• Home
  • Nieuws
  • Business
  • Waarom westerse merken in China problemen hebben met intellectueel eigendom

Waarom westerse merken in China problemen hebben met intellectueel eigendom

Door Don-Alvin Adegeest

20 jul. 2022

Business

Beeld: Istockphoto

De jungle van de intellectuele eigendomsrechten in China zit vol griezelverhalen. Van merkkapers, namakers en parallelimporteurs tot merkeigenaren die vechten voor het recht om hun echte naam te mogen gebruiken, die door anderen opzettelijk en op technisch gezien legale wijze werd geregistreerd. Internationaal bekende modemerken als Dsquared2, Ice Iceberg, Disney en Victoria's Secret zijn slechts enkele van de bedrijven die hebben geworsteld met het registreren van hun namen en goederen.

Registratiesysteem: wie het eerst komt, het eerst maalt

In China gaan de rechtbanken bij registraties uit van een principe dat vergelijkbaar is met een systeem waarbij wie het eerst komt, het eerst maalt. Iedereen kan een handelsmerk aanvragen en wettelijke rechten op dat merk verkrijgen. Zelfs als een merk al commercieel wordt verhandeld, en bijvoorbeeld in voorraad is bij Chinese detailhandelaren, moet het toch een aanvraag tot registratie indienen bij het State Intellectual Property Office (SIPO).

Daarom was het belangrijk nieuws dat Manolo Blahnik een 22 jaar durende strijd om het recht op het gebruik van zijn naam in China heeft gewonnen. Blahnik had sinds 1999 problemen met een bedrijf dat Manolo & Blahnik heet.

Hoewel veel merken een Chinees handelsmerk zullen proberen te krijgen voordat ze de markt penetreren, stuiten ze soms op afgewezen aanvragen vanwege gelijksoortige bestaande registraties, die in veel gevallen in handen zijn van een merkkaper.

World Trademark Review (WTR) legt uit dat volgens de Chinese wet artikel 32 het verbiedt om de registratie te verhinderen van een merk dat al door een andere partij wordt gebruikt. Daarom kan de houder van het recht binnen vijf jaar na de registratiedatum van het gekaapte handelsmerk een vordering tot nietigverklaring indienen, samen met voldoende bewijsmateriaal om aan te tonen dat het handelsmerk al eerder in China is gebruikt en dat door het gebruik ervan een aanzienlijke reputatie is verkregen.

Helaas duren deze zaken vaak veel langer dan vijf jaar, zoals Blahnik zal bevestigen, nadat zijn zaak voor het Volkshooggerechtshof van China belandde.

Ondernemingen die zich voor het eerst bezighouden met merkenrecht en internationale distributie, doen er goed aan om het recht om hun merken in China te mogen gebruiken zo vroeg mogelijk aan te vragen. Modebedrijven zullen niet willen worden uitgesloten van de Chinese markt, waar luxeartikelen in 2022 naar verwachting met 15 tot 18 procent zullen groeien.

Dit artikel is eerder verschenen op FashionUnited.UK. Vertaling en bewerking van het Engels naar het Nederlands: Eugenia Melissen Ferrer.

CHINA
MANOLO BLAHNIK
Rechtspraak