Stop met managen van afval, ga managen op waarde

Mode|Opinie
Beeld gegenereerd met AI, ter illustratie van kledingafval. Credits: FashionUnited.
Door Guest Contributor

bezig met laden...

Scroll down to read more

De ambitie is helder en onomstotelijk: de Nederlandse overheid streeft naar een volledig circulaire textielketen in 2050 waarin al het textiel wordt gemaakt van fossielvrije, duurzame biogebaseerde en/of gerecyclede materialen(1). Maar met nog zo’n 25 jaar te gaan, zijn we mijlenver verwijderd van dat doel.

Over de auteur:
Dit is een bijdrage van Rieneke Dekker, geschreven als afstudeeropdracht voor de master Circulaire Economie aan de HAN. Met ruim vijftien jaar ervaring in de modebranche, als leverancier van een ERP-oplossing, kent zij de sector door en door. Momenteel werkt zij als onderzoeker bij Just Enough, waar zij onderzoek doet naar hoe duurzaam en ethisch producten zijn gemaakt.

Zeker, er zijn talloze initiatieven van circulaire koplopers in de kledingbranche, maar het blijven kleinschalige en losstaande projecten. Om de circulaire doelstelling te halen, is het alle hens aan dek. Iedereen moet aan de slag met circulaire strategieën, niet alleen circulaire start-ups en koplopers, ook de gevestigde merken die decennialang opereerden binnen een lineair model van ‘take-make-waste’. Ook zij moeten mee in de omslag naar circulair ondernemen; de vraag is niet óf, maar hóe.

Veel aandacht voor recycling

Tot nu toe is vooral ingezet op recycling. Veel bestaande wet- en regelgeving grijpt in op het einde van de levenscyclus van kleding, denk aan de reeds ingevoerde Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV).

Elk kledingstuk komt een keer aan het einde van zijn levensduur. Recycling helpt de afvalberg van textiel te verkleinen en gerecycled textiel vervangt het gebruik van nieuwe grondstoffen. Maar in Nederland belandt nog ongeveer de helft van het textiel bij het restafval – en dus in de verbrandingsoven. Van het textiel dat gescheiden wordt ingezameld, wordt slechts 1 procent hoogwaardig gerecycled tot nieuw textiel. Een groot deel van het ingezamelde textiel wordt verwerkt tot laagwaardig materiaal (bijv. poetsdoeken of isolatiemateriaal), of wordt na inzameling geëxporteerd waarna er weinig tot geen zicht is op hoe dit textiel wordt hergebruikt of verwerkt(2).

Recent onderzoek in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bevestigt dat het huidige beleid, dat zich vooral richt op recycling, onvoldoende is om de absolute groei in consumptie te compenseren. Het ‘rebound-effect’ zorgt ervoor dat milieuwinst teniet wordt gedaan door het kopen van méér kleding (3).

De nadruk op recycling is een verleidelijke oplossing: zolang we maar zorgen dat kleding aan het einde van zijn levensduur wordt ingezameld en verwerkt, lijkt het probleem opgelost. En recycling is een cruciale stap in de circulaire keten, maar staat op de R-ladder, die het niveau van circulariteit aangeeft, onderaan. Door de focus op recycling blijven strategieën die aanzienlijk meer milieuwinst opleveren, zoals het verminderen van grondstoffengebruik en het verlengen van de levensduur, onderbelicht.

Paradox tussen recyclen en verlengen levensduur

En hier komt een belangrijke paradox in de fashionbranche om de hoek kijken: de spanning tussen recyclebaarheid en technische levensduur van kledingstukken. Om kleding optimaal recyclebaar te maken, wordt gepleit voor het gebruik van monomaterialen; één vezelsoort is technisch makkelijker te verwerken dan een complex mengsel. Maar kleding die lang mee moet gaan – misschien wel de essentie van circulariteit – heeft in veel gevallen juist baat bij materiaalmengsels voor sterkte, comfort en vormvastheid.

Ook het gebruik van gerecyclede materialen kan de technische levensduur van een kledingstuk verminderen, omdat de bestendigheid van de stof tegen trekken, scheuren, wrijving en pilling lager is (3).

Door alleen te sturen op recyclebaarheid, riskeren ondernemers de levensduur van hun producten te verkorten. Ze maken kleding die technisch eenvoudig te recyclen is, maar die na één seizoen moet worden afgeschreven omdat de kwaliteit onvoldoende is. Dit is geen circulariteit, maar optimaliseren voor afvalverwerking in plaats van voor gebruik.

Meer aandacht voor de levensduur van kleding

Om daadwerkelijk impact te maken, is meer aandacht nodig voor circulaire strategieën hoger op de R-ladder. Zo als het verlengen van de levensduur; enerzijds een lange technische en anderzijds een lange emotionele levensduur.

Het verlengen van de emotionele levensduur gaat over tijdloos design, een goede pasvorm, mooie materialen. Door kleding te maken die mensen koesteren en graag dragen, wordt weggooien minder snel een optie.

Een lange technische levensduur vereist kleding die fysiek langer meegaat. Hier is ook de overheid aan zet. Er is wetgeving nodig die minimumkwaliteitseisen stelt aan robuustheid, kleurvastheid en repareerbaarheid. Dit zal de hele markt – inclusief fast fashion – dwingen om kwaliteit te leveren. Kleding van hogere kwaliteit is niet alleen duurzamer, maar ook geschikt voor andere circulaire verdienmodellen zoals verhuur of tweedehandsverkoop.

Voor bedrijven in de kledingbranche betekent dit een fundamentele verandering in het verdienmodel. Bedrijven moeten leren de waarde van een kledingstuk over de gehele levensduur te zien, niet alleen bij de eerste verkoop. Een kledingstuk dat wordt gerepareerd, doorverkocht of verhuurd, genereert niet alleen opnieuw inkomstenstromen, maar levert ook klantbinding en inzicht in welke modellen echt bestand zijn tegen de tand des tijds. Veel merken laten deze kans nog liggen. Hun kleding wordt tweedehands doorverkocht op online platforms als Vinted, waarmee het platform de inkomsten genereert en een relatie opbouwt met de klant.

Gelijk speelveld

Veel MKB-ondernemers zien door de bomen het bos niet meer, en zijn bang hun concurrentiepositie te verliezen aan grote internationale spelers die zich niets aantrekken van duurzaamheid en circulair werken.

Het is daarom belangrijk dat het speelveld gelijk wordt getrokken. Zolang fast fashion-bedrijven hun prijzen kunstmatig laag kunnen houden door externe kosten (milieu, leefbare lonen) niet te betalen, is het voor het MKB onmogelijk om te concurreren met duurzamere, kwalitatieve kleding. De voorgestelde minimumkwaliteitseisen zijn hierin cruciaal. Als de wetgeving eist dat alle kleding – ook dat wat wordt geïmporteerd – minimaal 20 wasbeurten overleeft én tegen een leefbaar loon wordt geproduceerd, verdwijnt het oneerlijke prijsvoordeel van de wegwerpmode.

Oproep aan de branche

De transitie naar een circulaire economie is voor het MKB een kans om zich te onderscheiden. In een markt die is verzadigd met goedkope eenheidsworst, is kwaliteit en tijdloos design juist de unieke verkoopkracht van de Nederlandse maker.

Wacht niet op wetgeving uit Brussel of Den Haag, maar begin nú met het managen van waarde in plaats van afval. Kijk verder dan de initiële verkoop. Onderzoek hoe kleding technisch én emotioneel langer mee kan gaan en welke diensten rondom reparatie, verhuur of tweedehandsverkoop de levensduur kunnen verlengen. Maak het onderscheid door te kiezen voor kwaliteit en tijdloos ontwerp. Investeer in kleding die jaren meegaat, dat is de enige route naar een toekomstbestendig verdienmodel.

Bronnen:
  • 1. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2024). Beleidsprogramma circulair textiel 2025-2030.
  • 2. Kishna, M., & Prins, A. (2024). Monitoring van circulariteitsstrategieën: Uitgangspunten voor toepassing bij het PBL.
  • 3. Schenderling, P., Post, C., Shik Sloover, I. (2024). Verkenning maatregelen vermindering productie en consumptie textiel.
Circulariteit
Duurzaamheid
Recycling