In beeld: de Neder-Belgische vertegenwoordiging op de catwalk in Parijs
bezig met laden...
Naarmate de Parijse modeweek afloopt, wordt opnieuw duidelijk dat de Lage Landen een stevige stempel drukken op zowel couture als menswear. De bijdragen van Nederlandse en Belgische ontwerpers besloegen het volledige spectrum van mode, van direct draagbare kleding tot radicale, expressieve concepten die langer beklijven. Een overzicht van de ontwerpers die afgelopen maand in Parijs te zien waren.
Dries Van Noten (menswear)
Bij Dries Van Noten draaide alles om laagjes. De modellen verschenen in rijk opgebouwde looks van gebreide kleding: kleur én print, klassiek ontmoet speels. Klassieke tailoring werd verzacht door te spelen met soepele stoffen en ongebruikelijke proporties. Klassieke vesten werden gecombineerd met jassen van losse materialen, een stropdas of een logge weekendtas.
Bloemenprints, grafische patronen en zware stoffen wisselden elkaar af. Ook rokken voor mannen maakten deel uit van de collectie. Zoals vaker bij Dries Van Noten ging het om het bevragen van ideeën over mannelijkheid en kwetsbaarheid. En ja, ook mannen mogen experimenteren met 'fashion'.
Walter Van Beirendonck (menswear)
Walter Van Beirendonck opende zijn show met een model op motor dat de ruimte binnenreed – een waarschuwing dat ingetogenheid geen rol zou spelen. De collectie hing aan elkaar met felle neonkleuren, grafische prints, volumineuze silhouetten uitgevoerd in technische materialen en een maatschappelijke ondertoon. “For real youth” stond op de shirts van een trio modellen dat de ruimte binnenkwam als een klein leger, compleet met een neppistool. Militair geïnspireerde jassen, cartoonachtige motieven en experimentele knitwear pasten ook in dat verhaal.
Waar Fortgens inzet op draagbaarheid en subtiliteit, koos Van Beirendonck nadrukkelijk voor humor, provocatie en radicale expressie - mode als een statement tegen conformiteit.
Camiel Fortgens (menswear)
Camiel Fortgens presenteerde FW26 in een klein Parijs appartement, waar publiek en modellen dicht op elkaar zaten – alsof de hele entourage even bij hem thuis op bezoek was. Die setting past bij zijn manier van werken. In eerdere seizoenen liet hij modellen door de straten van Parijs lopen of door een Amsterdams park, ver weg van de klassieke catwalk en dicht bij het dagelijkse leven waarin zijn kleding uiteindelijk gedragen wordt.
Dat alledaagse kwam dit seizoen ook heel letterlijk terug in de materialen. Gordijnstoffen en interieurtextiel werden verwerkt tot broeken, jassen en scherpgesneden shirts. Verweerd leer, zichtbare naden en onafgewerkte randen gaven de kleding een gedragen uitstraling. Fortgens’ kenmerkende kleermakersimperfectie – niet slordig, maar bewust en zorgvuldig geconstrueerd – suggereert dat mode voor de Nederlandse niet draait om spektakel, maar om de rol van kleding in het echte leven.
FashionUnited heeft beelden opgevraagd bij het merk.
Viktor & Rolf (couture)
Bij Viktor & Rolf kun je erop rekenen dat er op de catwalk een verhaal wordt verteld. Voor de zomer presenteerde het duo een totaalconcept, geïnspireerd op vliegers en het idee van zweven. De show opende met een model dat vastgebonden aan een vlieger omhoog werd getrokken in een constructie van strikken – een motief dat het duo inmiddels tot handelsmerk heeft gemaakt.
Daarna volgde een reeks zwarte avondjurken met uitgesproken volumes, die soms los leken te komen van het lichaam. Neonaccenten zorgden voor opvallende contrasten, en het haar was rond het hoofd gevlochten, wat een bijna religieuze uitstraling gaf. Verwarrend en fascinerend tegelijk. Zo zetten de Nederlandse pioniers de kijker opnieuw aan tot nadenken: ze geven suggesties en zetten een narratief uit, maar vullen de gaten niet in.
Ronald van der Kemp (couture)
De presentatie van Ronald van der Kemp borduurde voort op zijn vertrouwde werkwijze. De collectie bestond uit uitgesproken looks, gemaakt van restmaterialen: vintage stoffen en restpartijen uit eerdere collecties. Lange jurken met veel volume en decoratie riepen een gevoel van glamour op, maar droegen tegelijk een duidelijke boodschap over de schaduwkant van de mode-industrie: er is al zoveel. Moet er nog meer mode bij?
Concrete details – zoals zichtbare reparaties en patchwork met lapjes van verschillende herkomsten – maakten dat spanningsveld tastbaar. Van der Kemp blijft inzetten op couture als persoonlijk statement: exuberant, emotioneel en bewust bij elkaar bedacht.
Peet Dullaert (couture)
Bij Peet Dullaert werd couture opgevoerd als een gecontroleerde ontregeling. Korsetten kwamen onder jassen vandaan en avondjurken werden over strakke bodysuits gedragen, waardoor het concept van binnen- en buitenkleding in de war werd gehaald. Keuzes in materiaalgebruik versterkten dat vervreemdende effect. De kristallen leken niet op de extreem dunne stretchstof te liggen, maar rechtstreeks op de huid te zijn aangebracht en bewogen mee met het lichaam.
Onafgewerkte zomen en zichtbare rijgdraden vormden een focuspunt. Zelfs de accessoires dwongen de bezoeker goed te kijken. Één model een omgekeerde kroon als ketting- de beeltenis van een wereld die bewust op zijn kop was gezet.