• Home
  • Nieuws
  • Business
  • Rechtspraak: Auteursrechtinbreuken in de praktijk

Rechtspraak: Auteursrechtinbreuken in de praktijk

Door Guest Contributor

23 dec. 2021

Business

Pexels

Het auteursrecht: een van de belangrijkste intellectuele eigendomsrechten in de modebranche. Het auteursrecht rust namelijk ‘van rechtswege’ – en dus automatisch – op iedere creatie die wordt gemaakt. Voor ieder afzonderlijk mode-item een ‘modelrecht’ registreren is veel te kostbaar (en omslachtig) en het merkrecht beschermt over het algemeen niet dat leuke printje wat die ene sjaal nu juist zo uniek maakt. Het auteursrecht biedt dé uitkomst voor de snelle modebranche waar meerdere collecties per jaar verschijnen, en kopiëren aan de orde van de dag is.

Natuurlijk gelden er minimumvereisten voor het ‘auteursrechtelijk beschermd’ zijn van een creatie, die Köster Advocaten op deze plek al eens behandelde, maar de drempel ligt laag.

Lees ook:

Toepassing in de praktijk

Vaak blijft het recht toch abstract. Er zijn vereisten en regels, maar ook drempels en uitzonderingen. De échte toepassing van het recht blijft voorbehouden aan de rechterlijke macht. Het bestuderen van de jurisprudentie (de uitspraken van rechtbanken en arresten van de gerechtshoven en Hoge Raad, red.) is dan ook geen rare hobby van advocaten, maar broodnodig om de abstracte wetten te kunnen interpreteren én daarover goed te kunnen adviseren.

Köster Advocaten schrijft in deze rubriek vaak over deze uitspraken, omdat juist die toepassing in de praktijk de voorbeelden en handvatten vormen om als onderneming goed met het auteursrecht om te springen. In deze bijdrage behandelt Köster Advocaten twee recente uitspraken over het auteursrecht.

Wanneer maak je nou auteursrechtinbreuk?

In een zaak die speelde voor de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2021:6239) stond de inbreuk op sjaals centraal. De gedaagde had via zijn website en Instagramkanaal sjaals verkocht die teveel leken op de sjaals die waren ontworpen (en verkocht) door de eiser. Hoewel gedaagde ook verweer voerde ten aanzien van het auteursrecht van eiser, kon dat makkelijk worden gepasseerd. Het interessante aan deze uitspraak is het andere verweer van gedaagde: dat de sjaals door hem al geruime tijd niet meer werden verkocht. Ter zitting heeft de rechter – met instemming van partijen – op de website en het Instagramkanaal van gedaagde gekeken, en daar geconstateerd dat er nog foto’s van modellen met de bewuste sjaals op de website en Instagram stonden. Die sjaals worden inderdaad niet meer te koop aangeboden, maar – volgens gedaagde – afgebeeld als accessoire door de modellen en daarbij stelde gedaagde dat hij er niet over gaat welke sjaal een fotograaf kiest als accessoire voor een model

.

Dat verweer gaat niet op. Een auteursrechtinbreuk hoeft niet per se te bestaan uit het te koop aanbieden van een product, maar kan ook bestaan uit het openbaar maken van een afbeelding van dat product. Daarbij is gedaagde verantwoordelijk voor de afbeeldingen op zijn website en Instagram, en kan hij zich niet verschuilen achter een fotograaf die de foto heeft gemaakt. De website is van gedaagde, dus gedaagde is verantwoordelijk voor de openbaarmaking.

Wie is auteursrechthebbende?

Een vraag die centraal stond in een zaak te Utrecht (ECLI:NL:RBMNE:2021:5824) tussen het welkbekende Vlisco en het welkbekende Max Mara. Vlisco vervaardigt in haar fabriek in Helmond luxe wax-stoffen die zij verkoopt in Europa en Afrika. Max Mara is een groot Italiaans modebedrijf dat wereldwijd handelt. Vlisco beschuldigde Max Mara van auteursrechtinbreuk op haar dessin “Fleur de Mariages”. Die auteursrechtinbreuk komt vast te staan, maar de interessante vraag is: in welk Europees land is Vlisco auteursrechthebbende op ‘haar eigen’ dessin?

Het auteursrecht is (nog) geen Europees recht, maar is voor een groot deel wel Europees geharmoniseerd. Dat betekent dat bepaalde wetten en regels in ieder Europees land in hun eigen wet verankerd moeten zijn en dat rechters in alle Europese landen die regels hetzelfde moeten uitleggen en interpreteren. Wat echter nog niet Europees geharmoniseerd is, is de vraag wie auteursrechthebbende is op een bepaald werk (in dit geval: het dessin van Vlisco). Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van de lex loci protectionis: het recht van het land waar de auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen. Oftewel: voor elk land waar Vlisco een verbod wil hebben voor Max Mara om ‘haar’ dessin te kopiëren, moet eerst worden vastgesteld of Vlisco naar het recht van dat land wel auteursrechthebbende is. Vlisco – het bedrijf – heeft namelijk niet ‘zelf’ het dessin ontworpen. Dat is ene heer A, die in dienst was van Vlisco toen hij het dessin ontwierp.

En dat leidt tot en op het eerste oog vreemde uitkomst. Vlisco vraagt bescherming (het verbod) in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië. Nederland en Italië kennen in hun nationale auteursrecht beide het begrip ‘werkgeversauteursrecht’. Omdat heer A bij Vlisco in dienst was toen hij het dessin ontwierp, is Vlisco in die landen als auteursrechthebbende aan te merken. So far so good. Naar Duits recht moet Vlisco een hobbel over: naar Duits recht ligt het auteursrecht bij de maker (heer A) en kan dat ook niet worden overgedragen. Maar: naar Duits recht kunnen de exploitatierechten wél stilzwijgend (mondeling) worden overgedragen. Vlisco kan dus het verbod vorderen op basis van haar exploitatierecht.

Naar Frans recht vangt Vlisco echter bot. Exact dezelfde casus, exact dezelfde feiten, maar het Frans recht kent alleen een auteursrecht voor de maker. Die kúnnen wel worden overgedragen, maar dat dient dan officieel schriftelijk te zijn gebeurd, wat hier niet het geval was. Max Mara krijgt dus geen verbod opgelegd voor de verhandeling van het inbreukmakende dessin in Frankrijk. En zo kan één casus – behandeld door één rechter in Nederland – voor vier Europese landen een andere uitkomst hebben. In de praktijk zal Max Mara uiteraard ook de verkoop in Frankrijk staken. Een nieuwe zaak door juiste eiser – de heer A – in Frankrijk is immers zo gestart, en de uitkomst over de inbreuk zou niet mogen afwijken van die van de Nederlandse rechter. Vlisco krijgt dus wel wat zij wilde, hoewel de rechter – door verplichte toepassing van het Franse recht – haar dat niet kon geven.

Geschreven door Lucia van Leeuwen. Lucia is advocaat binnen de praktijkgroepen Intellectueel Eigendomsrecht en Procesrecht van Köster Advocaten in Haarlem. Regelmatig behandelt Köster Advocaten hier actuele juridische kwesties. Zie kadv.nl.