• Home
  • V1
  • Leads
  • Modebeurzen Parijs: rustiger, maar de juiste bezoekers

Modebeurzen Parijs: rustiger, maar de juiste bezoekers

8 jul. 2014

Leads

Parijs stond afgelopen weekend in het teken van lingerie- en badmodeplatform Mode City en Who’s Next voor mode-, accessoires- en schoenmerken. Beide vakbeurzen focusten deze edities op een gastland. Who’s Next werkte samen met de Turkse overheid om 50 merken de kans te geven om op de

beurs te staan en nodigde lokale retailers en inkopers uit. Mode City richtte zich na Rusland dit seizoen op Noord-Amerika en Canada.

Doel van de samenwerking met partnerlanden is merken, retailers en inkopers de mogelijkheid bieden om de beurzen leren kennen, in de hoop dat ze het volgende seizoen op eigen initiatief naar de beurs komen. Dat lukt volgens Mathilde Devalois, communicatiemanager van Mode City. “Een groot deel keert minstens één keer per jaar terug,” aldus de woordvoerder.

Samenwerking met gastland moet nieuwe exposanten en bezoekers opleveren

Ook de exposanten merken de aandacht voor een gastland. Bij LingaDore kwamen er vorig seizoen veel Russische bezoekers langs op de stand, wat een aantal nieuwe klanten opleverde. Of dat dit keer ook zo is, daar kan het merk nog niet veel over zeggen. Op zondagmiddag zijn vrijwel alle tafels in de stand bezet. De dansshows die het Nederlandse lingerie- en badmodemerk vier keer per dag organiseert om de nieuwe collectie te presenteren, trekken volgens woordvoerder Tjibbe van Doorn ‘heel de stand vol’.

Hoewel hij zondag als een goede dag bestempelt, was zaterdagmiddag volgens hem rustiger dan normaal. “Maar we schrijven wel,” aldus Van Doorn. Zo heeft het ondermodebedrijf een grote nieuwe Indiase klant binnengehaald.

Devalois beaamt dat de straatjes minder druk zijn, maar volgens haar wordt er wel gewerkt. “In vrijwel elke stand zie je mensen rond de tafel zitten.” Voor de modeshows en trendpresentaties is zelfs zoveel animo, dat een deel van de bezoekers moet staan. Nieuwkomer Sedna is tevreden over het aantal bezoekers. Het merk is na zes jaar klaar om na de Benelux en Ibiza verder uit te breiden en heeft de collectie internationaler gemaakt om meer verschillende landen aan te spreken. Zo zit er een marine-achtige bikini in met blauw-witte Bretonse strepen voor de Franse consument, en een met pailletten voor de Italiaanse vrouw.

Nieuwkomer Sedna: 'de belangrijke inkopers lopen op Mode City rond'

Met effect: Sedna heeft tot nu toe al orders geschreven van grote klanten uit Duitsland en Spanje. Eigenaresse Ayla Kroet weet nu al dat ze volgend jaar weer aanwezig is. “Op Mode City zit je in het hart van de branche. Voor een merk is het goed om hier aanwezig te zijn. Ook al lijkt het rustig, de belangrijker inkopers lopen hier rond: de Bijenkorf, Zalando.”

Het Nederlandse ondermodelabel Love Stories heeft naast een grote stand op Mode City, ook een plek op Who’s Next. Behalve speciaalzaken, wil oprichtster Marloes Hoedeman ook dat het merk verkocht wordt in kledingwinkels. Ondermode wordt volgens haar steeds meer outerwear: een mooie bh mag best te zien zijn onder een doorschijnende blouse. Een slimme zet. De Franse agente van het merk Morgan Leroux vertelt dat Love Stories de interesse gewekt heeft van retailers uit heel de wereld: Japan, Korea, Canada, Dubai en Taipei. Bovendien kreeg Love Stories veel bestelling van Franse retailers, waaronder een van warenhuisketen LaFayette.

In de stand van Zenggi gaan de zaken op maandag eveneens goed, maar het merk is wel minder tevreden over Who’s Next dan voorgaande jaren. De beursorganisatie heeft gekort op voorzieningen en aankleding. Voor drankjes moeten zowel bezoekers als exposanten nu zelf betalen en de tapijten die voorheen in de stands lagen, zijn wegbezuinigd. “Dat is jammer, want de drempel om even met klanten te gaan zitten en iets te drinken wordt hierdoor groter," vertelt Inge van Houte, de Belgische agente van Zenggi. "Voor de uitstraling is het ook zonde; de aankleding is sfeerbepalend.”

Zenggi: 'Who's Next bezuinigt op voorzieningen en aankleding'

‘Schraler,’ vat ook Charlotte Woonig, die al een paar jaar op Who’s Next met haar sieradenlabel exposeert, de vakbeurs samen. Volgens haar is het rustiger dan normaal. “Er missen een aantal sieradenstands. De wandelpaden zijn ook breder, wat er op zou kunnen duiden dat er inderdaad minder exposanten zijn.”

Woonig denkt dat verschuiving van de beurs van september naar juli daar mee te maken kan hebben. “Voor veel inkopers en retailers is juli nog te vroeg in het seizoen. Bezoekers blijven afwachtend, omdat ze er rekening mee houden dat ze de komende tijd nog meer gaan zien. Dat was anders toen de beurs nog in september plaatsvond.” Ondanks de tegenvallende bezoekersaantallen, is de sieradenontwerpster blij met de grote interesse van Aziatische klanten. “Azië is een zeer interessante markt voor ons.”

Stephanie Broek

Foto's: Who's Next

charlotte woonig
LingaDore
Love Stories
Mode City
sedna
WHO`S NEXT
ZENGGI