Modebedrijven investeren in textielsector Bangladesh

De groei van de Bengaalse textielindustrie brengt naast economische voorspoed ook problemen met zich mee. Zo wordt het drinkwater schaarser en zijn de arbeidsomstandigheden niet altijd veilig. Hulporganisatie Solidaridad

en de modebedrijven H&M, C&A en G-star gaan 5,5 miljoen dollar investeren in schonere textielproductie in Bangladesh.

DeModebedrijven investeren in textielsector Bangladesh Nederlandse overheid draagt ook 5,5 miljoen dollar bij aan het vierjarige programma om het productieproces van kleding in Bangladesh te verbeteren. Het doel is om bij tweehonderd bedrijven concrete maatregelen te nemen die water, energie en chemicaliën besparen en milieuvervuiling tegen te gaan. In totaal moet er met vijfhonderd Bengaalse textielbedrijven worden gesproken over schaarse grondstoffen en de gevaren van verontreiniging. De kennis over besparingsmogelijkheden moet ook worden gebundeld in een nieuw textielkennisinstituut in Dhaka.

Felix Ockborn van H&M, zegt tegen de Volkskrant: "We moeten duidelijk maken dat iedereen gebaat is bij verduurzaming van de keten, niet alleen de afnemers. Bangladesh moet zijn grondstoffen veiligstellen. Niet alleen fabrikanten hebben schoon water nodig, maar ook vissers, boeren en lokale gemeenschappen." Het Zweedse modeconcern maakte deze week bekend kleding te laten produceren bij meer dan honderdzestig fabrieken in Bangladesh.

Volgens Solidaridad daalt de grondwaterstand in Dhaka met twee meter per jaar. De afgelopen decennia zou het waterpeil 65 meter zijn gezakt, als gevolg van de groeiende kledingindustrie. Afvalwater wordt vaak ongezuiverd geloosd in in oppervlaktewater en stroomt door woonwijken en naar zee. Het elektriciteitsnet is overbelast en valt regelmatig uit.

Het milieu is niet het enige zorgenkindje van Bangladesh. Door slechte brandveiligheid kwamen in november vorig jaar meer dan honderd medewerkers in een textielfabriek in Dhaka om het leven. Volgens de Clean Clothes Campaign zijn sinds 2006 meer dan vijfhonderd doden gevallen bij branden in Bengaalse textielfabrieken. Minister Lilianne Ploumen, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zou afreizen naar Bangladesh om te praten over de arbeidsomstandigheden, maar door grote stakingen ging de trip niet door.

De Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Schone Kleren Campagne, presenteerden vorige week een rapport over twee recente fabrieksbranden in de export-georiënteerde kledingindustrie in Bangladesh en Pakistan. Ondermaatse gebouwen, slechte noodprocedures, geblokkeerde branduitgangen, overvolle werkplekken en ontoereikende inspecties en auditing-praktijken resulteerden in een hoog dodental. De textielfabrieken worden wel gecontroleerd, maar niet grondig genoeg, vinden de organisaties. Brandveiligheidsrisico’s en vervalste veiligheidsdocumenten werden niet altijd opgemerkt.

In de textielindustrie in Bangladesh - na China de grootste ter wereld - werken 3,5 miljoen mensen, voornamelijk vrouwen. De sector is goed voor bijna 80 procent van de inkomsten uit export en ruim een kwart van het nationaal inkomen.

 

Related Products

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN