Wel of niet kopen: de verleiding van goedkope kleding

Tenzij ze de afgelopen jaren op een onbewoond eiland hebben doorgebracht, zullen de meeste mensen wel enigszins op de hoogte zijn van de productie van kleding en de soms minder ideale omstandigheden waaronder deze gemaakt wordt: in onveilige fabrieken waar arbeiders lange uren werken voor een hongerloon. Dit is wellicht alleen in het slechtste geval, en er zijn veel andere soorten fabrieken, maar de vuistregel is: hoe goedkoper het kledingstuk, hoe kleiner de kans dat de arbeiders de (kleine) winst ontvangen. Zover, zo duidelijk. Consumenten zijn goed geïnformeerd en een toenemend aantal wil weten waar de kleding die zij dragen vandaan komt. En uit een recent experiment met een automaat die t-shirts van 2 euro verschafte bleek dat de meeste consumenten zo’n shirt niet zouden kopen als ze het achtergrondverhaal kenden. Dus waarom blijven mensen goedkope kleding kopen? Het antwoord op die vraag ontdekte ik, een modejournaliste die al ruim twee jaar schrijft over kledingproductie in zogenaamde lagelonenlanden, slechts een paar dagen geleden.

Wel of niet kopen: de verleiding van goedkope kleding

Ik bezocht met vriendinnen een winkelcentrum, waar we een modezaak binnenliepen. Omdat ik alleen was meegegaan voor de gezelligheid had ik niet het voornemen iets te kopen, omdat a) mijn klerenkast al overladen vol is, b) ik probeer mijn consumptie te beperken, en c) ik het merk van de winkel waar we ons bevonden niet kende. Terwijl mijn vrienden rondkeken, deed ik dat ook en controleerde de etiketten op productieherkomst; een gewoonte die erbij is ingeslopen.

”Made in Bangladesh”. ‘Aha, zo’n bedrijf’, dacht ik. Ik keek naar een ander etiket. “Made in China”. Niet slecht. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht is China niet meer het land van de goedkope arbeid, maar heeft het de lonen juist verhoogd zodat deze bijna genoeg zijn om van te leven. Daarom zijn inkopers op zoek gegaan naar andere landen voor de productie van hun kleding. Ik bleef rondkijken, en toen gebeurde het…mijn oog viel op de meest perfecte blauw-met-wit gestreepte hoodie aan de andere kant van de winkel - en hij was in de uitverkoop!

Wel of niet kopen: de verleiding van goedkope kleding

Een trui voor 7,50 euro?

Mijn hart ging tekeer terwijl ik naar het rek liep. Daar was hij. Ik raakte de mouw aan, voelde de stof. Katoen. Heerlijk zacht, niet te dik. Perfect voor een zwoele zomeravond. Ik pakte het vast en keek naar het etiket - 80 procent katoen, 20 procent polyester. Prima. En toen zag ik het prijskaartje. Hij was nu voor de helft, slechts 7,50! En toen kwam het besef.

Sweatshop arbeid. Arme tienermeisjes hadden zich waarschijnlijk uit de naad gewerkt voor dit kledingstuk. Hadden waarschijnlijk tot laat in de nacht de stukken aan elkaar genaaid om hun families te kunnen onderhouden. Allemaal voor iemand zoals ik die daarmee haar reeds uitpuilende klerenkast kon aanvullen. Met een zucht hing ik de hoodie terug op het rek en liep weg, op zoek naar mijn vriendinnen.

Ik vond hen in de badmode afdeling, tussen allerlei felgekleurde bikini’s. “Al iets gevonden?” vroeg ik. “We kijken alleen,” kwam het antwoord. “Jij?” “Ik denk het wel maar weet het niet zeker. Wil je het zien?” Ze knikten en liepen mee naar ‘mijn’ hoodie. Daar hing hij, nog steeds even leuk en draagbaar. “Ik vind dit wel wat,” zei ik. “Leuk,” zei een vriendin. “En goedkoop,” zei een ander, wijzend naar het prijskaartje. “Weet ik,” zuchtte ik. Toen zagen ze iets anders, en lieten mij achter met de hoodie. “Misschien moet ik het gewoon even passen,” dacht ik, en voordat ik het doorhad had ik het aangetrokken. Ah, perfect, zoals ik al dacht. Perfect gevoel, perfecte pasvorm. Balen! Snel hing ik het terug en liep weg.

Ik mag absoluut geen sweatshop producten kopen. Nooit! Ik probeerde me iets van het merk te herinneren, maar dat lukte niet. Ik had nog niets erover gehoord, volgens mij was het vrij nieuw. Misschien zou het etiket me iets vertellen over het moederbedrijf. Ik controleerde het opnieuw, maar dit leverde niets op. Wel extra punten voor de hoeveelheid informatie op het etiket. Niet zoals sommige bedrijven die in landen als Bangladesh, Pakistan, India, Vietnam en Cambodia produceren en nauwelijks iets vermelden op hun etiketten. Alsof die kledingstukken zomaar uit het niets tot stand zijn gekomen.

Nog een laatste controle, dan maar. Misschien was ‘mijn’ hoodie wel helemaal niet in Bangladesh gemaakt. Ik zocht weer naar het etiket. Helaas, toch wel. Ik zuchtte, klaar om weg te lopen. Maar toen veranderde ik van gedachten, greep de hanger en racete naar de kassa. “Ik neem hem, ga even betalen,’ riep ik naar mijn vriendinnen, die inmiddels klaar waren de winkel te verlaten. “Prima, we gaan alvast naar H&M,” zeiden ze. Ik knikte. “Tot zo.”

Er stond niemand bij de kassa. Ik keek om heen. Er was niemand te bekennen. Dit gaf me wat bedenktijd, maar ik was inmiddels vastberaden. Die hoodie was van mij. Net op moment kwam een vriendelijke verkoopster met mij afrekenen. “Dat is dus zeven euro negenenveertig,” zei ze. “Belachelijk goedkoop,” dacht ik terwijl ik haar het geld gaf. Ze stopte de hoodie in een plastic tas en gaf het aan me, en op dat moment sloeg het schuldgevoel toe - wat had ik gedaan? Ik greep de tas en spoedde de winkel uit. Het volgende fast fashion walhalla in, waar ik had afgesproken met mijn vriendinnen.

Wat kan men van dit voorval leren? Best veel, denk ik, omdat het interessant hoe iemand als ik, een goed geïnformeerde modekenner, zich toch liet verleiden tot een aankoop. Blijkbaar is niemand immuun voor de kracht van de koopdaad. Marketingdeskundigen spelen al tijden in op de zwakheid van consumenten. Ik weet nog steeds niet waarom ik van gedachte veranderde en, tegen beter weten in, die hoodie kocht. Alleen dat er niets tussen een vrouw en een kledingstuk kan komen waar zij op slag verliefd op geworden is.

Het dilemma van de consument

Moeten we het onszelf steeds kwalijk nemen als we goedkope kleding kopen? Waarschijnlijk niet. Als niemand die kleding meer kocht, zouden degenen die daar het meest onder lijden, per slot van rekening, de arbeiders zijn.

Moeten we de beste deals zoeken en de prijs als enig aankoop criterium hanteren? Waarschijnlijk niet. Kleding kopen is gecompliceerd geworden, er moet een balans in gevonden worden. Er is tenslotte geen enkel andere branche waar de prijzen in de afgelopen veertig jaar zijn gedaald (ondanks inflatie).

Wat we kunnen doen is goed geïnformeerde beslissingen nemen, onderzoek doen naar de merken die we wel en niet leuk vinden. We kunnen de merken kopen die we willen steunen en hen laten weten dat we hun inspanningen waarderen. Hen laten weten dat wij, als consumenten, meer transparantie willen en dat we willen weten wie onze kleding heeft gemaakt en hoe zijn van hun salaris leven.

Na mijn aanschaf van de hoodie ging ik naar huis, nog steeds met een schuldgevoel, en zocht informatie op over het bedrijf. Zij produceren inderdaad in Bangladesh en een aantal van hun labels werden in Rana Plaza gevonden na de brand die het gebouw in april 2013 in de as legde. Maar zij waren ook een van de eersten om het Brand en Bouwveiligheidsakkoord van Bangladesh te ondertekenen, las ik. En toen voelde ik me wel wat beter.


 

Gerelateerd

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN