• Home
  • Nieuws
  • Mode
  • De UPV in een notendop: dit is wat textielbedrijven nu moeten weten

De UPV in een notendop: dit is wat textielbedrijven nu moeten weten

Door Sylvana Lijbaart

16 sep. 2021

Mode |Achtergrond

Beeld: Zeeman

Over twee jaar is het zover: de kledingindustrie wordt verantwoordelijk voor het inzamelen en recyclen van afgedankte kleding. Dat schreef oud-staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur & Waterstaat) op 20 mei 2021 in een brief aan de Tweede Kamer. Middels een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) wil men toewerken naar een circulaire kledingindustrie. De UPV zal vanaf 2023 in gaan. Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden op de komst van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid?

Allereerst is het belangrijk een beeld te krijgen van wat de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid precies inhoudt. Simpel uitgelegd heeft het een ‘vervuiler betaalt’-principe. De UPV maakt textielproducenten verantwoordelijk voor de inzameling, sortering, recycling, het hergebruik en de afvalfase van producten die zij ontwikkelen. Daarnaast worden de producenten verantwoordelijk voor de kosten die het logistieke systeem hiervoor met zich meebrengt. Op dit moment worden die kosten nog betaald door gemeenten. Onder textiel valt - gekeken naar het hoofdlijnenakkoord tussen ministerie en de sector - kleding- (ongeacht de toepassing of markt) en huishoud- en woningtextiel, zoals theedoeken, gordijnen, dekbedhoezen en BBK-textiel (bad-, bed-, en keukentextiel). Het hoofddoel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is het verminderen van de milieudruk binnen de textielketen door een proces in gang te zetten dat naar een circulaire keten toewerkt. De UPV vergroot de circulariteit door producthergebruik en recycling te stimuleren, waardoor onder andere het gebruik van virgin materialen teruggebracht kan worden.

De textielsector heeft zelf het initiatief genomen om deze UPV toe te gaan passen. Zo schreven brancheorganisaties Modint en INretail in 2019 al een sectorplan en zijn bedrijven binnen de textielsector uitgenodigd mee te denken om de UPV te realiseren. “Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat formuleert momenteel samen met de sector doelstellingen voor de regeling. De doelstellingen worden afgestemd op beleidsdoelen. Daarnaast zal het ministerie (I&W) de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid algemeen bindend verklaren. Dat houdt in dat de UPV gaat gelden voor alle bedrijven die textielproducenten op de Nederlandse markt afzetten”, meldt Maria van der Heijden, directeur-bestuurder bij MVO Nederland, virtueel aan FashionUnited.

De doelstellingen van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de textielindustrie zijn gericht op de sector. Het gaat om hoogwaardige recycling en om de toename van duurzame materialen, dat staat in het sectorplan van de Nederlandse kleding- en textielsector 2019. Het doel: de percentages voor gerecycled materiaal in nieuwe kleding vergroten. Er wordt gekeken naar pre-consumer en post-consumer materiaal, voornamelijk naar hergebruik en recycling van post-consumer materiaal. Pre-consumer materiaal is het restmateriaal dat ontstaat tijdens het productieproces. Post-consumer materiaal ontstaat nadat een product wordt afgedankt door de eindgebruiker. De ambitie is het minimaliseren en optimaal benutten van textielafval middels hergebruik en recycling. In overleg met alle partijen (retail, merken, productiebedrijven, inzamelaars/sorteerders, recyclers en re-sellers) zal naar een circulaire economie toegewerkt worden in 2050.

De doelstellingen van het Beleidsprogramma Circulair Textiel van het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat:
  • 2025: 25 procent gebruik circulaire materialen en 30 procent recycling textielafval
  • 2030: 50 procent gebruik circulaire materialen en 50 procent recycling textielafval
  • 2035: Halvering van de ecologische voetafdruk
  • 2050: 100 procent gebruik circulaire materialen

De UPV-ambitie van de sector is in eerste instantie gericht op de textielafvalberg. De eerste concrete doelen voor 2025 - die genoemd worden in UPV Textiel Voorstel op Hoofdlijnen van Modint en INretail (maart 2021) - luiden: 5 procent hoogwaardig gerecyclede vezels uit textielafval en 15 procent overige recycling. 5 procent tweedehandskleding afzet op de Nederlandse markt en 20 procent hergebruik in het buitenland.

De kosten

Hoe de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid er precies uit gaat zien, weten we pas over een kleine anderhalf jaar. Wat wel bekend is, is dat het komende anderhalf jaar de kostenstructuur opgezet wordt. Nienke Steen, Senior Consultant bij Modint, vertelt tijdens een virtueel interview aan FashionUnited dat bedrijven te maken krijgen met een heffing. Deze heffing wordt gebaseerd op het aantal stuks en de gewichtsklasse.

De heffing wordt gebruikt om de volgende drie kostenposten te betalen: het recyclingsproces, het innovatie- en transitiefonds en de organisatiekosten voor de producentenorganisatie, vertelt Steen. Het inzamelen, sorteren en hoogwaardig recyclen gaat in nauwe samenwerking met de afvalinzamelaars, sorteerders en hoogwaardige recyclebedrijven die er al zijn of opgezet moeten worden. In het innovatie- en transitiefonds wordt ruimte gegeven aan onder andere experts, hogescholen, universiteiten en innovators die hoogwaardige textielrecycling kunnen verbeteren. Er moet namelijk volgens Steen veel gebeuren in de ontwikkeling van hoogwaardig recyclen, waaronder chemische recycling. Bovendien moeten de succesvolle lopende initiatieven zoals Dutch Circular Textile Valley en de opvolger van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel ervan worden gefinancierd voor een integrale duurzaamheidsaanpak. Daarnaast moet er een producentenorganisatie komen die ervoor moet zorgen dat alles goed verloopt. Deze organisatie zorgt er bijvoorbeeld voor dat de juiste heffingen worden betaald en dat er jaarverslagen komen. “Komend anderhalf jaar gaan we met het ministerie en alle stakeholders samenwerken om dit te realiseren. De hoofdlijnen zijn bepaald, nu nog de details uitwerken”, aldus Steen.

De vaste kosten van een UPV-systeem bestaan uit: kosten voor de opzet, organisatie en monitoring van het UPV-systeem, dat is te lezen in de eindrapportage over de UPV voor textiel van Rebel Group. Voor de opzet en organisatie van een UPV-systeem wordt uitgegaan van een bandbreedte tussen de 5 miljoen euro en 10 miljoen euro. Naast deze kosten wordt het innovatiefonds ook beschouwd als een vaste kostenpost. Hier wordt jaarlijks een bedrag tussen de 5 miljoen euro en 15 miljoen euro voor gehanteerd. Dit wordt gebaseerd op andere UPV-stelsels zoals het UPV-stelsel voor textiel in Frankrijk, genaamd ReFashion.

Om van de kosten naar een UPV-tarief voor producenten te gaan, wordt de volgende berekening gedaan in de eindrapportage over de UPV van Rebel Group: kosten van inzameling en verwerking keer de totale hoeveelheid afgedankte textiel. Dit is samen het subtotaal van de variabele kosten. De kosten van het systeem en het innovatiefonds (vaste kosten) worden bij de variabele kosten geteld. Dit komt uit op een subtotaal van variabele en vaste kosten. Om tot de totale kosten te komen, ontbreken alleen de kosten van tariefdifferentiatie nog. Bij tariefdifferentiatie moet de eindgebruiker verschillende tarieven betalen, afhankelijk van de kosten van het UPV-systeem. De totale kosten worden vervolgens gedeeld door het aantal textiel kilo's op de markt. Hier komt een bedrag uit dat staat voor de kosten per textiel kilo.

Een ander belangrijk punt: bedrijven die al duurzame producten op de markt brengen krijgen mogelijk korting op de heffing. “Wij vinden dat bedrijven een financieel voordeel moeten krijgen als zij al duurzaam ondernemen. Bedrijven reageren eenmaal goed op financiële prikkels”, vertelt Steen. De korting wordt bijvoorbeeld gegeven voor het percentage gerecyclede materialen in een nieuw kledingstuk. Het zou goed kunnen dat er nog andere duurzame investeringen worden beloond. “Het is verstandig als bedrijf in te zetten op kwaliteit, duurzaamheid en innovatie. Minder artikelen met meer waarde verkopen en een langere levensduur zal op den duur lonend zijn. Eigenaarschap, digitalisering en transparantie zijn de thema’s van nu”, aldus Steen. De heffingskorting zal niet gelijk met de UPV starten, omdat het lastig is op korte termijn te bepalen wat wel en niet circulair is. “Om de heffing toch versneld in te voeren wordt de differentiatie waarschijnlijk in tweede instantie (later) ingevoerd”, voegt Van der Heijden toe.

Er komt een collectief inzamelingssysteem

Van alle textielafval komt 45 procent in de kledingbak. Hier is een goed functionerend inzameling- en sorteringssysteem- met name gericht op hergebruik in Oost-Europa en Afrika. Op dit moment levert dat geld op voor goede doelen en gemeenten. Het plan met de UPV is voort te bouwen op dit systeem. Wat dus zeker is, is dat er een hoogwaardiger collectief inzamelings- en sorteringssysteem komt. Het zal beter aansluiten op hergebruik in Nederland en de recyclingindustrie. De vezels die hieruit voortkomen, moeten geschikt zijn voor de spinnerijen. “Dit systeem zal zoveel mogelijk ingericht worden op de behoeften van de consument en alle betrokken partijen. Hierbij wordt gekeken naar de impact van en op consumenten en organisaties, zodat de textielrecycling echt op gang kan komen”, meldt Steen. De consument heeft een onmisbare rol in de transitie naar een circulaire sector. In het sectorplan van de Nederlandse kleding- en textielsector 2019 is te lezen dat de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid inzet op het stimuleren van consumenten om afgedankt textiel naar inzamelpunten te brengen en niet bij het huishoudelijk afval te doen. Voor winkels die textiel inzamelen, is de ervaring dat een consument zonder financiële stimulans geen afgedankt textiel inlevert, zo staat in het sectorplan.

Hoewel consumenten zonder financiële stimulans geen afgedankte textiel zouden inleveren, startte textielsuper Zeeman in juni een pilot met het inzamelen van kleding en verkoop van tweedehands kleding onder de noemer Resale. De ingezamelde items worden gedoneerd aan Het Goed- een sociale onderneming met 29 kringloophuizen en 5 textielsorteercentra in Nederland. De kledingstukken die voldoen aan de kwaliteitseisen worden teruggekocht door Zeeman voor verkoop in, op dit moment, zes geselecteerde filialen. Kledingstukken die niet voldoen aan de kwaliteitseisen, worden gerecycled. Hiervoor werkt Zeeman samen met lokale recyclingketens zoals Cirkelwaarde, Frankenhuis, Wieland Textiles Enschede Textielstad en Het Goed, waarmee zij een circulair artikel op de markt willen gaan zetten. Arnoud van Vliet, MVO & Kwaliteitsmanager bij Zeeman, vertelt virtueel aan FashionUnited steeds vaker een voortrekkersrol aan te willen nemen als het gaat om duurzaam ondernemen: “Eén van onze kernwaarden luidt: eigenzinnig. Wij proberen dingen op onze eigen manier te doen. Een paar jaar geleden wisten we dat de gratis plastic draagtas zou verdwijnen door wetgeving. Wij stopten daar twee jaar eerder mee en lanceerden de statiegeldtas. Nu, met de komst van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zijn we ook aan het onderzoeken hoe dat zou kunnen werken. Dat doen we onder andere met de Resale-pilot. We zijn nu ruim twee maanden bezig en de ingeslagen weg is goed, maar we hebben nog meer tijd nodig een beter beeld te krijgen. Wat we merken is dat tweedehands kleding in trek is, maar dat het inzamelen van textiel langzamer op gang komt”, aldus Van Vliet. Het kledinginzamelingssysteem is nu in zestig filialen beschikbaar. Aan het einde van het jaar streeft de duurzaamheidsmanager ernaar alle Zeeman-filialen te hebben voorzien van een kledinginzamelingssysteem. Steen vindt het goed om te zien dat er veel duurzame initiatieven worden genomen en roept bedrijven op hiermee door te gaan: “Ga door met de zoektocht naar meer duurzame materialen en initiatieven, kijk naar gerecyclede opties op beurzen en vraag bijvoorbeeld leveranciers naar opties. Met de komst van de UPV moeten we uiteindelijk allemaal samen gaan werken, dus waarom maken we niet al een begin?”

Al met al is er nog veel werk aan de winkel. Eén ding is zeker: de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet de waarde van kleding terug op de markt gaan zetten en voor een langere levensduur van kledingstukken gaan zorgen. Zeeman snapt in ieder geval waarom de UPV er gaat komen: “Het is goed dat de overheid de stip op de horizon heeft gezet en dat we als sector nadenken over hoe we collectief met elkaar kunnen werken. We moeten immers in 2030 de helft minder grondstoffen gebruik dan we nu doen. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is een middel waarmee het bedrijfsleven een collectieve bijdrage kan leveren. We weten niet hoe het er precies uit gaat zien, maar het gaat het milieu goed doen”, sluit Van Vliet af.

Zou u meer willen weten over dit onderwerp? Of heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? We horen graag van u, via tip@fashionunited.com.