• Home
  • Nieuws
  • Mode
  • Onderzoek: exotische dierenhuidenindustrie beschermd door lobby

Onderzoek: exotische dierenhuidenindustrie beschermd door lobby

Mode
Collective Fashion Justice oprichter Emma Hakansson maakt zich hard voor een diervriendelijke mode-industrie. Credits: Collective Fashion Justice
Door Anna Roos van Wijngaarden

bezig met laden...

Scroll down to read more

Uit onderzoek van de dierenrechtenorganisatie Collective Fashion Justice (CFJ) blijkt dat lobbywerk het beeld van de exotische dierenhuidenindustrie heeft vertekend. Bestuurders van twee afdelingen van de in 1948 in Frankrijk opgerichte ngo International Union for Conservation of Nature (IUCN), de IUCN Crocodile Specialist Group en de IUCN Snake Specialist Group, hadden commerciële belangen bij het voortzetten van de winning van exotische huiden. Daarbij logen ze ook over de mate waarin dat proces duurzaam is.

Dubbele agenda’s

Een jaar geleden stuitte CFJ, opgericht door activiste en duurzame mode-expert Emma Hakansson, op een reeks opmerkelijke verbanden. Zo bleek Grahame Webb, bestuurder bij de IUCN Crocodile Specialist Group, tevens eigenaar te zijn van een van de grootste krokodillenfokkerijen van Australië, Crocodylus Park, die huiden levert aan luxemerken als Hermès en Louis Vuitton.

De voorzitter van de Snake Specialist Group, Daniel Natusch, met wie hij nauw samenwerkt, leidde ondertussen al jaren een organisatie die een betaalde samenwerking heeft met LVMH voor het Life 360-initiatief. Daarin wordt verwezen naar de verantwoorde inkoop van exotische dierenhuiden, die, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van CFJ, helemaal niet zo verantwoord is. In 2013 ging ook Kering, de groep achter Gucci, een betaald partnership aan met de groep.

Gucci en Louis Vuitton zijn beiden grote afnemers van slangenhuiden, stelt CFJ en eerder dit jaar ook dierenrechtenorganisatie PETA, die zich met een lopende campagne hard maakt voor het bannen van dierenhuiden in de mode-industrie.

Stoorzender

Ook blijkt uit het onderzoek van CFJ dat de bestuurders vaak gezamenlijk verklaringen afgeven tegen critici die wijzen op de niet-duurzame praktijken achter de wilde dierenhandel voor de mode-industrie. Natusch zou dat doen als woordvoerder van de slangenspecialistengroep, hoewel dat in strijd is met het protocol van de IUCN.

Toen London Fashion Week dierenhuiden verbood op de modeweek, liet hij de Guardian weten dat het een foute beslissing was, omdat exotische huiden niet alleen een duurzamere keuze zijn dan leer en synthetische materialen, maar ook een economische prikkel vormen voor lokale gemeenschappen om diersoorten uit hun leefomgeving te beschermen.

Dubieuze wetenschap

Wetenschappers die onderzoek publiceerden waaruit bleek dat de slangenhandel niet duurzaam is, zouden uit de groep zijn gezet. Om hun standpunt verder in het voetlicht te zetten, gaf CFJ vorig jaar de opdracht aan vier vooraanstaande conservatiewetenschappers om opnieuw de impact van exostische dierenhuiden en veren uit te pluizen aan de hand van vier veelgebruikte soorten voor de modeindustrie: de zoutwaterkrokodil, de netvormige python, de Birmese python en de Zuid-Afrikaanse struisvogel.

In de studie, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Frontiers of Conservation Science, concludeerden zij dat de handel in wilde dierenhuiden voor mode op geen enkele manier bijdraagt ​​aan conservatie van de diersoorten, en dat er bovendien sprake is van een dataprobleem: overheidsinstanties leunen sterk op gegevens uit de industrie, die, zo blijkt, hoog risico lopen om vertekend te zijn.

Declaratie

Naar aanleiding van de bevindingen lanceerde CFJ afgelopen week de International Declaration for Effective and Compassionate Conservation - een oproep aan modemerken, retailers en organisaties om de handel in wilde dierhuiden te beëindigen. Twintig conservatiebiologen hebben zich al achter de declaratie geschaard.

Collective Fashion Justice
Emma Håkansson
exotic skins