• Home
  • Nieuws
  • Mensen
  • Duurzaamheidsicoon Kate Fletcher leert ons speelser om te gaan met mode

Duurzaamheidsicoon Kate Fletcher leert ons speelser om te gaan met mode

Mensen|VERSLAG
Kate Fletcher op KASK in Gent. Credits: Foto door Rogier van Eck
Door Sarah Vandoorne

bezig met laden...

Scroll down to read more

We recyclen en upcyclen meer dan ooit, en toch gaat het slechter in plaats van beter met de mode-industrie. Na 35 jaar schrijven over verduurzaming gooit professor Sustainability, Design & Fashion Kate Fletcher het over een andere boeg: ze wil de natuur in om dieper in contact te komen met wat we dragen.

‘Hoe voel je je? Hoe voelen de kleren op je huid? Wrijf ze maar eens tegen elkaar aan. Wandel, het liefst op een gekke manier, en ga na hoe je kledij mee beweegt. Draag je een strakke broek die je belemmert, of juist een rok die de wind vangt?’

Op vraag van de gerenommeerde Britse academica Kate Fletcher vlijen genodigden zich neer in het gras van de Bijloke in Gent. Fletcher is recent benoemd tot professor Sustainability, Design & Fashion aan de stedelijke universiteit van Manchester en werkte voorheen 14 jaar aan het London College of Fashion. Ruim 35 jaar specialiseert ze zich in duurzame mode. Nu is ze te gast op de kunsthogeschool KASK & Conservatorium in Gent, op uitnodiging van designantropoloog en schoenontwerper Catherine Willems. Die laatste raadt de gasten aan om hun schoenen uit te doen en zo het experiment te verdiepen.

De workshop van Kate Fletcher in Gent. Credits: Foto door Rogier van Eck

Spelen met kleren

De eerste editie van de Research Days, een driedaags kunstfestival aan KASK & Conservatorium, staat in het teken van ‘spelen’. Na een voormiddag vol panelgesprekken – Fletcher nam deel aan twee lezingen en ging onder andere het gesprek aan met Willems – geeft de Britse duurzaamheidsprof een workshop, getiteld The Dressed Body Moving in the Living World. Spelen is wel degelijk de boodschap: de workshop vat ze aan met een sessie 1, 2, 3 piano, een bekend kinderspel dat in het Engels ‘grandmother’s footsteps’ blijkt te heten. ‘Oma’ Kate bemoeilijkt het spelverloop door de deelnemers te vragen hun kleren aan elkaar door te geven. Jassen, sjaals en truien vliegen de lucht in, en bij elke foute beweging verwijst de prof menig speler naar de zijlijn. Het resultaat is een dans, zo omschrijft Fletcher het zelf. Aan het einde van het openingsspel dragen de meeste deelnemers een andere outfit dan diegene waarin ze gekomen zijn. Hoe voelt dàt?

Nadien volgt nog een meditatiesessie, waarin Fletcher iedereen aanraadt om los te komen van de veroordelende blik van de modesector. Daarna is de groep klaar om naar buiten te trekken, op kousenvoeten, en onze gedachten en bewegingen de vrije loop te laten. Smartphones laten we achter in de zaal, of gebruiken we hooguit als uurwerk – “het is niet de bedoeling om buiten op Instagram te zitten”, raadt Fletcher ten stelligste aan. Ontspannen keert men een halfuur later terug, en polst Fletcher naar onze ervaring. Was het emotioneel? (Ja.) Ben je de tijd uit het oog verloren? (Jazeker.) Voelde je een diepere connectie met de natuur rondom je, op een manier die je nooit eerder ervaren had? (Dat niet, erkent een deelnemer, daarvoor bleek de sessie ietwat te kort.)

Verduurzaming botst op zijn limieten

De laatste vraag komt niet uit het niks. Ruim een decennium legt Fletcher zich toe op hoe natuur en ontwerp zich tot elkaar verhouden. Ze redigeerde boeken zoals Design and Nature: A Partnership (2019) en Nature Relations (2023). In haar recentste publicatie, Fletcher’s Almanac uit 2024, beschrijft ze vanuit haar eigen ervaringen hoe onze kleerkast verandert naargelang de seizoenen en hoe die kleren zich tot de natuur verhouden.

Na 35 jaar schrijven over mode en duurzaamheid heeft Fletcher schoon genoeg van de gangbare oplossingen die de industrie propageert om circulair te worden. “Ik doe er wel nog steeds onderzoek naar, hoor”, vertelt Fletcher in een nagesprek, kort voor ze haar trein naar Antwerpen moet halen. “Maar het is intussen heel duidelijk dat het niet werkt, dus probeer ik het ook op een andere manier.”

Workshop van Kate Fletcher in Gent. Credits: Foto door Rogier van Eck

In gesprek met moderator en KASK-onderzoeker Anca Ușurelu, diezelfde ochtend, wijdt ze uit over haar inzichten. Sinds jaar en dag onderzoekt Fletcher de inspanningen die geleverd worden om de sociale en ecologische impact van onze kleerkast te reduceren. “Ik zie dat het huidige modesysteem efficiënter omgaat met grondstoffen, er komen minder vervuilende stoffen op de markt, er is meer transparantie, we recyclen en upcyclen meer dan ooit. En toch staat de kledingindustrie er slechter voor dan ooit. Ondanks alle inspanningen gaan we achteruit, niet voorwaarts.”

Het dwingt Fletcher om de pauzeknop in te drukken, en op een andere manier naar kleren te kijken. Want wat dragen we eigenlijk? Kleren zijn meestal niet gemaakt voor ons lichaam, hekelt ze het matensysteem. We kunnen een connectie voelen met bepaalde kledingstukken, maar dat weerhoudt ons er niet van om nog meer kleren te consumeren, bekritiseert ze de gangbare theorie van de ‘emotionele duurzaamheid’. Hoe keren we het tij dan wel? “Dat is ingewikkeld”, geeft Fletcher aan tijdens de panelgesprekken. In de natuur rondom haar – Fletcher woont in de heuvels in Noord-Engeland – gaat ze op zoek naar antwoorden en alternatieven.

Pauze in de natuur

Kleren zijn een membraan, geeft Fletcher aan. Ze scheiden ons af van de wereld rondom ons. De duurzaamheidsprof gruwelt van het idee dat twee derden van onze kleerkast uit synthetische vezels bestaat. In regenjassen en windjekkers is kunststof niet meer weg te denken. Doorgaans trotseren we de elementen gehuld in stoffen waar helemaal niks natuurlijks aan is. “Het meest van al dragen we polyester. Niemand wil die vezel op zijn huid.”

Als Anca Ușurelu haar vraagt naar ervaringen met het hoofdthema van de research days, spelen, verwijst Fletcher naar de wind die door de heuvels raast in haar woonplaats, die tussen haar mouwen kruipt en plots, schijnbaar uit het niks, kan verstillen.

Die pauzeknop hebben we nodig. Net daarom loopt de groep op kousenvoeten de tuinen rond het KASK & Conservatorium in. Het viel sommige deelnemers op hoe ze meteen een jas op de grond leggen om hun kleren te beschermen. Alsof het niet erg is dat die jas wél vuil wordt. Alsof we een extra laagje stof nodig hebben, vaak zelfs synthetisch, tussen onszelf en de grond.

Makkelijke oplossingen zijn er niet, diepgaande emoties wel. Hoe houden we de dag vast? Hoe onthouden we wat we hier geleerd hebben? Geen evidentie, gezien de lokroep van de mode-industrie. Kunnen we jongeren ertoe aanzetten om duurzaam om te gaan met wat ze hebben? En wat met kinderen, die we evengoed hullen in wegwerpkledij, al is het maar voor Carnaval? Het zijn vragen die de groep meeneemt nu het stilaan tijd wordt om de workshop af te sluiten.

Hapklare tips geeft Fletcher amper, al stuit ze plots, geïnspireerd door een deelnemer met een wijde rok, op het volgende advies: draag eens een kilt. “Het is niet voor niks dat daarin vroeger gevochten werd, en ze nu nog steeds gebruikt worden om mee te hiken. Ga zelf eens wandelen in een kilt, dat is pure vrijheid”, raadt ze aan.

De kleren die je hebt en die je draagt, vormen een ervaring op zich, vertelt Fletcher. Maar wil je een diepere connectie aangaan met je kleren en de natuur, dan moet je er zelf mee aan de slag. “Niemand gaat dit werk in jouw plaats doen”, had Fletcher zich al tijdens een lezing laten ontvallen. “Maar als je het wel doet, dan voel je je nadien ronduit glorieus.”

Duurzaamheid
Kate Fletcher