Waarom duurzaamheid in de modeindustrie niet echt opschiet

Tien jaar geleden werd de de Nederlandse modebranche getroffen door de economische crisis. Sindsdien is het winkellandschap totaal veranderd en heeft e-commerce een vlucht genomen. Daarnaast is de aandacht voor verantwoord produceren gegroeid. Directe aanleiding was de ramp in 2013 toen in Bangladesh textielfabriek Rana Plaza instortte waarbij meer dan elfhonderd textielarbeiders om het leven kwamen. Het was een wake-up call voor de overheid en branche met talloze duurzaamheidsinitiatieven tot gevolg. Toch lijkt het niet echt op te schieten. In een serie zomer interviews bespreekt FashionUnited deze ingrijpende veranderingen met vakvrouwen die normaal zelden voor het voetlicht treden. Deel 2: De sourcing inhaalslag volgens Hester Hoogerwerf.

Sport, innovatie en verantwoord produceren vormen een rode draad door de modecarrière van Hester Hoogerwerf. De belangstelling voor sportkleding zat er altijd al in. Zelf tennist Hoogerwerf graag en ze vindt het vakgebied interessant vanwege de complexiteit. Enerzijds omdat sportkleding vaak technische kleding is en een extra functionele laag heeft. Anderzijds omdat het meestal in het Verre Oosten wordt gefabriceerd, daar komen immers de stoffen vandaan, en dat betekent dat het productieproces van sportkleding, en het verduurzamen daarvan, vaak een hele uitdaging is. Met iedere stap voorwaarts, komen er bovendien tien stappen bij. “Hoe meer je doet en je kennis vergroot, hoe meer je ziet wat nog moet gebeuren en hoe complexer het wordt. We maken tenslotte geen spa rood.” Koren op de molen van deze bedachtzaam sprekende, 47-jarige interim manager sourcing & development uit Huizen.

Na de opleiding inkoopmanagement bij Amfi en een lange reis, ging Hoogerwerf midden jaren negentig als product developer aan de slag bij Nike op het hoofdkantoor in Hilversum. “Een goede leerschool, omdat ik als productontwikkelaar bij Nike als spin in het web met verschillende afdelingen samenwerkte.” Terugkijkend zegt Hoogerwerf was het Amerikaanse sportmerk tevens haar eerste kennismaking met recycling in de branche. “Nike deed inzamelacties met oude sportschoenen. De rubber zolen werden verpulverd en hergebruikt voor de aanleg van sportvelden. Ik vond dat echt een eye opener. Het was ver voordat termen als circularity of cradle to cradle opgang maakten in de branche.” Het Nike Grind programma, gelanceerd in 1992, bestaat nog steeds.

"Fashion is een branche waarvan je verwacht dat het de vernieuwing opzoekt, maar het is op het gebied van innovatie toch erg behoudend."

Tijdens een interim opdracht bij kindermode label Imps & Elfs maakte Hoogerwerf hernieuwd kennis met verantwoord produceren. “Ik heb het duurzame aspect niet bewust opgezocht in mijn werk. Laat ik eerlijk zijn, ik was toen (in 2004, red.) net gestart als freelancer en dan moet er brood op de plank. Maar Imps & Elfs was er al geruime tijd mee bezig en die ervaring heeft mijn belangstelling voor het onderwerp wel aangewakkerd.” Levendig herinnert zij zich hoe complex het was om biologisch katoen in te kopen. “Ik ging me afvragen waarom het ene materiaal beter was dan het andere. Dat ik moest weten waar het werd gemaakt en wie erachter zat. Vooral herinner ik me hoe lastig het was een geaudite leverancier te vinden en het hele traject met certificaten dicht te timmeren.”

Hoewel de (media) aandacht voor verantwoord produceren de afgelopen jaren aanzienlijk is gegroeid, merkt Hoogerwerf dat bij veel van haar opdrachtgevers nog flink wat stappen nodig zijn voordat duurzame sourcing echt verankerd ligt in de strategie van het bedrijf. “Fashion is een branche waarvan je verwacht dat het de vernieuwing opzoekt, maar het is op het gebied van innovatie toch erg behoudend, vind ik. Dat op grote schaal nog zo traditioneel wordt geopereerd verbaast me. Pas sinds de lancering van het Convenant voor duurzame kleding en textiel, opgericht naar aanleiding van de ramp in Bangladesh, pakken Nederlandse modebedrijven het gezamenlijk aan. Zij treden uit de anonimiteit en maken zich als groep hard voor verandering.” Hoogerwerf vertelt dat veel merken en bedrijven zichzelf ‘te klein’ vinden om substantieel invulling te geven aan het verduurzamen van hun activiteiten. Terwijl alle beetjes helpen. “Een van Nike’s eerste targets, lang geleden, was bijvoorbeeld om 5 procent organic katoen te gebruiken per kledingstuk. Dat lijkt weinig, maar op die aantallen maakt dat echt een verschil.”

Waarom duurzaamheid in de modeindustrie niet echt opschiet

Daar staat tegenover dat grotere bedrijven hun inspanningen op het gebied van verantwoord produceren niet van de daken schreeuwen. Terwijl zij daarmee voor kleinere spelers een voorbeeld zouden kunnen zijn. “Neem een bedrijf als Hennes & Mauritz. Daar wordt veel aan duurzaamheid gedaan, maar ze zijn daar erg bescheiden over.” Hoogerwerf refereert onder meer aan de inzamelbakken voor kleding in H&M winkels, de Global Change Award die het modebedrijf heeft opgezet en de recente samenwerking van H&M Nederland met Hacked by van Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum. “Of kijk naar online platforms zoals Zalando en Wehkamp, waar je kan selecteren op duurzame merken zodat het voor de consument veel makkelijker wordt om ze te kiezen.” Zou het helpen wanneer deze bedrijven meer aandacht vragen voor hun duurzaamheidsinitiatieven? “Niet als ze dat zelf doen, nee. Het werkt meestal pas als anderen er aandacht aan besteden. Toch zou ik willen dat ze transparanter worden en meer inzicht geven in het hele proces. Ook voordat alles honderd procent op orde is.”

Hoogerwerf: “Nu is vooral veel aandacht voor de herkomst van het eindproduct en de fabriek waar het wordt gemaakt, maar dat is pas het begin. Dezelfde zorgvuldigheid zou voor alle toeleveranciers moeten gelden. Iedere rits, knoop, het garen, dat zijn soms wel vijftien verschillende leveranciers voor een artikel. Bij PVH (Phillips-Van Heusen, red.) is onlangs een pilot gestart om verder te kijken dan de fabriek, en ook alle toeleveranciers onder de loep te nemen. De 65 modebedrijven die bij het convenant zijn aangesloten werken nu ook aan deze volgende stap. Dat vind ik zeer vooruitstrevend. Het certificeren van al die leveranciers van knopen en ritsen is natuurlijk een enorme kluif. Je kunt de huidige inzet rustig met vijftien vermenigvuldigen, maar voor een echt duurzame modeindustrie moet het wel.”

"Alle goede initiatieven ten spijt, bedrijven die niets doen worden daar niet voor afgestraft. Consumenten blijven er kopen."

Ook Hoogerwerf vindt dat het niet echt opschiet in de branche. Wie een verduurzamingstraject wil starten in de organisatie moet een lange adem hebben. Zijn nog andere oorzaken voor de trage vorderingen aan te wijzen? “Een deel van de kennis en de intentie tot veranderen moet uit de productielanden zelf komen. Ik weet dat het besef en de wil bij mijn klanten er wel is, maar dat betekent niet dat fabrikanten en hun toeleveranciers automatisch meewerken. Wij kunnen wel allerlei goede intenties hebben, maar als de fabrikant er niet mee bezig is, ga je het niet redden.” Hoogerwerf benadrukt dat het geen onwil is. “Als je niks hebt, dan geef je zaken als veilig onderdak, eten en gezond zijn, prioriteit. Pas later komt het welzijn van jezelf, van de mensen om je heen en de leefomgeving aan bod.” Andersom vindt zij, doen modebedrijven er goed aan loyaal te zijn naar hun fabrikanten en hen niet meteen de rug toe te keren als bijvoorbeeld de overwerk administratie niet geheel op orde is. “Probeer dat samen op te lossen.”

Wat zouden modebedrijven nog meer kunnen doen? “Ik denk dat behalve op de designafdeling waar de materiaalkeuzes worden gemaakt, ook op de marketingafdeling veel winst te behalen is.” Hoogerwerf noemt haar huidige opdrachtgever Nine and Co (voorheen Noppies, red.) als voorbeeld. In plaats van te focussen op omzet, ziet dit bedrijf het als zijn verantwoordelijkheid om vrouwen door hun meest kwetsbare periode te loodsen. De zwangerschap en ook de precaire periode die daarop volgt met een pasgeborene. Het bedrijf steunt een platform op Facebook dat door een consument is opgericht en waar positiekleding van het merk wordt doorverkocht of weggegeven aan andere aanstaande moeders. Hoogerwerf: “Het levert natuurlijk sympathie en karmapunten op en je hoopt dat het bij de consument top of mind blijft en doorsijpelt in andere aankoop- en afdankbeslissingen. Meest belangrijk is dat het onderdeel is van het beleid om na te denken over de vrouw zelf, als zij zwanger is en tijdens het hechtingsproces met zo’n kleintje daarna.” Daarnaast wordt gekeken hoe oude voorraden een tweede leven kunnen krijgen.

De consument geeft de doorslag. Hoogerwerf: “Shoppen is vrijetijdsbesteding. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat we nu 25 keer meer kledingstukken kopen dan twintig jaar geleden, maar we geven er niet 25 keer meer geld aan uit. Consumenten zijn zeer prijsgevoelig en het is die prijsdruk die voor problemen zorgt. Alle goede initiatieven ten spijt, bedrijven die niets doen worden daar niet voor gestraft. Men blijft er kopen. Pas als de consument kledingmerken daarop afrekent, gaat er echt iets gebeuren. Net zoals biologisch eten en minder vlees consumeren nu bij een groeiende groep mensen normaal wordt.”

In hoeverre beïnvloedt haar kennis haar eigen keuzes? “Ik zal er geen opdrachten voor afslaan, maar als je mij inhuurt ga ik me daar wel tegenaan bemoeien. Het inzicht dat ik in de loop der jaren heb opgedaan, wil ik graag delen.” Het is een aandrang die je vaker hoort bij mensen die gegrepen zijn door iets wat hen raakt. Met inzicht en kennis groeit de overtuiging en de wil dat met anderen te delen. Het betekent niet dat Hoogerwerf een drammerige idealist is geworden, wel dat haar carrièrepad doorwerkt in haar dagelijks leven. Bijna dagelijks verbaast zij zich over het gemak waarmee mensen de wereld overvliegen. “Iedereen maakt zich zorgen over het milieu, maar bijna niemand wil daar consequenties aan verbinden. Zeker niet als het vakanties betreft.” Zelf is ze is dol op reizen maar vliegen heeft haar gezin aanzienlijk ingeperkt. Een weekend naar Malaga met een budgetmaatschappij? Dat gaat niet gebeuren. “Weet je wat voor milieu impact dat heeft?!”

Homepage foto: H&M Group

Collage: eigen foto’s Hester Hoogerwerf