WRAP presenteert resultaten van Europees project voor duurzamere productieketen

Het toonaangevende duurzaamheidsinitiatief WRAP (Waste and Resources Action Programme, Afval en Grondstoffen Actie Programma) startte in september 2015 een vierjarig pan-Europees programma: het European Clothing Action Plan (ECAP). Het doel van het programma was om de ecologische voetafdruk van de kledingindustrie te verkleinen in de hele Europese unie. Daarbij werd gekeken naar waterverbruik, koolstofuitstoot en de hoeveelheid afval. Het pilot-project dat 3,6 miljoen euro heeft gekost en in december 2019 eindigde, is een van de eersten die zich richt op duurzame kleding in Europa en daarbij een positieve invloed probeert uit te oefenen op de hele productieketen. De bevindingen van het project zijn recent naar buiten gebracht in het rapport ’Driving Circular Fashion and Textiles’.

”Kleding staat op nummer zes in de lijst van huishoudelijke uitgaven, maar de impact die het heeft op het milieu is vele malen groter. De kledingindustrie laat, in alle onderdelen van de productieketen, een enorme ecologische voetafdruk achter. Ook wij, consumenten, hebben daarop een directe invloed door de kledingkeuzes die we maken. De uitdaging van ECAP was om manieren te vinden om productie, distributie en gebruik van kleding - ook nadat die is weggedaan - te verbeteren op een manier die door bedrijven en consumenten kan worden geïmplementeerd”, aldus WRAP-directeur Peter Maddox.

Rapport benadrukt impact op milieu van kleding en textiel

WRAP heeft diverse kleinschalige demonstratieprojecten uitgevoerd waarbij praktische interventies in de productieketen werden getest. De bevindingen daarvan zijn opgenomen in het rapport. De ECAP pilots werden uitgevoerd in samenwerking met retailers en merken uit Europa, om de economische en ecologische impact van duurzamere werkwijzen te tonen. Aanpassingen liepen uiteen van het introduceren van duurzaam design en duurzame productie tot het ontwikkelen van duurzamere inkoopmodellen. In de fase waarin kleding van de hand was gedaan, focuste ECAP op het verbeteren van textielcollecties, recycling en hergebruik.

”Er is veel werk verzet door een groot aantal partners in verschillende landen. Door ECAP hebben retailers en merken die kleding verkopen hun ecologische voetafdruk verkleind. Daarnaast is het aandeel van gerecycled materiaal in kleding en huishoudtextiel toegenomen. Ik ben erg trots op wat iedereen heeft bereikt, en hoe dit mode in de toekomst nog duurzamer kan maken.”

Duurzamere stoffen inkopen

Diverse Europese merken en retailers hebben meegedaan aan een pilot gericht op duurzamer inkopen, om zo de impact te verkleinen van de kleding die ze produceren en verkopen op de Europese markt. Deze partijen hebben hun impact op het milieu berekend en strategieën bedacht om op dit vlak te verbeteren. Daarbij zijn doelen gesteld voor het gebruik van duurzaam katoen, gerecyclede vezels en een eco-vriendelijke verwerking. Dit heeft geleid tot een toename van het gebruik van duurzaam katoen (van 0-70 procent in het eerste jaar) en de lancering van nieuwe duurzame lijnen (zoals een denimcollectie).

De Duitse budgetsupermarktketen Aldi ontwikkelde en implementeerde een strategie om duurzamere stoffen in te kopen, terwijl Bonobo Jeans, s.Oliver en Zalando strategieën bedachten om meer duurzame stoffen in hun producten te verwerken. Een belangrijke les die hieruit werd getrokken, was het belang van inzicht in de materiaalopbouw van producten. Interne betrokkenheid en regelmatige gesprekken met leveranciers zijn daarbij cruciaal. ‘’Leren door te doen’’, zo bleek, is essentieel voor de overgang naar duurzamere mode.

Gerecycled materiaal gebruiken

Negen merken, waaronder (kinder)modemerken, bedrijven die werkkleding maken en leveranciers van linnengoed voor hotels, namen deel in pilots waarbij gebruikte stoffen werden vermaakt tot nieuwe producten. Op die manier zijn minder grondstoffen nodig, wordt er water en energie bespaard en belanden minder materialen op de afvalberg. Zo produceerde de Britse e-tailer Asos een aantal jeans gemaakt met tot wel 20 procent gerecycled katoen. Het Nederlandse bedrijf Schijvens Corporate Fashion maakte t-shirts, polo’s en blouses die 30 procent post-consumptie textiel bevatten (een mix van PET en katoen), 20 procent industrieel textielafval (katoen) en 50 procent PET (van flessen).

ECAP en WRAP werden ondersteund door diverse activiteiten. Overheidsinstelling Rijkswaterstaat nam het voortouw bij diverse ’Public Procurement, Collections and Fibre-2-Fibre Recovery’ acties, terwijl de Londense Waste and Recycling Board pop-up shops opende om jonge Londenaren bij het project te betrekken. Het Deense Mode Instituut (dat in mei 2018 de Global Fashion Agenda werd) hielp bij de ontwikkeling van een platform waar ontwerpers en productontwikkelaars samenwerken aan een duurzame modewereld. MADE-BY, een keurmerk voor groene mode, leidde tot november 2018 acties gericht op materiaalstrategieën en productieprocessen.

Europese consumenten betrekken bij het proces

WRAP omvatte ook enquêtes waarbij in 2016 kleding-gerelateerd gedrag werd onderzocht in Denemarken, Duitsland, Italië en Nederland. Op die manier konden consumenten-initiatieven worden geïnformeerd om zo een gedragsverandering teweeg te brengen. Europeanen kopen gemiddeld 26 kilo textiel per persoon per jaar, waarvan 11 kilo op de afvalbelt belandt. Uit een vervolgstudie uit 2019 bleek dat in Denemarken en Italië meer kleding werd gedoneerd aan goede doelen en tweedehandswinkels. Bovendien werd in alle landen meer tweedehands kleding gekocht. Daarnaast nam in Duitsland de tijd die kleding wordt bewaard toe van 3,8 naar 4,4 jaar. In Groot-Brittannië wasten meer mensen hun kleding op 30 in plaats van 40 graden.

De impact van ECAP is nog niet voorbij

Hoewel het vierjarige programma officieel voorbij is, “heeft ECAP nog steeds impact. Internationale samenwerkingen zijn tot stand gekomen en retailers en merken houden vast aan duurzame werkwijzen, waardoor grondstoffen en water worden bespaard. De nalatenschap van ECAP informeert bovendien EU-beleid over duurzame kleding”, staat in het rapport.

Op overheidsniveau betekent dit dat de circulaire criteria van het programma zijn opgenomen in de Green Public Procurement guidance van de commissie. De EU Circular Economy Package, die aparte inzameling van textiel vanaf 2025 voorstelt, betekent dat gemeenten en de recyclesector ECAP’s advies over de inzameling van textiel waarschijnlijk in acht zullen nemen. Verschillende Europese lidstaten verdiepen zich in het onderwerp, en zullen merken en retailers belonen wanneer ze kleding ontwerpen op een manier die zo min mogelijk schade aan het milieu toebrengt.

”ECAP is een heel belangrijk programma dat kan zorgen dat we kleding duurzamer gaan ontwerpen, creëren en (her)gebruiken. Het is een van de weinige programma’s die focust op de volledige productieketen, in plaats van een specifiek deel daarvan. Het rapport bevat belangrijke lessen. Ik ben met name onder de indruk van de fibre-2-fibre guidance, die veel bedrijven zal helpen om makkelijker meer gerecycled materiaal in hun kleding te werken”, zei Rebba Earley, professor Sustainable Fashion Textile Design en co-directeur van het Centrum voor Circulair Design (CCD).

Het volledige rapport is te vinden op de website van ECAP of die van WRAP.

Dit artikel verscheen eerder op FashionUnited.uk. Vertaling en bewerking: May-Anne Oltmans.

Foto: ECAP rapport 'Driving Circular Fashion and Textiles'

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN