• Home
  • Nieuws
  • Cultuur
  • Binnenkijken: expositie ‘Voices of Fashion’ laat zwarte makers en modellen aan het woord

Binnenkijken: expositie ‘Voices of Fashion’ laat zwarte makers en modellen aan het woord

Door Nora Veerman

5 mrt. 2021

Cultuur |REPORTAGE

We out here drippin' in finesse’, zongen Cardi B en Bruno Mars tijdens de Grammy Awards-uitreiking in 2018. Zangers, dansers én band waren gekleed in opvallende, kleurrijke outfits van het merk Cross Colours, in 1989 opgericht door Carl Jones en TJ Walker. Hun kleding werd gedragen door Will Smith in de populaire serie ‘The Fresh Prince of Bel Air’, en door beroemdheden als Tupac, Lil Kim en Snoop Dogg. Onder het credo ‘Clothing Without Prejudice’ wilde Cross Colours zwarte gemeenschappen verenigen en aandacht vragen voor hun achtergestelde positie.

Dertig jaar na de oprichting van Cross Colours vormen zwarte ontwerpers nog steeds maar één procent van alle ontwerpers op de modeweken van New York, Londen, Milaan en Parijs. In de modegeschiedenis blijft het werk van zwarte ontwerpers en merken vaak onderbelicht. De tentoonstelling ‘Voices of Fashion: Black Couture, Beauty & Styles’ in het Centraal Museum in Utrecht laat de grote invloed van zwarte ontwerpers op de internationale mode zien, evenals de stereotyperingen die nog altijd rond zwarte mode, stijl en beauty bestaan. De musea zijn nog niet open, maar FashionUnited kreeg alvast een blik in de tentoonstelling - en zag wat aan de basis lag van Cardi B en Bruno Mars’ podiumlooks.

Couture, streetwear en schoonheidsidealen

Curatoren Ninke Bloemberg, Janice Deul en Anne-Karlijn van Kesteren wilden bewust geen overzicht of tijdlijn schetsen van zwarte stijlen en ontwerpers, maar in plaats daarvan verschillende stemmen uit de geschiedenis van black fashion aan het woord laten. Om die reden is de tentoonstelling niet chronologisch ingedeeld maar op basis van brede thema’s, die als verbindende factor werken voor de verhalen van makers, merken en dragers. Delen van die verhalen zijn opgenomen in een boekje dat aan het begin van de tentoonstelling wordt meegegeven. Bij de objecten zelf hangen geen tekstbordjes, waardoor de bezoeker wordt uitgenodigd om eerst zelf te kijken en te associëren.

Installatie van Thebe Magugu, met foto’s van Kristin-Lee Moolman en styling door Ibrahim Kamara, 2019.

Van zwarte ontwerpers wordt vaak gedacht dat ze vooral streetwear ontwerpen. De eerste zaal, met het thema ‘couture’, breekt direct met dat beeld. Een display van zo’n vijfentwintig silhouetten vult de muur. Er zijn statige creaties bij van Marga Weimans en Christopher John Rogers, strakke pakken van ontwerpers als Priya Ahluwalia en Ozwald Boateng, en een jurk uit 1988 van de Amerikaan Patrick Kelly, de eerste zwarte ontwerper die werd toegelaten tot de prestigieuze Parijse Chambre Syndicale. Sommige ontwerpers reflecteren in hun werk nadrukkelijk op hun herkomst. Wie goed kijkt, herkent in het houndstooth-patroon van een pak van Virgil Abloh piepkleine afdrukjes van het Afrikaanse continent.

Streetwear komt in de tentoonstelling evengoed aan bod. Het werk van veel hedendaagse ontwerpers bouwt voort op de stijlen van de streetwear- en hiphopscenes van de jaren zeventig en daarna. Met hiphop verzetten achtergestelde Afro-Amerikaanse en Latino jongeren in wijken als Brooklyn of The Bronx zich tegen racisme en andere vormen van onderdrukking. Ze droegen shirts van Cross Colours met teksten als ‘Educate 2 Elevate’ en ‘Stop the Violence’, broeken met diepe zakken van Walker Wear, of jassen van Dapper Dan, die de ontwerper eigenhandig bedrukte met Gucci-logo’s. Willi Smith bracht streetwear in de jaren tachtig naar de high fashion-catwalks in de vorm van comfortabele, soepele ‘street couture’.

Vier looks van Cross Colours, 1990-2020.

De Nederlandse rapper Leroy Lucas liet zich door de hiphopcultuur van de Verenigde Staten inspireren. In 2004 maakte hij een eigen trui met daarop in grote letters ‘Breukelen’, de Nederlandse plaatsnaam waarvan Brooklyn is afgeleid. Ook die is in de tentoonstelling te zien, evenals werk van hedendaagse streetwear-merken als Patta, Daily Paper en The New Originals.

Outfit van Leroy Lucas, met zelfontworpen Breukelen-trui, Helly Hansen-jas en Diesel-jeans.

Een ander centraal thema is beauty. In de derde grote zaal wordt aandacht besteed aan de manier waarop zwarte vrouwen gemarginaliseerd werden en worden door mode- en cosmeticamerken en in de media, maar ook aan de pogingen om hier verandering in te brengen. Zo zijn er (cover)foto’s te zien van baanbrekende zwarte modellen, en beelden gemaakt door fotograaf Kwame Brathwaite, die net zo lang experimenteerde met het ontwikkelproces van fotografie - een techniek die oorspronkelijk gemaakt werd voor de witte huid - tot hierin ook de zwarte huid optimaal tot haar recht kwam. Verderop in de zaal is de korte film ‘De Kroon’ te zien, een 5.38 minuten durende viering van de schoonheid en kracht van black hair. Die klinkt in de hele tentoonstelling door: elke mannequin in de expositie is met zorg voorzien van een heel eigen haarstijl.

Boven: Cover van Life Magazine uit 1969 met model Naomi Sims. Onder: Foto’s van internationale zwarte modellen.

De laatste zaal heeft de titel ‘Voices’, een woord dat in grote zwart-witte letters op vloeren en muren staat. Die keuze van scenograaf Afaina de Jong past bij het figuurlijke tumult aan stemmen dat hier heerst. De interdisciplinaire werken in deze zaal roepen discussie op over de vraag wat black fashion is en kan zijn. Een voorbeeld is de sculptuur van kunstenaar Yinka Shonibare, bestaande uit twee etalagepoppen gekleed in historische kostuums gemaakt van ‘African wax prints’. Hoe Afrikaans zijn deze prints eigenlijk wanneer ze bij het Nederlandse Vlisco worden gemaakt, en oorspronkelijk gebaseerd zijn op Indonesische batik? De Zuid- Afrikaanse ontwerper Lesiba Mabitsela stelt zich de vraag hoe mode in Afrika eruit zou zien als de kolonisatie niet had plaatsgevonden. Uit haar creaties spreekt een zoektocht naar een authentiek Afrikaanse esthetiek - een die zich op een andere manier verhoudt tot de westerse.

Yinka Shonibare, installatie ‘The Pursuit’, 2007.

Blijvende erkenning

De aandacht voor black fashion is, zeker in het licht van de Black Lives Matter-protesten in 2020, razend actueel - de crux is dan ook om ervoor te zorgen dat de erkenning blijvend is. Voices of Fashion is daarvoor een aanzet. De expositie geeft geen sluitende antwoorden op vragen of discussies, maar stelt ze vooral aan de orde, wat stimuleert tot meer dialoog. De tentoonstelling geeft bovendien niet de indruk een totaalplaatje te bieden. Daardoor wordt zichtbaar hoeveel onderzoek er nog gedaan kan en moet worden. Het museum draagt hier de komende jaren zelf aan bij door het onderzoek dat in het kader van de tentoonstelling is opgestart voort te zetten en uit te breiden. Meerdere looks uit de tentoonstelling zijn toegevoegd aan de collectie, waardoor ze structureel onderdeel worden van het museum - en dus ook van projecten en tentoonstellingen in de toekomst.

De expositie ‘Voices of Fashion: Black Couture, Beauty & Styles’ gaat open wanneer de heropening van musea door de Rijksoverheid wordt toegestaan. De tentoonstelling loopt tot 24 mei 2021. Bij de expositie is een gelijknamige catalogus verschenen, samengesteld door Ninke Bloemberg, Janice Deul en Anne-Karlijn van Kasteren. Deze bevat beeldmateriaal, interviews en bijdragen van ontwerpers, kunstenaars, modellen en onderzoekers uit binnen- en buitenland. De catalogus is online verkrijgbaar via o.a. Waanders Uitgevers en kost 22,50 euro.

Beeld: Nora Veerman voor FashionUnited