Franse ontwerpers doen zaken in Tassenmuseum Hendrikje

Nooit meer hannesen met je tas aan je stuur. Of angst dat 'ie van je bagagedrager valt. Félicie Bajard van Manufacture des Rigoles bedacht een veel hipper - want een tas achterop je fiets is meer wat voor semi sportieve zakenmannen, politici die zich willen identificeren met de gewone burger en pubers die voor het eerst naar de brugklas gaan - en praktischer alternatief. De Franse ontwerpster bedacht een tas die je over je stang draagt; nu te zien in Tassenmuseum Hendrikje. Bajard: "Maar ik hoop dat tassenwinkels of luxe bikestores ook geïnteresseerd zijn in verkoop."

De tas van Bajard is onderdeel van de expositie Vive la France in het Amsterdamse tassenmuseum. De expositie brengt in kaart wat speelt onder tassenontwerpers in een van de grootste modelanden ter wereld: Frankrijk. In de zeventiende eeuw droegen de bewoners van het hof van Versailles al vooruitstrevende kleding. En in de twintigste eeuw ontstonden grote mode-iconen als Coco Chanel - de tentoonstelling over de zestig jarige Chanel 2.55 tas is nog tot 3 mei te zien - en Christiaan Dior. Omdat Frankrijk een zeer grote rol speelt in het wereldwijde modebeeld, is het volgens het museum interessant om in kaart te brengen wat hedendaagse Franse ontwerpers creëren.

Vijf Franse tassenlabels op Vive la France in tassenmuseum

De expositie ontstond in samenwerking met BusinessFrance, de handelsafdeling van de Franse Ambassade, die Franse bedrijven over de Nederlandse markt informeert en hen ook in contact brengt met mogelijke partners. Alle tassenmerken die meewerkten aan de tentoonstelling, staan dan ook open voor zaken, met retailers en consumenten. Bij de modellen staan prijskaartjes. "Daarom een gevaarlijke tentoonstelling," meent Sigrid Ivo, directeur van het museum.

Franse ontwerpers doen zaken in Tassenmuseum Hendrikje

Voor het merk Jamin Puech lijkt de expositie vooral te draaien om zakendoen. Sonja Strempel kijkt om zich heen naar de genodigden tijdens de officiële opening van de tentoonstelling. "Jammer dat de bezoekers geen naambordjes op hebben, zodat je kunt zien wie inkopers zijn," zegt ze. Strempel, die een paar maanden geleden startte op de salesafdeling van het Franse bedrijf, heeft haar iPad in de aanslag. "Wil je ook de nieuwe collectie zien?" vraagt ze als ze door rijen met tassen scrolt. "We doen niet aan massaproductie, alles wordt in kleine hoeveelheden gemaakt, daarom is er zoveel keuze. En met de hand. Kijk deze tas, het duurt twintig dagen om deze tas te maken."

Bajard kende het museum al, ze bracht het een jaar of drie, vier geleden een bezoekje. Meedoen aan de tentoonstelling wilde ze meteen. "Ik ben van oorsprong industrieel ontwerper en ik hou van Dutch design," vertelt ze. Bovendien zou ze ook graag wat meer verkooppunten hebben in Nederland. Momenteel liggen haar ontwerpen - voornamelijk tassen van linnen en leder, met details van porselein - in één Amsterdamse winkel. Verder heeft Bajard, die jaren voor Louis Vuitton werkte, verkooppunten in Frankrijk en Japan. "Japan is een echt tassenland. Mensen daar houden van accessoires. Ze kopen tassen alsof het nieuwe schoenen zijn. En ze houden helemaal van Europese ontwerpers."

Franse ontwerpers doen zaken in Tassenmuseum Hendrikje

Net als Bajard heeft ook Frédérique Lamagnère ervaring met werken voor grote Franse modehuizen. Dat doet ze nog steeds, maar ze heeft inmiddels ook jaren haar eigen label. “Gewoon omdat ik van tassen houd,” zegt ze in moeizaam Engels.

Leuk en aardig allemaal, die grote Franse merknamen, maar de middelgrote labels bepalen echt hoe de retail en tassenmode er tegenwoordig uit zien, meent het museum. Manufacture des Rigoles, Jamin Puech, Frédérique Lamagnère hebben daarom tot 7 juni een plekje in Tassenmuseum Hendrikje. Ook ontwerpen van Vente de Voyage en Mai Baeg zijn te zien tijdens de tentoonstelling Vive la France.

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN