Olsen twins: van actrices naar Designers of the Year

De CFDA-award voor Designer of the Year, ook wel de Oscar van de mode genoemd, ging dit jaar naar voormalig actrices Mary-Kate en Ashley Olsen. Vijfentwintig jaar nadat ze wereldberoemd werden met hun gezamenlijke rol als Michelle Tanner

in de televisieserie Full House, staan ze aan het hoofd van een mode-imperium met een jaaromzet van 1 miljard dollar. Hoe de Olsen twins transformeerden van actrices tot succesvolle mode-ontwerpers.

Hun Olsen twins: van actrices naar Designers of the Yeareerste stappen in de mode zetten de Olsen twins op 7-jarige leeftijd. Als onderdeel van hun bedrijf Dualstar, waarmee ze films, parfums, magazines en boeken produceerden en verkochten in 5.000 winkels wereldwijd, lanceren ze ook een gelijknamige kledinglijn voor meisjes van 8 tot 12 jaar bij Wal-mart. Ook op de set houden ze zich steeds meer bezig met mode. Voor elke aflevering mogen ze zelf hun outfits kiezen. Omdat ze zo klein waren, werden sample sizes van designerkledingstukken verknipt en op maat gemaakt, zo vertelden de zusjes onlangs aan de Britse Elle. “Dat was zo leerzaam. Daarna wisten we alles over verhoudingen en silhouetten namaken,” aldus Mary-Kate.

Op hun 18e besluiten ze het roer om te gooien. Ze hangen hun acteercarrière aan de wilgen en gaan studeren. Toch blijven ze in de schijnwerpers staan: voor paparazzi fotografen zijn ze een gewild doelwit. Met hun signatuur stijl van grote zonnebrillen in combinatie met slordig gestylde lange lagen jurken, vesten en sjaals, de ene keer met bohemian invloeden, de andere keer meer grungy, komen ze op de Best Dressed-pagina’s van modetijdschriften terecht en worden ze stijliconen. Ze besluiten zich in 2006 volledig op mode te focussen en lanceren The Row: een luxelabel, vernoemd naar het hart van kleermaken in Londen Savile Row, waarin tijdloze, elegante ontwerpen van de beste materialen met de perfecte fit centraal staan.

Een jaar later volgt merk Elizabeth and James, een goedkopere variant van The Row dat balanceert op de scheidingslijn tussen designerkleding en fast fashion. Beide merken zijn een groot succes. The Row wordt op dit moment in 140 winkels wereldwijd verkocht, Elizabeth and James heeft 700 verkooppunten wereldwijd. Ook Olsenboye, de in 2009 gelanceerde kledinglijn die exclusief verkocht wordt bij JC Penney, is een hit. Tel daar T-shirtwebshop Stylemint.com bij op en de Olsen twins zijn na 5 jaar vertegenwoordigd in elk segment. Met resultaat: vorig jaar brachten de merken 1 miljard dollar op.

Het succes van de Olsen twins is niet alleen te verklaren aan de hand van hun beroemdheid. Integendeel zelfs, het was een bewuste keuze om hun namen niet aan de merken te verbinden. Ze zijn uit te schijnwerpers gestapt, geven zelden interviews en zijn ook niet het gezicht van de collecties. Het zijn de ontwerpen zelf die de merken zo succesvol maakt. “De vrouwen die onze kleding kopen weten vaak niet eens dat wij erachter zitten,” aldus Ashley tegen The New York Times. Julie Gilhart, hoofd mode bij Barneys New York beaamt dit. “Ik denk niet dat het iemand interesseert dat Mary-Kate en Ashley Olsen het ontwerpen. Consumenten kopen het, omdat ze het mooi vinden.”

Dat de modetweeling ook succesvol was geweest als ze niet eerst een acteercarrière hadden opgebouwd, lijkt aannemelijk, maar dat hun mode-imperium zo snel zo groot is geworden, danken de twee wel aan hun sterrenstatus. Ze mogen hun naam dan niet aan hun merken hebben verbonden, elke rode loper waar ze verschijnen in een The Row-jurk en elke foto die de paparazzi van hen maakt in een Elizabeth and James-ensemble, betekent free publicity voor hun merken. En laten we hun netwerk van Hollywoodsterren en miljoenen fans wereldwijd niet vergeten. Daar konden de andere genomineerden voor de CFDA-award, Jack McCollough en Lazaro Hernandez van Proenza Schouler, bij de lancering van hun label alleen maar van dromen.

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN