Ellen Haeser keert terug op het podium tijdens Masterly Milano 2026
bezig met laden...
Na 6,5 jaar in het beroepsonderwijs keert Ellen Haeser terug op het podium. Tijdens Masterly Milano 2026 presenteert de spreker en cultureel strateeg From Cradle to Grave – an ode to lifelong, inexhaustible sources of inspiration: een audiovisueel werk waarin mode en interieur centraal staan.
Met meer dan 45 jaar ervaring in de modebranche reflecteert Haeser op de tijdgeest en pleit zij voor een verschuiving van trenddenken naar waardedenken. FashionUnited spreekt haar over onderwijs, retail en de toekomst van mode.
Waar komt je hernieuwde drang vandaan de tijdgeest te duiden?
Mijn drang om te duiden is niet nieuw. Die werd sterker toen fast fashion zich steeds dominanter opdrong en het modesysteem zichtbaar ’uitholde’. Dat was voor mij een kantelpunt: ik wilde mijn ervaring in de hele keten inzetten op een meer betekenisvolle manier. Daarom ben ik het beroepsonderwijs ingegaan.
Ellen Haeser werkt momenteel als docent in het mbo-beroepsonderwijs bij ROC Zadkine in Rotterdam, specifiek verbonden aan fashion- en design-onderwijsprogramma’s zoals het Beauty & Design Lab. Daar geeft ze les in mode en duurzaamheid en begeleidt ze studenten in praktijkgerichte projecten. Tevens werkt Haeser als adviseur Onderwijs & Innovatie voor Fashion & Interieur bij Koning Willem 1 College in Den Bosch.
In het onderwijs ontdekte ik hoe waardevol het is om als scharnier te functioneren tussen curricula en de realiteit van sector en samenleving. Verbinden, vertalen en richting geven - daar ligt mijn kracht.
Waarom nu? Omdat de urgentie is toegenomen. De tijdgeest zet jongeren onder druk en maakt hen onzeker. Juist daarom wil ik opnieuw zichtbaar zijn: om betekenis, schoonheid en toekomstperspectief terug te brengen in het vak, en complexiteit te vertalen naar keuzes die professionals vandaag kunnen maken.
Wat typeert volgens jou de huidige tijdgeest?
We zijn toe aan een verschuiving van trenddenken naar betekenisdenken. Momenteel zijn er veel prikkels, maar er is nauwelijks ruimte voor verdieping, omdat de aandacht steeds wordt verlegd naar de volgende trend. Daardoor ontbreekt bij veel consumenten het besef van wat producten zijn, hoe ze worden gemaakt en waarom dat ertoe doet.
De tijdgeest vraagt om positieve zuinigheid: bewuster kijken, bewuster kiezen en soms bewust níet kopen. Dat lukt alleen als kennis en context aantrekkelijk worden gemaakt - van materialen en herkomst tot onderhoud en levensduur.
Die vertaling zie ik in wat ik ‘manuals’ noem: praktische waardegidsen bij producten. Als kinderen weer leren voelen, maken en begrijpen wat textiel is, dan ontstaat vanzelf meer waardebesef. Net zoals kookcultuur groeide door kennis en voorbeelden, kunnen mode en interieur zo opschuiven richting kwaliteit en vakmanschap.
De tekst gaat verder onder de foto
Waar gaat je presentatie tijdens Masterly Milano 2026 in april over?
Ik presenteer From Cradle to Grave – an ode to lifelong, inexhaustible sources of inspiration: een doorlopende audiovisuele cyclus, gevoed door gesprekken met circa 25 vrouwen uit verschillende generaties en disciplines.
Ik wil mode en interieur letterlijk een stem geven, als dragers van identiteit, tijdgeest en waarde. Het project richt zich bewust niet op nieuwe trendprikkels, maar op betekenis, context en verbeelding.
Die urgentie speelt niet alleen in de mode; ook in het designveld groeit het besef dat versnelling en uitholling risico’s vormen. De benoeming van Harry Nuriev tot Designer of the Year 2026 bij Maison&Objet, met zijn manifest Transformism waarin hij bestaande objecten en interieurs herinterpreteert en nieuwe culturele betekenis geeft, is daar een duidelijk teken van.
Hoe kijk jij naar SS27 en FW27? Waar bewegen we ons naartoe? Wat verandert er?
Voor SS27 en FW27 zie ik een duidelijke beweging richting historie, vakmanschap en kwaliteit. Niet als nostalgie, maar zichtbaar in materiaalkeuze, maakwijze, afwerking en levensduur. Kennis over wat iets is en hoe het is gemaakt, wordt opnieuw bepalend voor waardebepaling bij consumenten, in mode én interieur.
Daarmee groeit de behoefte aan zelf doen: maken, aanpassen, herstellen en personaliseren. Ik verwacht een herwaardering van het zelf maken van kleding, vergelijkbaar met wat we al langer in interieur zien. Retail kan daarop inspelen met een hybride aanbod van product en service: halffabricaten, maatwerk, reparatie en onderhoud.
Na de sterke focus op vintage, pre-loved en upcycling volgt nu een volgende fase: redesign dat ook esthetisch en kwalitatief overtuigt. Het [Nederlandse] merk Peterson Stoop van twee jonge vrouwen, dat gebruikte sneakers transformeert met een eigen techniek, laat bijvoorbeeld zien dat dit kan. Om te zorgen dat consumenten tien jaar met hun spullen doen, moet het ook vooral begeerlijk zijn.
Waar staan we volgens jou in de modesector als het gaat om duurzaamheid, en wat heb je daarin gezien in het werkveld én het onderwijs?
In het werkveld zie ik de afgelopen tien jaar een dubbel beeld. Van alternatieve grondstoffen tot verbeterde processen, bij zowel grote als kleine spelers is duidelijk vooruitgang geboekt. Tegelijk stranden veel initiatieven door gebrek aan schaal, financiering of ketensamenwerking.
Er wordt (nog) te vaak in eilandjes gewerkt, met te weinig bundeling en te weinig verbinding met retail en consumentengedrag - de plek waar het uiteindelijk moet ‘landen’.
Mijn jaren in het beroepsonderwijs maakten zichtbaar hoe traag en systeemgedreven verandering kan zijn. Er is veel motivatie, maar de aansluiting met de praktijk blijft kwetsbaar. Docenten zijn vooral bezig het onderwijs draaiende te houden, waardoor structurele samenwerking met het werkveld onder druk staat. Terwijl juist door real-life opdrachten en gezamenlijke projecten de vakvisie ontstaat die nodig is.
Hoe kijk je naar innovatie en duurzaamheid in de modebranche, en waar ligt volgens jou de sleutel tot opschaling en echte verandering?
In de sector is veel intentie en er gebeurt ook veel, vooral op het gebied van grondstoffen, inzameling en ketensamenwerking. Dat is noodzakelijk en wordt mede ondersteund door Europese en regionale programma’s.
Maar echte versnelling ontstaat pas wanneer ook de markt mee kantelt. Daarmee bedoel ik dat duurzaamheid niet alleen op te lossen is aan de productiekant. Het vraagt dat consumenten anders naar kleding gaan kijken: wat is waarde, welke kwaliteit verwacht je en wat wil je daarvoor betalen? In de voedselindustrie hebben we gezien dat zo’n omslag mogelijk is, al kost het tijd.
Daarom kom ik steeds terug bij educatie. Begrijpen wat kleding is - van materiaal en maakproces tot herkomst en impact - verandert keuzegedrag. Juist omdat mode raakt aan identiteit en welzijn, ligt hier een kans om van wegwerpproduct naar betekenisvolle omhulling te bewegen. Voor merken en retail betekent niet alleen investeren in duurzamere materialen, maar ook in service, begeleiding en productkennis.
Wat betekent dit voor productie en retail? Hoe moet mode in de toekomst worden geproduceerd en verkocht?
Technologie maakt made-to-order, microproductie en zelfs productie in of nabij de winkel mogelijk. Hoewel het nog nauwelijks gebeurt, kan het retail veranderen van transactieruimte naar belevingsplek. Mijn devies: maak het productverhaal zichtbaar en geef retail een actieve rol in aanpassen, repareren en service. Zo verschuift waardecreatie van alleen verkopen naar begeleiden en afwerken.
Verder zie ik dat reshoring groeit, al bereikt dit de gemiddelde consument nog bijna niet. Ik verwacht daarom een opkomst van expertise-retail, zowel fysiek als online, waar kennis het onderscheid maakt en kwaliteit niet automatisch duur is.
Wat is jouw visie op het toenemende belang van beleving, gemak en betekenis in retail?
Retail kan weer relevant(er) worden door meer te zijn dan verkoop: teams die kennis, service en creativiteit organiseren en consumenten begeleiden in beter kiezen, langer dragen en goed onderhouden. Al botst dat natuurlijk met het traditionele businessmodel.
Verder denk ik dat de klassieke formule van één doelgroep en één richting uitgeput raakt. Wendbaarheid en gevoeligheid voor de tijdgeest worden doorslaggevend.
Daarbij speelt demografie een grote rol. In Nederland zijn 65-plussers inmiddels talrijker dan jongeren onder de 20. Deze actieve, koopkrachtige groep wordt in retail nog te weinig serieus bediend. Ook retailers die generaties weten te verbinden, zoals grootouders en kleinkinderen, zijn automatisch toekomstbestendiger.
Wie blijft relevant richting 2030?
Relevant in 2030 blijven de spelers die trenddenken verruilen voor betekenisdenken en dat consequent doorvoeren. Zij creëren plekken en concepten waar consumenten niet alleen kopen, maar ook leren en doen. Via workshops, reparatie/aanpassingen en maak-ondersteuning.
In een wereld van overvloed wordt het vermogen om te selecteren en te duiden belangrijker dan het vermogen om toe te voegen; de rol van de curator neemt daarmee toe. Technologie, en met name AI, kan dit versterken door repetitief werk over te nemen en ruimte te maken voor menselijk vakmanschap, zoals persoonlijke service.
Uiteindelijk blijven merken en retailers relevant die hun verdienmodel durven verschuiven van volume naar kennis, service en betekenis.
Kijk je eigenlijk positief naar de toekomst?
Mijn glas is halfvol. Niet omdat de uitdagingen klein zijn, maar omdat mode en textiel nog altijd een grote culturele en maatschappelijke betekenis dragen. Van identiteit en geschiedenis tot emotie en zelfbeeld. Die diepere laag is niet verdwenen, maar wel ondergesneeuwd. Het is zaak die weer zichtbaar te maken.
Mijn optimisme komt vooral voort uit de wisselwerking tussen generaties. Waar oudere generaties ervaring en kwaliteitsbesef meebrengen, stellen jongere generaties scherpe vragen en bewegen zij zich vanzelfsprekend in een technologische wereld. Wanneer die perspectieven samenkomen, ontstaat ruimte voor versnelling. In onderwijs én in de praktijk.
Tegelijk blijft het aanbod een punt van zorg. In het onderwijs draait het niet om voorschrijven, maar om verbreden: jongeren laten zien dat er alternatieven zijn, en wat kwaliteit eigenlijk betekent. Zoals bij food geldt ook hier: pas als je weet wat er te kiezen valt, kun je bewust kiezen.
Welke tip, les of stof tot nadenken wil je onze lezers ten slotte meegeven?
Als afsluiting nodig ik lezers uit tot één simpele oefening: kijk naar het kledingstuk dat je het langst bewaart. Waarom juist dat? Wat zegt het over wie je bent en wat je wil doorgeven?
Door zulk soort vragen te stellen, verschuift de focus van ‘wat is nieuw?’ naar ‘wat blijft?’. En precies daar begint betekenisdenken.
Dit interview is schriftelijk afgenomen.
Overige bronnen:
AI tools zijn gebruikt als schrijfhulp.