• Home
  • Nieuws
  • Business
  • Bangladesh: “Onze kledingindustrie is nu een van de veiligste ter wereld”

Bangladesh: “Onze kledingindustrie is nu een van de veiligste ter wereld”

Door Regina Henkel

4 jun. 2021

Business |Interview

Beeld: Faruque Hassan

Bangladesh is na China de grootste kledingproducent ter wereld. De kledingindustrie van het land is verantwoordelijk voor ongeveer 85 procent van de totale nationale export. Sinds april 2021 staat Faruque Hassan aan het roer van deze machtige industrie. Hij werd verkozen tot de nieuwe president van de BGMEA, die meer dan 2.300 kledingfabrikanten en -exporteurs in het land organiseert.

Hassan, tevens directeur van knitwear-producent Giant Group, waar hij leiding geeft aan enkele duizenden werknemers, treedt aan in uitdagende tijden. Niet alleen de pandemie veroorzaakt problemen in de kledingindustrie; binnenkort loopt ook het Bangladesh-akkoord af, dat vorig weekend op het nippertje met drie maanden werd verlengd. Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor de relaties tussen producenten, merken en vakbonden, die door de coronacrisis al onder druk stonden.

Het akkoord is een juridisch bindende internationale overeenkomst over brand- en bouwveiligheid in Bangladesh, die in 2013 werd gesloten tussen bedrijven, vakbonden, verenigingen en NGO’s als reactie op de verwoestende Rana Plaza-ramp. Als de overeenkomst afloopt, wordt het toezicht op de veiligheidsnormen volgens het akkoord overgedragen aan de overheidsinstantie RMG Sustainability Council (RSC). Een belangrijke voorwaarde is wel dat de circa tweehonderd merken en retailers die bij het Akkoord zijn aangesloten, een soortgelijke, bindende overeenkomst ondertekenen voor het RSC. Tot nu toe is dat echter niet gebeurd. De betrokken vakbonden dreigen daarom uit het akkoord te stappen. Het was hun ultimatum dat vorig weekend met drie maanden werd uitgesteld.

FashionUnited sprak met Faruque Hassan over de huidige situatie in Bangladesh.

Meneer Hassan, het is geen makkelijke tijd om de functie van president binnen de BGMEA over te nemen. Wat zijn uw huidige prioriteiten?

“De industrie is op het vlak van bedrijfsvoering en productieprocessen ernstig ontwricht door Covid-19. In het boekjaar 2019-2020 verloren we zes miljard dollar aan exportwaarde ten opzichte van een jaar eerder. In de periode juli-april van het huidige fiscale jaar 2020-2021 daalde de export, in vergelijking met dezelfde periode in 2018-2019, met 8,72 procent. Op dit moment is onze hoogste prioriteit het hoofd bieden aan de pandemie, en op koers blijven. Onze strategie is het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende belanghebbenden. Het levensonderhoud van miljoenen arbeiders en hun gezinsleden staat op het spel. Daarom is het waarborgen van continue productie in de RMG-fabrieken, binnen een veilige en hygiënische werkomgeving, nu het belangrijkst.”

“Het beschermen van de industrie tegen verdere nadelige gevolgen, het ondersteunen van fabrieken om de schade te herstellen, en het zorgen voor voortdurende monitoring en handhaving van het gezondheidsprotocol in fabrieken zijn enkele van de andere prioriteiten waar we aan werken. Tegelijkertijd doen we ons best om nieuwe wegen te verkennen voor het verbeteren van onze concurrentiepositie, zoals grotere efficiëntie, automatisering, digitalisering en kostenoptimalisatie.”

Hoe heeft de discussie rondom Rana Plaza en het Akkoord de industrie in uw land veranderd?

“De instorting van Rana Plaza was voor ons het meest ongelukkige bedrijfsongeval denkbaar. Maar het incident markeerde ook het begin van een nieuw tijdperk voor de industrie. Er zijn grote stappen genomen, waaronder het opzetten van initiatieven om de veiligheid in de hele industrie te herzien, juridische hervormingen, het uitbouwen van de administratieve capaciteit, en de samenwerking die we hebben gezien tussen de partijen in de toeleveringsketen en de ontwikkelingspartners.”

“Tegenwoordig is de RMG-sector in Bangladesh een koploper op het gebied van fabrieksveiligheid, verantwoorde productie en het welzijn van werknemers. In de acht jaar die sinds het incident zijn verstreken, is er veel veranderd in deze sector. Tegenwoordig wordt honderd procent van onze fabrieken gecontroleerd op bouw-, brand- en elektrische veiligheid. De fabrieksinspectierapporten worden online openbaar gemaakt, een uniek voorbeeld in de wereld op het gebied van veilige werkomstandigheden. Als gevolg daarvan is Bangladesh nu waarschijnlijk het veiligste en meest transparante land voor de productie van ready-to-wear.”

“De rol van het akkoord en van andere initiatieven - zoals Alliance en ILO BetterWorks, die ons hebben geholpen om de algehele situatie te verbeteren - is niet te overschatten. Vanaf het eerste begin was onze uitdaging om de industrie veiliger te maken en daarin medewerking te krijgen van de industrie zelf, dat wil zeggen, transparantie. Al onze fabrieken hebben alle mogelijke steun verleend aan het Akkoord om de uitvoering op het gebied van veiligheidsaudits, herstelwerkzaam en training mogelijk te maken. Het was inderdaad een uitdagende taak, maar het is gelukt omdat de fabrieken een positieve instelling hebben getoond, evenals een oprechte intentie om te veranderen.”

Het Bangladesh-akkoord loopt over een paar maanden af. Wat betekent het akkoord voor u?

“Geen van ons had ooit zo’n catastrofe als Rana Plaza verwacht, maar de industrie heeft dat incident als gelegenheid gezien om een omslag teweeg te brengen en werkplekken in fabrieken stap voor stap te verbeteren. In dat transformatieproces hebben we hulp gekregen van alle belanghebbenden, waaronder inkopers, ontwikkelingspartners en overheden. Met de geest van samenwerking hebben we tal van initiatieven genomen die ons de status hebben gegeven van het op één na meest ethische kledingproductieland ter wereld.”

“De inzet die de industrie heeft getoond, de inspanningen, investeringen en de verbeteringen die we hebben doorgevoerd op het gebied van veiligheid en empowerment van de werknemers worden wereldwijd geprezen. We hebben onze fabrieken getransformeerd en zijn koplopers geworden op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en ethische productie.”

Vandaag de dag is de situatie anders. Geeft u de voorkeur aan een nieuwe aanpak?

“Om de veiligheidsstatus grondig te controleren en snel herstel door te voeren waar nodig, was externe hulp nodig. Maar een extern en particulier regime kan geen duurzame oplossing zijn voor een bedrijfstak. Het Akkoord en Alliance hebben een cruciale rol gespeeld, maar er is ook behoefte aan nationale capaciteitsopbouw.”

“Dat wordt ook ondersteund door het Sustainability Compact, waarin staat dat Bangladesh een eigen veiligheidsmechanisme en autoriteit zou moeten hebben. Met het doel om een ​​onafhankelijk nationaal veiligheids-, compliance- en duurzaamheidsmonitoringregime voor de confectiekledingindustrie op te bouwen, is RSC opgericht. Alle beleidslijnen en procedures zijn ontwikkeld door het Akkoord, inclusief een op consensus gebaseerde besluitvorming, en normen voor alle gezondheids-veiligheidsprotocollen zijn overgedragen aan het RSC. Een van de belangrijkste doelstellingen van RSC is het waarborgen van neutraliteit, transparantie en geloofwaardigheid door meerdere belanghebbenden te betrekken. RSC opereert onder het wettelijke kader van de regering van Bangladesh en in nauwe samenwerking met de relevante ministeries, waaronder het ministerie van Handel, het ministerie van Arbeid en Werkgelegenheid en het ministerie van Inspectie voor Fabrieken en Vestigingen (DIFE). Dit initiatief zal onze nationale capaciteit versterken, een einde maken aan de eenzijdige veiligheidsregimes en de weg vrijmaken voor nationale monitoring. Elke poging die het nationale initiatief voor capaciteitsopbouw, dat is begonnen met de oprichting van RSC, kan verzwakken, zal de duurzaamheid ervan belemmeren.”

De merken die het Akkoord hebben ondertekend proberen momenteel verantwoordelijkheid te ontlopen door zelf een overkoepelende organisatie op te richten. Dit zou betekenen dat de individuele merken niet langer strafrechtelijk vervolgd kunnen worden als hun leveranciers de veiligheidsregels negeren. Wat vindt u van deze aanpak?

“Ik wil duidelijk maken dat als het om veiligheid gaat, er sprake moet zijn van een mentaliteitsverandering. Veiligheid en ethische productiepraktijken moeten worden geïnternaliseerd in het bedrijfsmodel en een verschil creëren tussen duurzaamheid en kwetsbaarheid. Dat kan niet altijd worden gegarandeerd door de totstandkoming en handhaving van wetten, als er geen positieve intentie en inzet is. Wettelijk bindende toezeggingen garanderen geen naleving.”

“Er moeten eerder een stimulerende omgeving en cultuur worden ontwikkeld. Ik heb niets te zeggen over merken die overkoepelende organisaties oprichten, maar alles dat een kernmandaat heeft om due diligence in de toeleveringsketen te waarborgen en daarbij steun en medewerking krijgt van het overgrote deel van de belanghebbenden, zou gewaardeerd moeten worden.”

Er zijn ook stemmen die de buitenlandse inmenging in de zaken van uw land niet waarderen. Ze zeggen dat het een vorm van paternalisme is. Hoe ziet u dit?

“We zijn nooit oordelend of pessimistisch geweest over welk extern initiatief dan ook dat ons steun bood wanneer dat nodig was, en in de afgelopen acht jaar hebben we serieus en met veel aandacht gewerkt aan het welzijn en de veiligheid van onze werknemers.”

“Onze fabrieken hebben zowel de particuliere als de nationale initiatieven altijd gesteund. Ook al hebben we veel tegenslagen gehad in dit transformatieproces, de ondernemers hebben zich geduldig, eerlijk en positief getoond. Ons verhaal is er een van succes en samenwerking.”

“We hebben de wereld een voorbeeld gesteld van hoe samenwerking en partnerschap dingen kunnen veranderen. We blijven grote vooruitgang boeken in onze samenwerking met ILO BetterWorks, de VN en vele andere NGO’s die zich bezighouden met de veiligheid van werknemers, empowerment van vrouwen en nog veel meer initiatieven. Als sprake was geweest van een paternalistische mentaliteit, was het verhaal anders geweest en hadden we niet zo ver kunnen komen. Te stellen dat er sprake was van paternalisme, geeft geen blijk van een positieve houding.”

Was het akkoord een concurrentienadeel voor Bangladesh? Heeft het Akkoord ervoor gezorgd dat kopers hun bestellingen hebben verplaatst naar andere landen die dergelijke eisen niet stellen aan merken en fabrieken?

“Sinds het sluiten van het Akkoord is onze export gegroeid van 21 miljard dollar naar 34 miljard dollar. Merken en retailers wereldwijd tonen hun vertrouwen in ons. Maar het is ook waar dat het veiligheidsregime dat door het Akkoord wordt afgedwongen, bepaalde kostenimplicaties heeft voor de leveranciers, waardoor het veld ongelijk is voor Bengaalse fabrikanten. Het is dus echt moeilijk in te schatten in hoeverre een de ongelijkheid van het speelveld onze handel en markt heeft verstoord.”

“We geloven erin dat duurzaamheid zichzelf uiteindelijk terugbetaalt. Als inkopers besluiten meer bestellingen te plaatsen in landen die niet bij het Akkoord zijn aangesloten (of landen waar de veiligheidsnormen niet op het niveau zijn dat wij hebben bereikt), zal dat op den duur bepaalde kosten met zich meebrengen, rekening houdend met de levensvatbaarheid van het bedrijf op lange termijn. We zullen toonaangevend blijven op het gebied van ethische productie. Het is deel van ons DNA geworden.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op FashionUnited.com. Vertaling en bewerking vanuit het Engels: Nora Veerman.
Bangladesh
Bangladesh Akkoord
BGMEA
Due Diligence
Faruque Hassan
Productie
Rana Plaza
RMG Sustainability Council
RSC
Toeleveringsketen