• Home
  • Nieuws
  • Retail
  • Modebranche profiteert niet van herstel economie

Modebranche profiteert niet van herstel economie

Door Yasmine Esser

24 aug. 2015

Goed nieuws: de economie herstelt. Maar het slechte nieuws: moderetailers merken daar bar weinig van. Zowel winkels in kleding als winkels in schoenen kampten in de eerste helft van 2015 met teruglopende omzetcijfers. Volgens het ING Economisch Bureau is het de vraag of dat eigenlijk gaat veranderen. Moeten kledingwinkels er geen rekening mee gaan houden dat er structureel wat is veranderd in de industrie?

Van januari tot juni dit jaar daalde omzet in modewinkels met 1,2 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Schoenenwinkels zagen hun omzet van januari tot mei zelfs met 6,2 procent dalen. Hoewel het ING Economisch Bureau wel positieve resultaten voor de tweede helft van het jaar ziet - zo wordt verwacht dat de omzetgroei voor kledingwinkels zal uitkomen op 1 procent - zijn er toch redenen tot zorg.

Brancheorganisatie Inretail en onderzoeksbureau Gfk verklaren de matige omzet in modewinkels, deels door het ongunstige weer. Zo was de maand mei relatief koud waardoor het begin van de zomercollectie werd verstoord. Een warme herfst zorgde vorig jaar september voor een zwakke verkoop van winterse mode.

Maar ING is sceptisch over die verklaring. Afwijkingen in het weer zorgen lang niet altijd voor afwijkingen in de verkoop van kleding en schoenen. De dip in maart 2015 vond plaats tijdens een, voor de tijd van het jaar, normaal weerbeeld. Ook de relatief zachte winters van 2014 en 2015 resulteerden niet in extreme afwijkingen in de omzet van winkels in kleding en schoenen.

ING: Modewinkels moeten rekening houden met structurele terugloop van markt

Volgens de bank is er meer aan de hand en is de situatie voor modewinkels structureel veranderd. Ten eerste is de markt niet meer hetzelfde als een paar jaar geleden. Zo spelen online winkels een veel grotere rol. In de fysieke winkelstraat zijn er nieuwe spelers bijgekomen. Primark bijvoorbeeld, wist in korte tijd de markt te veroveren. Ook andere fast fashion spelers strijden om een plek in de markt, zoals Forever 21, Topshop en binnenkort Uniqlo. Zij vallen de markt aan op prijs en snelheid. Voorbeeld is Zara: binnen zo’n twee weken wordt een artikel ontworpen, geproduceerd en in de winkel gehangen.

Ook zijn consumenten sinds de crisis kritischer naar hun uitgaven gaan kijken. Op kleding en schoenen viel best wat geld te besparen, vonden ze. Ze kopen minder artikelen, stellen het aanschaffen van producten uit, kopen meer kledingstukken in de sale of kopen in goedkopere winkels. ING noemt ook tweedehands kleding. Over dit fenomeen zijn geen cijfers beschikbaar, maar het is wel duidelijk dat met name de opkomst van online marktplaatsen de tweedehandshandel heeft gestimuleerd. Consumenten zijn bovendien meer gaan uitgeven aan eerste levensbehoeften als voeding en huisvesting. Dan blijft er natuurlijk minder geld over om te investeren in je garderobe.

Ruimte voor local heroes in het modewinkellandschap

Is het dan alleen maar bar en boos voor zelfstandig ondernemers? Nee, zegt het ING Economisch Bureau. Er is best ruimte voor local heroes: winkeliers die zich in een regio of bepaald segment specialiseren en met ondernemerschap, kennis en persoonlijke interactie klanten voor zich weten te winnen. Dirk Mulder, ING sectormanager Food & Retail: “Tussen de grote internationale partijen en de kleinere specialisten wordt de markt krap. Vooral middelgrote ketens staan voor strategische keuzes; doorgroeien in het fast fashion model of inkrimpen en specialiseren.”