AFW: ‘Alleen door open dialoog kunnen we verduurzaming in de mode versnellen’

Op de achtergrond klinkt het geluid van de Klimaatmars in Amsterdam. Duizenden mensen trokken zondag eropuit om aandacht te vragen voor klimaatverandering. Ook de ontwerpers en zakenmensen verzameld bij de AFW talk over duurzaamheid en innovatie zijn zich bewust van de grote problemen die zich voordoen, onder andere in de modewereld. “We kunnen er niet meer omheen, niet voor niets zijn buiten al deze mensen aan het protesteren. Duurzaamheid is de nieuwe standaard voor een nieuw modelabel,” aldus een van de deelnemers van de panel-talk, ontwerper Erik Frenken.

Op de bank zitten Erik Frenken, van het merk Frenken, Borre Akkersdijk, oprichter van textiel innovatie studio By Borre die onder andere stoffen ontwerpt voor Nike, Adidas en The North Face, Sjaak Hullekes van het duurzame label Hul le Kes en Justin Pariag, de sustainability manager van De Bijenkorf. ‘Wat is duurzaamheid eigenlijk?’ vraagt gespreksleider en journalist Bregje Lampe. “Voor mij is duurzaamheid een eerlijk product,” antwoordt Frenken. De ontwerper kiest ervoor om alleen de nodige items te produceren, de items die ook werkelijk verkocht worden. “Andere bedrijven kiezen voor een groot productie-aantal om de prijs laag te krijgen, maar blijven zitten met overstock. Voor ons is die prijs niet belangrijk.” Prijzen van het merk variëren tussen de 160 en 700 euro vertelt de ontwerper ter illustratie. Pariag, opgeleid in environmental science, policy and management, vult aan dat duurzaamheid voor hem inhoudt dat niks wordt weggenomen voor de toekomstige generaties, dat de huidige generatie consumeert wat voor hen bedoeld is.

"Als je ontwerpt voor geld, dan doe je iets fout"

Ontwerper Sjaak Hullekes

Actie ondernemen op het gebied van duurzaamheid ziet er voor alle heren in het panel anders uit, maar dat hoeft volgens geen van allen een probleem te zijn. “Iedereen draagt zijn steentje bij en doet wat voor hem goed voelt,” vullen ze gezamenlijk aan. Waar het gehele panel het ook over eens is, is het feit dat overstock een van de grootste problemen is in de mode industrie. Wil dit aangepakt worden, dan moet men de eindconsument beter begrijpen, aldus Akkersdijk. “In de keten zijn zoveel stappen, de vezels, de draden, de stoffen, de ontwerper, de retailer. Wanneer degene bij de vezels niet weet voor welke eindconsument hij produceert, wordt er automatisch te veel geproduceerd omdat de vezel niet aansluit bij de wens van de consument, dus wordt het eindproduct ook niet verkocht. Zolang geproduceerd wordt zoals bedrijven gewend zijn, wordt er overgeproduceerd. Dat werkt niet meer.” Frenken, die zoals eerder gezegd produceert wat hij werkelijk verkoopt, ook al zijn dat soms maar drie jassen van één ontwerp, ziet een omwenteling bij producenten. Ze kiezen niet altijd meer voor de grote opdrachtgevers zoals een H&M of Zara, maar voor kleine merken met passie voor het product. “Deze verandering is tien jaar geleden begonnen en je kunt nu bijvoorbeeld ook maar 100 items bestellen, waardoor de kans op overstock veel kleiner is.”

Duurzaamheid hot topic tijdens AFW-talks

Mode moet zijn waarde weer terug krijgen, letterlijk en figuurlijk, zo luidt het tijdens de paneltalk. Dit concept krijgt bij elk van de deelnemers aan de talk echter wel een andere invulling. Voor de een betekent het de imperfecties die ontstaan in een kledingitem (lees: vlekken en gaten) omarmen, voor de ander is het juist het verkopen van items die mensen oprecht blij maken en tot slot is er de trend van functionaliteit die echt waarde gaat toevoegen aan de modewereld. Hullekes komt sterk uit de hoek: “Als je ontwerpt voor geld, dan doe je iets fout.” Lampe vraagt of hij met het merk de huur kan betalen, een noodzakelijk onderdeel van het leven. Hij geeft dan ook toe dat de combinatie van zijn merk Hul le Kes en de productie die hij doet met Studio Rijn noodzakelijk is om de huur te betalen. Hoe dan ook is Hullekes verliefd op het product en houdt hij van zijn werk. Hij werkt met antieke stoffen zoals tafellakens en dekbedovertrekken en geeft deze een nieuw leven. Dichter op het product kan je als ontwerper niet zitten. “Ik wil niet dat extra stof of papier voor mij wordt geproduceerd. Er bestaat genoeg en dat gebruik ik,” aldus de ontwerper. Volgens Frenken en Pariag is het voor een nieuw merk dan ook een gegeven dat het duurzaam moet zijn of in ieder geval duurzaamheid in acht moet nemen. “Mensen vermelden niet eens meer dat ze duurzaam zijn, omdat ze zich bewust zijn van hun impact op de wereld.” Ook de consument is zich meer en meer bewust van duurzaamheid binnen de mode industrie. Bij de Bijenkorf wordt met regelmaat gevraagd naar duurzame merken of hoe duurzaam een merk is, vertelt Pariag. De consument is steeds beter geïnformeerd. Volgens Akkersdijk is dit dan ook een belangrijk aspect van de verandering in de mode-industrie: mensen, consumenten, ontwerpers en iedereen in de keten, moeten beter geïnformeerd zijn. “Ze moeten weten welke keuzes er zijn.”

"Retail moet weer gaan draaien om stijl en niet om elke week iets nieuws presenteren"

Ontwerper Sjaak Hullekes

Akkersdijk heeft van de heren wellicht de helderste visie op duurzaamheid in de toekomst van de mode. “Ik geloof heel erg in de trend van functionaliteit, het vervullen van een basisbehoefte door middel van kleding.” Kleding beschermt de dragers immers van de buitenwereld maar zal op den duur ook de rest van het leven helpen sturen, omschrijft de ontwerper. Denk bijvoorbeeld aan een linkermouw die vibreert wanneer de drager linksaf moet slaan. Wanneer mode weer gericht is op het vervullen van een basisbehoefte, zal er minder nood zijn voor een overvloed aan kleding, zo blijkt uit het pleidooi van Akkersdijk. Gespreksleider Lampe merkt terecht op dat bij het woord functionaliteit vooral nog gedacht wordt aan ‘lelijke kleding’ in een tijd van frivole en kleurrijke mode. “Daar kan verandering in komen,” pareert Akkersdijk.

Zoals al meerdere malen is genoemd heeft iedereen in de keten een verantwoordelijkheid voor de verduurzaming in de mode aldus de sprekers. Hullekes noemt de retailer en het huidige modesysteem. “In product design, bijvoorbeeld bij een stoel, is een ontwerp een klassieker en wordt deze twaalf jaar voor dezelfde prijs verkocht. In de mode wordt een item, die wellicht ook een klassieker is voor een merk, maar drie maanden voor de volle prijs verkocht. Retail moet meer gaan draaien om stijl dan om elke week iets nieuws presenteren.” Mede hierdoor kan weer gefocust worden op kwaliteit en op het verminderen van overstock. Akkersdijk ziet ook potentie in het deel-model, vooral bij high-end kleding van hoge kwaliteit. “In een maatschappij waar steeds minder ruimte is, kun je een jas voor een dag of een seizoen huren zonder dat het daarna ruimte in je kast inneemt. In Japan zie je bijvoorbeeld, door het gebrek aan ruimte, dat de items die mensen hebben van echt goede kwaliteit moeten zijn. De standaard is daar hoger.”

Aan het einde van de talk, wanneer de Klimaatmars verder in de stad tot een einde is gekomen, komt een vraag uit het publiek. “Hoe kan het proces, van verduurzaming in de mode, versneld worden?” De conclusie luidt: “Blijf vragen stellen en een open dialoog aangaan. Het delen van informatie en een bewustzijn creëren is de manier om dit alles te versnellen.”

Beeld: FashionUnited / Caitlyn Terra

 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN