Van versnipperde data in de supply chain naar één ketenaanpak: zo wordt DPP haalbaar
bezig met laden...
Hoewel het Digital Product Passport (DPP) steeds concreter wordt binnen Europese wetgeving, worstelt een groot deel van de mode- industrie nog altijd met de praktische invulling. In de sector is data in de supply chain versnipperd. Productinformatie ligt verspreid in en bij verschillende systemen en partijen.
Juist daar schuurt het: het DPP vraagt om ketenbrede transparantie, terwijl veel organisaties nog werken met afzonderlijke systemen en uiteenlopende datadefinities. “Wat we in de praktijk zien, is dat de uitdaging vooral zit in het verbinden van data,” zegt Jeanet van der Stoel, sectorlead Textile & Apparel bij GS1 Nederland. “Zolang bedrijven en systemen niet dezelfde taal spreken, blijft die informatie versnipperd, moeilijk uitwisselbaar en is het bijna onmogelijk om daar betrouwbaar inzicht uit te halen.”
Het probleem: systemen die niet ‘met elkaar praten’
Modeketens bestaan uit een netwerk van partijen, elk met hun eigen systemen, formats en definities. Leveranciers, producenten en retailers verspreiden en slaan data verschillend op, waardoor informatie lastig te combineren en te delen is. Daarnaast is er weinig digitalisering, wordt data per mail verstuurd of in Excel sheets gezet. Producenten moeten voor hun klanten ook vaak data op verschillende manieren aanleveren.
Zonder uniforme identificatie en datadefinities ontstaat precies waar veel bedrijven nu tegenaan lopen:
- datasilo’s tussen organisaties
- handmatige koppelingen tussen systemen
- beperkte betrouwbaarheid van informatie
Het gevolg: het DPP wordt een complexe en kostbare IT-opgave in plaats van een schaalbare en efficiënte ketenoplossing.
De sleutel: een gedeelde data-taal
Om dit te doorbreken, is een basis nodig die de hele keten kan gebruiken. GS1 biedt daarvoor wereldwijd gebruikte formats om op een gestandaardiseerde manier producten en locaties te identificeren en data daarover te delen en te ontsluiten. Dat zorgt ervoor dat data niet vast blijft zitten in individuele systemen, maar bruikbaar wordt voor de hele keten. Deze zogenaamde ‘standaarden’ passen in de aanbevolen standaarden voor een DPP die inmiddels door de EU zijn gepubliceerd.
Het gaat dan om:
-
GTIN (Global Trade Item Number), ook bekend als de EAN of barcode Geeft ieder product een unieke, wereldwijd herkenbare identiteit. Zo weet elke partij exact over welk artikel het gaat.
-
GLN (Global Location Number) Identificeert bedrijven en locaties in de keten en is essentieel om herkomst vast te leggen.
-
QR Code powered by GS1 Verbindt het fysieke product met digitale informatie en dat kan dus het DPP zijn. Via één scan krijg je toegang tot meerdere databronnen, van productinformatie tot certificaten.
-
Gestandaardiseerd datamodel Zorgt dat systemen dezelfde ‘taal’ spreken, zodat data niet alleen gedeeld, maar ook begrepen en hergebruikt en automatisch uitgewisseld kan worden.
Van compliance naar kans
Het DPP vraagt om data uit de hele keten - van grondstof tot recycling. Zonder samenwerking en afspraken over hoe je data vastlegt en deelt blijft dat een ingewikkelde puzzel.
Bedrijven die nu investeren in een gedeelde aanpak, leggen niet alleen de basis voor compliance. Ze creëren ook betere inzichten, efficiëntere processen en nieuwe mogelijkheden voor transparantie en circulariteit. De conclusie? Het DPP is geen IT-project, maar een ketentransformatie. En die begint met één taal voor productdata.
Wil je meedenken over hoe je de benodigde data voor een DPP kunt vastleggen en delen? Vanuit GS1 Global is er maandelijks een DPP Apparel groep, waarin je als merk, retailer, leverancier, producent of solution provider input kan geven over internationale afspraken die over gestructureerde data (datamodel) gemaakt worden. Meld je aan door een account aan te maken of mail naar jeanet.vanderstoel@gs1.nl