deze vragen is 'ja, maar...'.

Made in Europe: kwaliteit en vakmanschapLangere levensduur en hoge 'brand value'

Lokale productie heeft veel voordelen zoals de nabijheid van belangrijke afzetmarkten en daaruit voortvloeiende besparingen op transport, verscheping, verpakking- en verzending. De herkomst van het product wordt transparanter en de kwaliteit vaak beter dankzij plaatselijke knowhow. Hierdoor hebben de producten een langere levensduur en hogere brand value (merkwaarde). Ook aandacht voor milieuvriendelijke producten en productieprocessen (vaak door gebruikmaking van hernieuwbare energiebronnen), het creëren van banen in het thuisland en het produceren onder gezonde en veilige omstandigheden zijn redenen om voor een lokaal geproduceerd, sterk exportproduct te kiezen.

Geen wonder dat in alle zes landen die werden geanalyseerd, lokale productie sterk in opkomst is. Zo wordt bijvoorbeeld in Spanje door 135.000 textielarbeiders onder andere kinderkleding, zwemkleding, tassen en schoenen geproduceerd. In Engeland maken 13 lederfabrieken en 30 ververijen lederwaren op basis van traditie, vakmanschap en kwaliteit. In Nederland, waar de spijkerbroek een nationale obsessie is, heeft men een manier gevonden om, hoewel op kleine schaal, lokaal luxe jeans te produceren. In Duitsland zijn bijna 28.000 textielarbeiders voornamelijk werkzaam in niche sectoren zoals kwalitatieve outdoor producten, onderkleding, sportkleding, vrijetijdskleding, veiligheidskleding en werkkleding. In Italië - over de hele wereld befaamd om zijn vakmanschap, traditie en vakkennis - is men trots op de productie van luxe schoenen in meer dan 300 kleine en middelgrote bedrijven. En tenslotte werken in Frankrijk meer dan 90.000 mensen in de kledingbranche, waar collecties voor luxe merken, schoenen of designer labels wordt vervaardigd.

Hoge kosten voor arbeid en materiaal, alsmede ruimtegebrek vormen echter een obstakel voor grote machinerie en fabrieken, waardoor de productie in eigen land vaak erg kleinschalig blijft. Bovendien let de Europese consument in de huidige economie erg op de centen. Zoals onze redacteur in Spanje het formuleert: "Aandacht voor de herkomst van een product is hier toch vooral een luxe probleem, voorbehouden aan de rijken."

Tegelijkertijd vragen steeds meer consumenten wel naar de herkomst van het overhemd dat ze dragen of geven blijk van nationale trots door lokale producten te kopen. Regionale initiatieven springen in op deze vraag en er zijn bedrijven die zich ervoor inzetten om in eigen land kleding, schoenen, accessoires of andere producten te produceren. De consument kan ze eenvoudig steunen door hun producten te kopen.

Buiten Europa - bijvoorbeeld in China - heeft de consument al lang begrepen dat voor vakmanschap weliswaar meer betaald moet worden, maar producten oplevert die langer meegaan. In plaats van drie paar afgeprijsde schoenen te kopen die misschien al na een paar maanden kapot zijn, betalen ze liever meer voor een degelijk Italiaans paar dat vele jaren meegaat. Kwaliteit, eerlijke materialen en goed vakmanschap zijn ingrediënten die wereldwijd worden gewaardeerd en soms zijn consumenten bereid om daar meer voor te betalen. "Made in Europe" is dus een fantastisch exportproduct geworden.

EU-regelgeving moet er voor zorgen dat het daadwerkelijk om een "Made in... " product gaat waaraan de productoorsprong nauwkeurig is af te lezen. Een bindende richtlijn is in de maak. Andere aanbevelingen voor Europese kledingproducenten zijn bijvoorbeeld een duurzame ontwikkeling van hun niche en het investeren in scholing over mogelijkheden, zoals het centraal stellen van lokaal geproduceerde producten in het huidige mode-onderwijsprogramma. Tegelijkertijd zouden grote mondiale spelers zoals Inditex en H&M ook meer initiatieven kunnen nemen om lokaal te produceren. Omdat het eigenlijk niet mogelijk is om geheel in eigen land te produceren, zou het een goed idee zijn een beter evenwicht tussen lokale en uitbestede productie te bewerkstelligen.