• Home
  • Nieuws
  • Business
  • ‘Hudson’s Bay weer voor de rechter, Nederlandse verhuurders vrezen verlies van 200 miljoen’

‘Hudson’s Bay weer voor de rechter, Nederlandse verhuurders vrezen verlies van 200 miljoen’

Door Nora Veerman

23 mrt. 2021

Business

Het faillissement van Hudson’s Bay in Nederland krijgt nog een staartje. Vijf Nederlandse winkelverhuurders hebben de warenhuisketen voor de rechter gedaagd in Canada, het thuisland van Hudson’s Bay, zo meldt het FD. De warenhuisketen is hen nog 200 miljoen euro achterstallige huur verschuldigd. Deze vrezen ze voorgoed kwijt te raken.

Na het faillissement in Nederland verplaatste Hudson’s Bay de meest waardevolle bezittingen van het bedrijf naar een vennootschap in Bermuda, zo schrijft het FD. Volgens de winkelbeleggers, te weten Unibail-Rodamco-Westfield, ASR, Kroonenberg Groep, Wereldhave en CBRE, is dat ‘frauduleus’ gebeurd.

‘Hudson’s Bay haalt op een ongelofelijke manier alles erbij om onder haar verplichtingen uit te komen’, aldus Bart van Twillert, directeur Nederland van Unibail-Rodamco-Westfield, tegenover het FD. ‘We willen voorkomen dat we straks het bonnetje hebben, maar voor een lege kassa staan.’

Strijd rondom huurcontracten Hudson’s Bay duurt voort

Deze rechtsgang is een nieuw hoofdstuk in de juridische strijd die gaande is sinds het Nederlandse faillissement van Hudson’s Bay. De warenhuisketen kwam in 2017 naar Nederland en opende winkels in vijftien grote steden, in panden die daarvoor flink werden verbouwd. De verhuurders sprongen financieel bij in ruil voor langlopende huurcontracten. Het moederbedrijf van Hudson’s Bay stond hiervoor garant. Al gauw bleek de warenhuisformule echter niet aan te slaan. Na grote verliezen ging het bedrijf op 31 december 2019 failliet.

Twee maanden later werd Hudson’s Bay van de beurs gehaald en werd boven het Canadese moederbedrijf een nieuwe vennootschap gehangen, gesitueerd in belastingparadijs Bermuda, waarheen grote bezittingen werden verplaatst. Volgens de Nederlandse verhuurders is het Canadese bedrijf ‘leeggehaald’ om schuldeisers ‘nietig te verklaren, te hinderen, te benadelen of op te lichten’, zo schrijft het FD op basis van rechtbankdocumenten. Nu het moederbedrijf dat garant staat voor de huur opeens minder vermogen heeft, is de vraag of de verhuurders hun geld nog wel terug gaan zien.

De verhuurders hopen dat de Canadese rechter erkent dat er sprake is van fraude en de warenhuisketen verplicht voor de schade op te draaien. Een woordvoerder van Hudson’s Bay werpt in het FD tegen dat het ‘legitieme zakelijke doelen’ betrof. “Deze nieuwe claims van de Nederlandse verhuurders zijn puur tactisch en ongegrond en we verdedigen ons er fel tegen.” De rechtszaak staat gepland voor april.

De afgelopen maanden vonden al meerdere rechtszaken plaats rondom de huurcontracten en -garanties van Hudson’s Bay in Nederland. Die verloor het warenhuis meermaals.

Editor's note: het artikel is na publicatie gewijzigd. In het oorspronkelijke artikel stond vermeld dat Hudson's Bay in januari 2020 failliet ging. De feitelijke datum was 31 december 2019.

Beeld: FashionUnited

Hudson's Bay