(advertentie)
(advertentie)
De verborgen oplichterij in de modeindustrie onthuld

Zittend in het zonovergoten kantoor, uitkijkend over de stad, wéét de senior designer gewoon dat haar sollicitatiegesprek goed gaat. Ze voelt het aan alles. Haar portfolio heeft indruk gemaakt. Ze heeft alle hoogtepunten van haar CV uitgelicht. Ja, ze heeft alle juiste dingen gezegd, en de twee directieleden die tegenover haar zitten glimlachen haar vriendelijk toe en spreken nu al over "als je hier straks begint…" en "we zouden je graag aan onze CEO willen voorstellen…". Ja, dit kan niet meer stuk: zelfs bonussen en vrije dagen zijn al aan bod gekomen.

"Maar eerst,..." begint één van de directieleden dan, voordat ze haar allebei indringend aankijken. De moed van de ontwerpster zakt in haar schoenen. Ja hoor, daar komen ze; de woorden die ze al vreesde:

"... zouden we je graag een project laten doen…"

Het verborgen talent

Met de recente aanstelling van Raf Simons nog vers in het geheugen en vele 'wisselingen van de wacht' die daaraan vooraf gingen, lijkt het voor buitenstaanders misschien alsof de vraag naar ontwerpers enorm is, en het binnen deze beroepsgroep niet meer dan normaal is om elke paar jaar van de ene naar de andere goedbetaalde baan te promoveren. Maar helaas is dat voor een grote meerderheid van de ontwerpers niet het geval. Zij, die gekwalificeerde, hardwerkende professionals zijn die kunnen tekenen, technische ontwerpen maken, netjes hun deadlines halen en samenwerken met fabrieken om te zorgen dat alle samples keurig op tijd zijn, doen het uiteindelijk allemaal zodat de creatief directeur - de grote ster - een onvergetelijke show kan neerzetten.

Laten we hen de jobbing designers noemen: de creatievelingen in een senior positie, met meer dan tien jaar werkervaring, die een carrière hebben opgebouwd door achter de schermen voor de grote namen uit de industrie te werken. Ze hebben geen interesse in het opstarten van hun eigen merk - tenminste, nóg niet. Maar het wordt tegelijkertijd wel steeds moeilijker om hun positie, halverwege de hiërarchische ladder, vast te houden. Ze balen dat, ondanks de opbloeiende economie, banen voor senior designers steeds schaarser worden en dat bedrijven hun werk liever laten vervullen door opgeklommen stagiaires (een andere vorm van het misbruiken van talent dat al veel is besproken) of junior-ontwerpers met een bescheiden salaris. Dit allemaal heeft ervoor gezorgd dat veel ontwerpers nu werk moeten doen dat vroeger nog door twee of drie personen werd uitgevoerd.

De verborgen oplichterij in de modeindustrie onthuld

De duistere kant van ‘’projecten’’

'Projecten' werden aanvankelijk geïntroduceerd als een mooie mogelijkheid voor sollicitanten om te laten zien dat ze het DNA van het bedrijf waar ze aan de slag willen gaan begrijpen - "dat je bij ons past", zou een recruiter zeggen. In theorie is het zeker geen gek idee, vooral aangezien de grens tussen merken tegenwoordig vaak erg dun kan zijn en het dus belangrijk is om precies te weten wat jouw potentiële werkgever onderscheidt van de rest. "Denk Tommy maar moderner; denk Ralph maar hedendaagser; J Crew maar dan minder kleurrijk, en denk klassiek maar wel hip": het zouden de woorden kunnen zijn van een recruiter die een sollicitant uitleg geeft over zijn 'project'.

Helaas heeft het uitvoeren van projecten de laatste tijd een nare bijsmaak gekregen voor velen uit de industrie. "Hebben ze je gevraagd een project te doen?", vragen ontwerpers elkaar, waarna ze hun hoofd schudden uit frustratie. En dat is niet omdat ze de kans om zich te bewijzen niet waarderen, maar omdat ze het gevoel hebben gekregen dat deze tactiek gewoon een manier is waarop bedrijven gratis werk gedaan krijgen. Te veel van deze ontwerpers hebben bloed, zweet en tranen vergoten aan een project om daarna doodleuk te worden gemaild met de mededeling "bel ons niet, wij bellen jou wel". Het is helaas te vaak gebeurd dat hun ideeën op mysterieuze wijze zijn verdwenen, om het volgende seizoen wonderlijk genoeg in alle winkels te hangen - en het ergste is nog: ze kunnen hier niets tegen beginnen.

Het verhaal van Nathalie

Ontwerpster Nathalie heeft de benodigde werkervaring opgedaan, zowel in de high-end als meer hedendaagse markt, en had onlangs een reeks aan sollicitatiegesprekken bij een bekend merk dat bekendstaat om zijn klassieke preppy kleding. Na het vierde gesprek werd haar een project uitgelegd dat bestond uit het ontwerpen van zes jurken, vijf blouses, vijf jasjes, vijf rokjes, plus het verzorgen van alle technische schetsen (Photoshop of Illustrator), prints waar toepasselijk, en kleuren en stofstaaltjes. Al met al betekende dit een hele hoop werk, en zou het eindresultaat neerkomen op een kleine collectie die al bijna klaar zou zijn voor de winkel. En hoewel in het document officieel stond dat de deadline twee weken was, werd door de recruiter meegedeeld dat alles binnen een week klaar moest zijn. Daarnaast werd Nathalie bovendien verteld dat ze haar salarisverwachting van 40.000 dollar ook even moest bijstellen. Omdat Nathalie niet zoveel werk wilde verrichten zonder hier ook maar iets voor te krijgen, stelde ze het bedrijf een compromis voor: ze zou een maand, of zelfs maar twee weken, op freelance basis voor het bedrijf werken. Na het versturen van haar voorstel, hoorde ze nooit meer iets van het bedrijf.

De verborgen oplichterij in de modeindustrie onthuld

Het verhaal van Steven

Ontwerper Steven heeft momenteel een baan, maar daar ging een lange zoektocht aan vooraf waarin ook hij meermaals werd gevraagd een project te doen. "Het is iets waar in de mode niet over wordt gepraat, een dirty little secret. Voor zover ik weet bestaat er geen enkele andere industrie waarin professionals op deze manier worden gedenigreerd en uitgebuit. En als je echt wanhopig op zoek bent, kan je zomaar een deur in je gezicht krijgen wanneer je toch weigert. Ik heb verhalen gehoord van mensen die na het doen van een project een baan kregen, maar ik ken er geen één. Misschien is het gewoon een mythe!"

Steven weet nog goed hoe hij van één merk een project kreeg voorgelegd dat bestond uit het ontwerpen van een lente- en herfstcollectie, inclusief moodboards, vier verschillende kleurenpaletten en alle technische tekeningen."Het ging om een bedrijf waar ik echt heel graag voor had willen werken", geeft Steven schouderophalend toe. "Ik heb er zó hard aan gewerkt." Toen ik vroeg wat er daarna gebeurde, vertelde Steven dat het hoofd van HR hem met een e-mail van twee zinnen afpoeierde omdat ze 'nog verder wilden kijken'. "Ik hoorde via via dat ze nog steeds op zoek zijn, en dat was maanden geleden."

Zoals deze industrie is er geen een

Voor architecten zou het abnormaal zijn om de blauwdrukken van hun pas ontworpen state-of-the-art gebouw zo af te geven. Een chef zou nooit worden gevraagd om tijdens zijn sollicitatie een lunch op tafel te zetten voor het hele bedrijf - zelfs om een recept zou niet worden gevraagd. NoSpec.com ondersteunt (grafisch) ontwerpers die in hun zoektocht naar een baan te maken krijgen met verzoeken voor zogenaamd 'spec' werk, oftewel expertise die gratis wordt weggegeven. Op hun homepage is het volgende te lezen: 'Spec werk is iets zeer kwalijks dat zowel op ontwerpers als cliënten een negatief effect heeft.' Maar online blijkt het nog knap lastig om iets te vinden over deze geheime praktijken. Ik stuit op een artikel van 'The Harvard Business Review' getiteld Projects Are The New Job Interviews (Projecten zijn de sollicitatiegesprekken van tegenwoordig, red.) en nog één van 'The New York Times' die het werken op projectbasis omschrijft als test-drives die voor veel bedrijven succesvol hebben uitgepakt. Maar wie verder leest dan de kop, ontdekt dat het hier gaat om projecten binnen techbedrijven, die worden gedaan op basis van een contract dat voor een korte tijd loopt en waarbij ook compensatie komt kijken. En laat dat nu net niet het geval zijn in de modewereld.

De verborgen oplichterij in de modeindustrie onthuld

Deze onethische manier om gratis werk te verkrijgen lijkt dus een uniek fenomeen binnen de modeindustrie te zijn, en is iets dat in allerlei bedrijven voorkomt - van groot tot klein, van nieuwe tot gevestigde namen; zelfs bedrijven die vol trots verklaren alleen met materialen te werken die op eerlijke wijze zijn verkregen uit arme delen van het Midden-Oosten, vinden het schijnbaar geen probleem om op deze manier te werken en zo dus wel werknemers in het eigen land uit te buiten. En aangezien bedrijven vaak meerdere kandidaten tegen elkaar laten 'strijden', is het wel duidelijk dat zij hier flink van profiteren.

Mijn eigen ervaring

Als voormalig ontwerper heb ik ook de nodige ervaring met projecten. Maar ik heb zelf wel een baan overgehouden aan het uitvoeren van één daarvan. Al was dit wel meer dan tien jaar geleden en wilde het bedrijf oprecht weten of ik goed bij hen zou passen. Voor dit project gaven zij me een thema, maar mocht ik zelf kiezen wat ik wilde schetsen en voor welk seizoen; en ze zeiden niets over het gewenste aantal rokken of jurken. Wat toen misschien een goede manier was om het kaf van het koren te scheiden, is misschien wel uitgegroeid tot een van de meest voorkomende manieren van misbruik.

Een ander veelgehoorde klacht onder de ontwerpers met wie ik heb gesproken, is dat veel bedrijven geen enkele creatieve richtlijn geven voor het werk en simpelweg zeggen dat ze "willen zien waar jij mee komt". Ik herinner me één bedrijf uit New York City wiens vertegenwoordiger het geweldig vond dat ik een Europese achtergrond had, en het merk vervolgens omschreef als "iets tussen Dries Van Noten, Isabel Marant en Vanessa Bruno, maar uiteraard wel in een meer toegankelijke prijscategorie en voor de Amerikaanse consument". Terwijl ik mezelf met moeite wegwijs probeerde te maken uit wat nu precies werd bedoeld, lukte het me wel om voor de deadline iets af te leveren. Toen ik daags daarna een follow-up mail stuurde, kreeg ik te horen dat de baan niet meer beschikbaar was. Einde verhaal.

"Je bent gedoemd te mislukken in dit soort situaties," aldus Steven. "Zij weten meestal gewoon niet wat ze willen en verwachten dat jij helderziend bent.”

De verborgen oplichterij in de modeindustrie onthuld

Portfolio en Copyright

Ondanks dat het werk uiteindelijk kan worden gebruikt voor het portfolio van de ontwerper, blijven de digitale bestanden in het bezit van het bedrijf dat deze gratis kreeg. Hier kunnen ze van bureau naar bureau gaan en uiteindelijk, zonder dat de designer het weet, tot leven komen. Modeontwerpers hebben verrassend weinig bescherming wanneer het gaat om copyright, omdat een kledingstuk wordt beschouwd als een gebruiksvoorwerp en daardoor geen intellectueel eigendom is. Hetzelfde geldt voor tatoeages, meubels, auto’s, recepten en grappen. In de TED Talk van Johanna Blakley, Lessons From Fashion’s Free Culture (Lessen over gratis in de mode, red.), spreekt ze over de cultuur die heerst van het kopiëren: "In tegenstelling tot beeldhouwers, schilders en muzikanten mogen modeontwerpers ideeën van anderen 'lenen' en deze in hun eigen ontwerpen verwerken."

Bedrijven als Yves Saint Laurent en Burberry hebben miljoenen uitgetrokken in rechtszaken tegen andere bedrijven die naar verluidt plagiaat zouden hebben gepleegd. Maar: zij hebben hier de middelen voor. Ik ken geen enkele ontwerper die ook maar zou overwegen een advocaat in de arm te nemen en een zaak te starten. Het zou tegelijkertijd betekenen dat hij zijn toekomst in de industrie op het spel zet.

En zelfs als de schetsen van de ontwerper zouden worden gezien als kunst, waarmee ze misschien toch zouden vallen onder de wet die intellectueel eigendom beschermt, heeft een ontwerper die op zoek is naar een baan niet de tijd om hier diep in te duiken. Deze manier van uitbuiten door gevestigde bedrijven moet daarom eens goed worden onderzocht.

Wanneer we deze duistere praktijken aan het licht brengen, geven we een signaal af naar de bedrijven die hierin meegaan: we hebben jullie door. In elke andere industrie geldt een vastgesteld bedrag voor het verlenen van bepaalde diensten, en mode zou daar niet langer een uitzondering op moeten vormen. Een snelle reactie betreffende de sollicitatie en zinvolle feedback op het geleverde werk zouden het minste zijn wat een bedrijf een ontwerper biedt. Deze miljardenindustrie wordt gedragen door talloze 'verborgen' krachten die er dagelijks voor zorgen dat alles op rolletjes loopt, en die daarvoor echt geen applaus verwachten. Maar ze zouden wél moeten worden behandeld met het respect dat hen toekomt.

Zoals Steven concludeert: "Ja, je voelt je beroofd, niet alleen van het werk dat je hebt uitgevoerd om te laten zien wat je kunt - ondanks de vage input - maar ook van alle materialen; de inkt, het printwerk: dat tikt allemaal aan. En leidt vervolgens nergens toe."

Door gastredacteur Jackie Mallon, die les geeft aan de faculteit van diverse modeprogramma’s in New York en de schrijfster is van ‘Silk for the Feed Dogs’, een roman die zich afspeelt in de internationale mode-industrie.

Vertaling en bewerking: May-Anne Oltmans

Alle beelden door Jackie Mallon voor FashionUnited